Herinnering aan de toekomst

Mensen herinnerden zich dingen lang vooraleer er sprake was van fotografie, film en video. Toch? En hoe halen mensen die niet filmen of fotograferen vandaag hun verleden voor de geest? Om op die vraag een antwoord te formuleren maakt filmmaker Chris Marker in Sans soleil een wijdomtrekkende beweging. Zijn dérive brengt hem van Afrika naar Japan naar Europa, van W0II over de sixties naar het jaar 4001. Van hier naar ginds, van het verleden over het heden naar de toekomst, maar niet noodzakelijk in die volgorde. Sans soleil laat zich niet vastpinnen op een genre en laveert tussen de documentaire, de fictiefilm, het essay, het politieke manifest, het autobiografische onderzoek. Een film over film, zoveel is zeker. Een film over zijn maker, dat is ook duidelijk, ook al weten we weinig of niets over de man. Zelf omschrijft hij zijn lange en legendarische carrière als volgt: Né en 1921. A pas mal voyagé, un peu écrit et photographié, et fait de temps en temps un film. Entre autres: Le joli mai (1963), La jetée (1962), Si javais quatres dromadaires (1966), Lambassade (1973), Le fond de lair est rouge (1977), Sans soleil (1982), Le tombeau dAlexandre (1993), Level Five (1996). Compose en 1998 le CD-Rom Immemory. Het werk wordt geacht voor zich te spreken want Marker is het pseudoniem voor een Franse cineast die al die jaren de media schuwt. Hij leidt allesbehalve het leven van een kluizenaar maar poseert nooit voor de camera en staat geen interviews toe. De uitzondering bevestigt de regel: naar aanleiding van het verschijnen van Sans soleil op dvd wist Libération hem begin maart te strikken voor een uniek en afgemeten vraaggesprek via e-mail (het vorige dateerde van vijftien jaar geleden en verliep per fax). Aan het begin van de jaren 80 bestond elektronische correspondentie nog niet, maar communiceren vanop afstand zonder enig visueel contact leek Marker toen al te boeien. De protagonisten van Sans soleil, stuk voor stuk alter egos voor de filmmaker, komen nooit in beeld: de anonieme vertelster leest brieven voor van een cameraman die tijdens zijn wereldreis op bezoek gaat bij een Japanse videokunstenaar en bezoek krijgt van een tijdreiziger uit de verre toekomst. De cameraman is in de ban van twee plekken, twee extreme polen van overleven: het arme Guinée-Bisaau en het rijke Japan. Het contrast tussen de ochtendlijke Afrikaanse vissershaven en de Aziatische metro bij spitsuur geeft een duidelijk beeld van heel verscheidene en toch gelijktijdige ervaringen van tijdverloop. De brievenschrijver citeert Racine, die stelde dat de mensheid in de loop van de 19de eeuw haar rekening met de ruimte vereffent en haar uitdaging van de 20ste eeuw zal vinden in het onderhandelen met de tijd. Sans soleil is een film (op pellicule) en bijgevolg een resoluut 20ste-eeuws werkstuk dat zich expliciet buigt over de gevolgen van de bemeestering van de tijd bij middel van de cinematografie.De gevolgen zijn niet min, zo veel is duidelijk ten tijde van een tv-oorlog. Beelden representeren niet de realiteit die zich live op afstand voltrekt. Beelden vertellen niet de waarheid. Ze herschrijven de geschiedenis en direct. Ze vervangen de werkelijkheid terwijl we er bijstaan. Sans soleil formuleert onze huidige diepgewortelde argwaan tegenover bewegende beelden nog als vragen naar het wezen van het filmische geheugen. De 80-jarige Marker behoort tot die cinefiele generatie (van Godard, Resnais...) voor wie de onttovering van het beeld geen bezwaar vormde voor het maken van een tegenbeeld. Champ-contre-champ oftewel shot-tegenshot: voor wijlen Serge Daney, de criticus van diezelfde generatie, was het precies die cinematografische vertelstructuur die in de tv-verslaggeving van de eerste Golfoorlog opvallend ontbrak. De kijker werd het