Hector Berlioz

Hector Berlioz Romeo et Juliette - Les Nuits d'eteCleveland Orchestra, Melanie Diener, Kenneth Tarver en Denis Sedov o.l.v. Pierre Boulez DG 474 237-2 De tweehonderdste verjaardag van de geboorte van de Franse componist Hector Berlioz resulteert in enkele nieuwe opnames van zijn werk. Pierre Boulez nam zijn 'Romeo et Juliette' uit 1839 op. Wegens het mislukken van zijn opera 'Benvenuto Cellini' zocht Berlioz zijn heil in een koorsymfonie met drie vocale solisten in zeven delen die in de concertzaal uitgevoerd kon worden. Ondanks het grote aandeel van het orkest bevat 'Romeo et Juliette' heel wat opera-elementen. Berlioz volgt het Shakespeare-verhaal op de voet, maar de componist gelooft in de verbeeldingskracht van zijn orkestmuziek en daarom voert hij niet alle personages ten tonele. Pierre Boulez kan met het Cleveland Orchestra deze grootse partituur tot zijn essentie herleiden. Met precies en transparant orkestspel haalt hij de dramatiek van het verhaal naar boven en prikkelt hij de fantasie van de luisteraars. Sopraan Melanie Diener, tenor Kenneth Tarver en bas Denis Sedov zijn degelijke vertolkers voor dit repertoire. Zij zijn ook te horen in Berlioz' georkestreerde liedcyclus 'Les Nuits d'ete'. De uitstekende poezie van Theophile Gautier inspireerde Berlioz tot het schrijven van een coherentie cyclus van 6 liederen waarin de stemmingen van 6 zomernachten geschilderd worden. Kenneth Tarver zorgt voor een hoogtepunt met zijn vertolking van het vijfde lied 'Au cimetiere' met de ondertitel 'Clair de lune', waarin Berlioz de dood van de geliefde met donkere tonen schildert. (TE) Beethoven Klaviersonaten opus 106, 81a en Bagatelles opus 119 Stephen Kovacevich (piano) EMI 5 57398 2 Stephen Kovacevich neemt ruim de tijd om zijn integrale van de pianosonates van Beethoven op te nemen. De ernst en degelijke voorbereiding van deze musicus vallen op bij het beluisteren van zijn nieuwe Beethoven-cd waarop een vertolking van de 'Hammerklaviersonate' centraal staat. Net als in de 'Sonate nr. 26 - Les Adieux' controleert Kovacevich de speeltechnische uitdagingen van de partituur en hij koppelt zijn muzikaal inzicht aan spontaniteit en speelvreugde. Kovacevich' interpretatie is doorheen de opnames van zijn Beethoven-cyclus alsmaar rijper geworden en dat brengt hem tot uitvoeringen die bij herhaald beluisteren steeds meer over Beethovens muziek reveleren. Kovacevich toont zich een uitstekend verteller die de luisteraar in de ban weet te houden met intelligent en geraffineerd pianospel. Hij vindt bovendien een gezond evenwicht tussen respect voor de partituur en de inbreng van de eigen persoonlijkheid. Zo worden zelfs de 'Bagatelles' (opus 119) tot verrassend interessante miniaturen getransformeerd. (TE)Yat-Kha 'Tuva Rock'Plane Records/Central Distribution Ideaal voer voor wie eens iets anders in de cd-lade wil schuiven. Yat-Kha is een band uit Tuva, de kleinste en meest afgelegen republiek van de Russische Federatie, die traditionele 'khoomei' ofte keelgezang aan moderne pop en rock koppelt en daar een volstrek uniek geluid mee neerzet. Die bijzondere techniek stelt de zanger in staat meerdere noten tegelijkertijd aan te houden en werkt even bevreemdend als fascinerend. Spilfiguur van Yat-Kha is Albert Kuvezin die over zo'n laag stemgeluid beschikt dat hij met zijn contrabas klinkende 'growl' zowat elke death-metalzanger van het podium kan zingen. Tegelijk haalt hij moeiteloos de hoogste boventonen en is hij een uitstekend gitarist. Pittig detail: als kind werd hij ooit uit het kinderkoor gezet met de nadrukkelijke vraag om nooit meer te zingen. Hij stortte zich op voetbal maar kwam onderweg