perspectief van de inslaande bom voorgeschoteld zonder ooit de vernietigende impact ervan te kunnen aanschouwen. Een propere oorlog is niet zozeer een militaire dan wel een televisuele strategie die berust op leugen en manipulatie. Geen wonder dat onze beeldscepsis schril afsteekt bij Markers fundamentele nieuwsgierigheid naar de onbetrouwbaarheid van zijn favoriete medium.Sans soleil beoogt geen registratie van wat geweest is, de associatieve reeks van opnames van over de halve wereld wil geen document(aire) zijn van voorbije bezoeken aan de Kaapverdische eilanden, Japan, Portugal, IJsland, Ile-de-France en het eiland Sal. Marker presenteert geen beelden van daar en toen maar veeleer bouwstenen in zijn verhaal uit het hier en nu (anno 1982). Een verhaal dat vertrekt vanuit de vaststelling dat het geheugen onvolledig en onbetrouwbaar is en daarom misschien zijn toevlucht zoekt in het gefilmde relaas van het verleden. Ik film, dus ik besta? Was het maar waar! De fictieve cameraman herinnert zich januari allerminst, hij herinnert zich de beelden die hij in januari heeft geschoten. En dus zit er weinig anders op dan het bekijken en herbekijken van die beelden. Sans soleil is niet voor niets een montagefilm: eigen en andermans beelden worden geschouwd, geanalyseerd, becommentarieerd. Fascinatie wordt obsessie wanneer de filmmaker aan de hand van reismateriaal uit San Francisco een korte remake van Hitchcocks Vertigo inlast: een film die hij maar liefst 19 keer heeft (her)bekeken omdat het een prachtig voorbeeld is van een onmogelijke herinnering en van het delirium van het geheugen.Dit tijdreisverslag belandt niet toevallig bij de (Japanse) televisie, de memory box die via de poëtica van het zappen sporen van onbestaande herinneringen in onze dromen nalaat. Zonder enig special effect tovert de cineast de metro van Tokio om tot een elektronische bioscoop van het onderbewustzijn. De slaap van de indommelende pendelaars vult zich met tv-beelden, in hun collectieve droom versnelt de tijd tot een onirische audiovisuele vloedgolf. In Sans soleil omvat de werkelijkheid ook de verbeelding, de onwerkelijkheid van het beeld, de irreële Zone (een expliciete verwijzing naar Tarkovskys Stalker) van de droom en van de hallucinatie. De opnames vallen moeilijk aan één enkele blik toe te schrijven (de suggestie luidt dat de meeste het werk van de cameraman zijn) zodat de hele film aan een droomstructuur onderhevig lijkt. Maar over het contre-champ laat Marker geen twijfel bestaan: het zijn de beelden zelf die terugkijken, als hardnekkige herinneringen die het geheugen blijven bespoken. Zowel de Kaapverdische schone als de bevallige Japanse kaatst de blik van de mannelijke voyeur-filmer terug: net zoals in Vertigo keren de rollen zich om en verandert de jager ongemerkt in prooi.Een boutade: Sans soleil is een film die op groot scherm moet worden gezien. De bioscoopzaal is de uitgelezen plek om zich te laten meedeinen op Markers meanderende contemplatie van de technologie van het geheugen/het geheugen van de technologie. En toch: met de release op dvd is deze film-film eindelijk terechtgekomen in zijn natuurlijke habitat, die van de digitale omgeving. Sans soleil is ook een datafilm - zoals Dziga Vertovs De man met de camera (1924), Michael Kliers Der Riese (1984) of Harun Farockis & Andrei Ujicas Videogramme einer Revolution (1992). Het is een film waarin de ordening van de audiovisuele informatie verschillende andere mogelijke ordeningen suggereert. Marker is weliswaar gebonden aan de beperkingen van het lineaire verloop van de filmprojectie, maar de niet-lineaire en centripetale manier waarop hij zijn beeld, klank en (gesproken) tekst aan de kijker voorlegt, voorafspiegelt de open multimediastructuren van de cd- en dvd-rom. Sans soleil is begaan met de grens tussen herinneren en vergeten, tussen leven en dood. De film is een aaneenschakeling van gefilmde publieke plechtigheden van sterven en afscheid nemen. Het eerste en laatste ritueel is van eigen, filmische makelij. Bij aanvang wandelen drie kinderen in een weiland in IJsland, meteen gevolgd door een pikzwart beeld. De vertelster leest voor uit de brief van de cameraman: Een beeld van puur geluk dat nog het best aan het begin van een film staat in combinatie met een zwart beeld. Als de kijkers het geluk in het beeld niet hebben gezien, zullen zij tenminste het zwart zien. Aan het eind van de film duikt de opname van de drie kinderen weer op, dit keer gevolgd door een beeld van een lavastroom. De vertelster duidt: de exacte plek waar het drietal wandelde, is ondertussen overspoeld door de zwarte as van een vulkaanuitbarsting, en ook dat gebeuren is (door een andere cameraman) op film vastgelegd. De cirkel is rond, maar blijft toch open: dit verhaal had zonder twijfel ook via een ander parcours, via nog vele andere omwegen in ruimte en tijd kunnen worden verteld. Gezien vanuit 2003 en op dvd blijkt meer dan ooit hoe Sans soleil uit zijn cinematografische voegen wil barsten. Minder enthousiaste kijkers zullen zeggen dat dit geen film meer is. En ze hebben gelijk. Zoals zovele ceremonieën in Sans soleil laat de film zich vandaag zelf als een rite de passage bekijken, als een van de vele voorbodes van de digitale cultuur, als een herinnering aan de toekomst. In de woorden van de cameraman: Tijdens het filmen van de plechtigheid wist ik dat ik aanwezig was bij het einde van iets. En is het einde van iets niet altijd het begin van iets anders?Sans soleil (1982, 100 min.) en La jetée (1962, 29 min.) van Chris Marker in één enkele dvd-uitgave via www.artefrance.fr.Samenstelling: Herman ASSELBERGHSFerme ta BushOp alle tv-zenders loopt de propagandasoap Iraqi Freedom, het langverwachte vervolg op de oorspronkelijke Desert Storm-show. Wie zich tussen het betogen door van de zeldzame spitse Hollywood-commentaren op de kruistocht van Bush Père & Fils wil vergewissen, kan in de (betere) buurtvideotheek terecht voor: Starship TroopersPaul Verhoeven, 1997, 129 min.In de toekomst laat een stel mooie jongeren zich enthousiast inlijven bij het Amerikaanse leger want daar valt roem en avontuur tegen lichtsnelheid te rapen. Totdat de rekruten kennismaken met het slagveld: een bloederige strijd op een verre planeet met als tegenstander een leger van gigantische insecten die een stuk slimmer blijken dan gedacht. Deze zinloze oorlog wordt gevoerd voor de veiligheid van het hele mensdom: deze kitscherige sciencefiction moet wel een satire zijn. Three Kings David O. Russel, 1999, 114 min.Drie Amerikaanse soldaten hebben in de uren na het slot van de Golfoorlog hun zinnen gezet op een verborgen Iraakse goudschat. Met de moeder aller diefstallen in het verschiet trotseren ze graag het gifgas, de landmijnen, de tapijtbombardementen en de brandende olieputten. Maar wanneer ze merken dat de Iraakse burgers die door de VS werden opgeroepen tot revolte tegen het regime nu door hun bevrijders in de steek worden gelaten, zullen de dieven moeten kiezen tussen cynisme en menslievendheid. Gelukkig is dit een zwarte komedie en loopt alles slecht af.The Big Lebowski Joel Coen, 1998, 117 min. Twee losers van formaat lijken de seventies nooit ontsnapt. The Dude praat als een ouwe hippie en Walter als de eeuwige Vietnamveteraan die hij is. Hun perceptie van de werkelijkheid is even beperkt als hun gedemodeerde woordenschat. De moderne wereld lijkt een raadsel en kan hun worden gestolen zolang de ene zijn onverschilligheid en de andere zijn frustratie kan blijven botvieren. Inderdaad, deze exuberante, absurde komedie speelt zich af in Amerika ten tijde van de Golfoorlog.