Deep Purple en Sonic Youth tegen en besloot ondanks de tegenwerking van de overheid volop voor muziek te kiezen. Op deze 'Tuva Rock' bewerkt hij een aantal traditionals maar laat hij zich eveneens opmerken als een prima songschrijver met westers ingestelde oren. Om die 'toegankelijkheid' te versterken werd beroep gedaan op de productionele ervaring van Paul Corkett (cfr. Placebo, Nick Cave, The Cure en Sixteen Horsepower) en krijg je een bijzondere mix van eeuwenoude instrumenten, elektrische gitaren en elektronische invullingen. Een ander pluspunt luistert naar de naam Sailyk Ommun ('kleine vogel' in het Tuvaans), een zangeres die als 6-jarige al deel uitmaakte van een koor en hier een soort Tuvaanse blues neerzet. 'Tuva Rock' laat een sterk, origineel geluid horen. (DF) The Darkness 'Permission to Land'Atlantic/Warner Kings Of Leon 'Youth And Young Manhood'RCA/BMG Bizar. Net na de comeback van de rock-'n-roll- en punkgrooves uit New York, Detroit, en later ook uit de rest van de wereld, toveren de grote platenmaatschappijen een nieuwe trits retrorockbands uit hun hoge hoed. Dit keer gaan de pertinente invloeden nog wat verder terug in de tijd en bevinden we ons plots middenin de jaren zeventig. Ook deze groepen belichamen, net zomin als The Strokes en The White Stripes, niet de toekomst van de rock. Maar morgen deert niet, vandaag behoren deze twee anachronismen - laten we wel wezen - tot het energiekste en het spannendste van wat er op de markt beschikbaar is. Of ze beter of slechter zijn dan hun originelen doet er zo uiteindelijk niet toe. Of het allemaal opgezet spel is ook niet. 'Permission to Land', het debuut van The Darkness, een kwartet uit Suffolk, telt tien tracks, met een gemiddelde lengte die tussen de drie en de vier minuten ligt, en intro's, solo's en refreinen, die leunen op harde metalriffs. De band bestaat uit een zanger, een gitarist, een bassist en een drummer. De zanger, ene Justin Hawkins, krijst en snerpt alsof zijn leven ervan afhangt. Of hij diegene is die op de binnenhoes nonchalant aan zijn sigaret trekt, of lang haar en een muts heeft, of een vervaarlijk uitziende snor, of een T-shirt met doodshoofd, weten we niet, maar hij kwijt zich wel perfect van zijn taak: zich zonder kleerscheuren door het bombastische, door AC/DC, Hawkwind en Queen beinvloede geluidstapijt wurmen. Net als broer Dan die de gitaren laat spetteren in 'Get Your Hands of my Woman', 'Friday Night' en 'Love On the Rocks With No Ice'. Zeggen dat 'Permission to Land', dat onlangs in het thuisland nog beloond werd met enkele heavy-metalawards, geen moment verveelt zou echter te veel lof zijn. Daarvoor leunt het resultaat iets te opzichtig aan bij Spinal Tap en heeft de zoetsappige afsluiter 'Holding My Own' te lang naast de slappe was van Aerosmith gehangen. Maar toch: een fijn debuut en een dolk in het hart van Guns 'n Roses, dat al jaren deze plaat probeert te maken, maar momentum en branie mist. Eenzelfde portie lef en gedrevenheid treffen we aan bij Kings Of Leon. De invloeden van de familie Followill (drie broers en een neefje) komen net als die van de broertjes Hawkins uit de platenkast van hun ouders, maar zijn zonniger en nog ouder(wetser). Met name The Band, Creedence Clearwater Revival en Lynyrd Skynyrd passeren de revue. En hun haar is nog wat langer. Ook hier speelt het stemgeluid van de zanger, 21 pas, een cruciale rol. Caleb Followills stembanden zijn gerijpt in het diepe, zuiden van de VS. Voorzien van een grove korrel, schier nonchalant, maar met oneindig veel zwier slalomt Caleb, vaak op een Dylaneske manier, tussen de bluesy gitaren en het sporadische tamboerijngeschal. Fans van de Stones die de herhalingsoefeningen van hun idolen beu zijn, kunnen bij Kings Of Leon terecht voor het echte werk. Het enige wat op dit puike debuut ontbreekt om je in de jaren zeventig te wanen is die machtige vinylhoes. (TPe) Jef Beck 'Jeff'Sony Music Voor velen is Jeff Beck nog steeds de Engelse gitaarheld die baanbrekend experimenteerde met feedback en geluidseffecten en op die manier een eigen gitaargeluid ontwikkelde. Beck volgde in 1965 nog Clapton op bij The Yardbirds, richtte eind 1966 de Jeff Beck Group op en deed sessiewerk voor o.a. Stevie Wonder. Hij is een man voor wie de gitaar geen geheimen meer heeft en die zich geprofileerd heeft in de jazzrock en fusion. Na een sluimerend bestaan tijdens de jaren tachtig liet Beck zich midden jaren negentig veelvuldig opmerken door sterke concerten. Maar hij wist toch geen nieuw publiek aan te spreken. 'Ik begrijp niet waarom zoveel mensen de gitaar enkel waarderen als er een vertrouwd geluid uitkomt', verklaart Beck in de bijbehorende bio. 'Meer nog, ik wil geluiden laten horen die men niet kan thuisbrengen.' Op dit 14de album stoeit hij inderdaad met de meest uiteenlopende effecten maar nergens kan hij verbergen dat het geluid uit een vertrouwde six string komt. In een productie van Andy Wright (Simply Red, Eurythmics) en een mix van Mike Barbiero (Metallica) koppelt Beck 13 nummers lang zijn fascinatie voor elektronische muziek aan harde rock. Met de hulp van het elektronische trio Apollo 440 tovert hij de studio tot een sonische speeltuin om. Op zijn 58ste beheerst de man het gitaarspelen tot in het kleinste detail maar de overdaad aan noten werkt vaak als een mokerhamer op de luisteraar. Gelukkig brengt het rustige 'Bulgaria' - een bewerking van een traditionele folksong ondersteund door een symfonisch orkest - even soelaas op het einde. (DF) Pat MacDonald 'Strange Love: PM Does DM'Ulftone Records Tijdens de jaren tachtig waren Pat MacDonald en zijn toenmalige echtgenote Barbara Kooyman de spil van Timbuk 3. Het duo sprong op een inventieve manier om met popmuziek via scherpe satire, scherpzinnige teksten en een goed gevoel voor humor. Met 'The Future's So Bright, I Gotta Wear Shades' scoorden ze hun grootste hit. In 1995 viel het doek voor hun huwelijk en voor Timbuk 3. Met 'Strange Love' levert MacDonald inmiddels zijn vierde solo-cd af. Hij kiest resoluut voor eigenzinnige covers van Depeche Mode. De twaalf songs op 'Strange Love' zijn naar eigen zeggen die eerste songs die hij als gitarist onder de knie kreeg. Na een eerste beluistering wordt al duidelijk dat MacDonald zich een weg naar het hart van de nummers heeft gevreten. Een folkgitarist die zich op door synthesizer gedomineerde songs stort, het had een grappig niemendalletje kunnen zijn, maar hier val je van de ene verrassing in de andere. Je merkt nu pas hoe sterk songs als 'Strangelove', 'Policy Of Truth', 'Master And Servant', 'Personal Jesus' of 'Stripped' wel zijn zonder de strakke beats en tonnen synthesizeropsmuk. Producer John Parish (cfr. PJ Harvey, 16 Horsepower) koos voor sobere akoestische gitaren, wat strijkers en mondharmonica en een streepje drums en creeert op die manier een intiem geluidskader. Vooral 'Enjoy The Silence' bewijst dat Martin Gore een getalenteerd songwriter is die composities kan neerschrijven die ook buiten het Depeche Mode-keurslijf overeind blijven. 'Strange Love' is over heel de lijn een betoverende cover-cd. (DF) [Multer] 'Kopenhagener Deutung'Genesungswerk Goed zes jaar brengt het Dortmundse Genesungswerk mondjesmaat knappe CDR's, tapes, vinylsingles, twelve inches en elpees van jonge, vaak ongeschoolde muzikanten uit de regio in omloop. [Multer] heet het samenwerkingsverband tussen Thomas K. Geiter (synthesizer), Mal Hoeschen (sampler en percussie) en Hellmut Neidhardt (gitaar). Na een handvol 7 inches, hun debuut 'Daeghallmy' uit 1998 en de spannende 10 inch 'Neskt' (2001) verschijnt vandaag hun tweede langspeler. Op 'Kopenhagener Deutung' bevindt het trio zich in de schemerzone tussen drones, strak uitgetekende elektronica en poppy gitaarmuziek. 'Alander' steekt van wal met een transparante, naief-melancholische drone die doorprikt wordt door ruisende beats en uitmondt in het titelnummer van het album. In 'Kopenhagener Deutung' - een tekst die ontleend werd van Karten Frankreichs kortverhaal 'Der Fuchs' - neigt Thomas K. Geiters zang naar mompelend declameren. Daarbij wordt hij net niet volledig overstemd door klikkende wolken geluid en gerekte accenten van gesamplede cello. Een track die zich uitermate leent voor regenachtige dagen of - nog beter - nachten. 'Myosin' vormt het hoogtepunt van het album: uit plukken gitaar, het repetitief gesamplede geluid van een aangestreken lucifer en verkleurende synthtonen destilleert de band een stuwende triestheid. [Multer] maakt deel uit van de grote Duitse school post-krautrockers maar behoort, samen met ondermeer To Rococo Rot, tot de betere leerlingen van de klas (verkrijgbaar via www.genesungswerk.de). (IS) Christof Kurzmann 'The Air Between'Dafeldecker/ Kurzmann/ Drumm/ Erik M/ Dieb 13/ Noetinger'Dafeldecker/ Kurzmann/ Drumm/ Erik M/ Dieb 13/ Noetinger'Charhizma/ Lowlands Op het 'Donaufestival Niederosterreich 2003', een jaarlijks evenement voor nieuwe muziek in Krems dat dit jaar van 24 april tot 17 mei plaatsvond, liep een deelprogramma getiteld 'The Deep Tone'. Dat concept werd ingevuld door onder meer interpretaties van middeleeuwse religieuze muziek van Castel del Monte, uitvoeringen van composities van Florian Brambock door Ensemble Cellivio en keelgezangen van het Mongoolse Galsan Tschinag. Christof Kurzmann, een Oostenrijks muzikant, componist en improvisator op onder meer de klarinet en de computer, presenteerde in dat programma een nieuw werk dat vandaag in cd-vorm onder de naam 'The Air Between' verschijnt. Anders dan het gebruikelijk nogal stugge geluidswerk van Kurzmann, wilde de Oostenrijker voor het festival een stuk schrijven dat binnen een poppy context met melodie en ritme thuishoort. De oorlog in Irak verstoorde in de voorbereidingsfase echter het opzet en verschoof de stemming van opgewektheid naar rouw en triestheid. Vergezeld met een brief van Gabriel Garcia Marquez aan Bush, is 'The Air Between' een drie kwartier durend somber elektronisch pareltje. In een strak repetitieve, haast militaire opzet laat Kurzmann spaarzaam klikkende geluiden, gesis en verstikkende wolken ruis passeren. Verschraalde, soms loodzware en soms agressieve beats komen er als pijnlijke speldenprikken op je af. 'The Air Between' staat gelijk aan een afdaling in een gitzwart geluidshol, een lange trip die soms aan het werk van Pan Sonic doet denken. Kurzmann is ook van de partij op 'Dafeldecker/ Kurzmann/ Drumm/ Erik M/ Dieb 13/ Noetinger', een compilatie van uitdagende improvisaties in Berlijn, Graz en Wenen van het duo Kurzmann/ Werner Dafeldecker (electronica, bas) met Kevin Drumm (gitaar en synthesizer), Jerome Noetinger (zelfbouwelektronica), Dieb 13 (draaitafels) en Erik M (draaitafels). Ook hier wordt de rand van het stereospectrum met een ingetogen precisie afgetast. Enkele noise-erupties, zoals tijdens de improvisatiesessies met Drumm en Dieb 13, zorgen echter voor een opluchtend doorprikken van de overheersende, drukkende abstractie. (IS) Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS.