Advertentie
Advertentie

Hervorming van de vennootschapsbelasting: eensgezindheid over de prioriteiten

Uit een recent colloquium dat de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) in het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) organiseerde, bleek duidelijk dat zowel bij regering, ondernemers als academici eensgezindheid heerst over de aangekondigde hervorming van de vennootschapsbelasting. Dat is absoluut noodzakelijk voor een goede positionering van België in de eenheidsmarkt.De Europese context is de uitdaging. In de economische en monetaire unie krijgt de fiscaliteit voortaan een strategisch belang als factor van concurrentie tussen ondernemingen. Al onze buurlanden werken aan een grotere fiscale aantrekkelijkheid van hun grondgebied. Zij doen dat door een inspanning te leveren om de nominale tarieven te verlagen en de belastbare grondslag uit te breiden; door de belastingdruk reëel te verminderen; door een investeringsvriendelijk klimaat te scheppen, onder meer door specifieke maatregelen voor KMOs, Onderzoek & Ontwikkeling en vorming; door maatregelen te treffen om de eenheidsmarkt voor al hun bedrijven toegankelijk te maken en bovendien buitenlandse investeerders aan te trekken.Om efficiënt in te spelen op de nieuwe uitdagingen voor het Belgische fiscale beleid, moeten we rekening houden met de specifieke aspecten van de verschillende economische actoren en moet een referentiekader worden uitgewerkt.Neem de KMOs. Hun specifieke problemen verschillen fundamenteel van de problemen van de middenstand die via een vennootschapsvorm actief is. De ene zullen er meer belang aan hechten de eigen middelen uit te breiden om hun groei te financieren, de andere zullen vooral de neiging hebben om hun vennootschap vanuit een patrimoniaal oogpunt te bekijken (toekomstig pensioenkapitaal).Deze uiteenlopende behoeften verklaren veel kritiek van de middenstand, terwijl de regering haar verbintenis om innoverende maatregelen te treffen om de KMOs te ondersteunen, naar best vermogen is nagekomen.Ook de behoeften van ondernemingen die transnationale activiteiten uitoefenen, verschillen fundamenteel van deze van bedrijven die hoofdzakelijk op het nationale grondgebied werkzaam zijn.Voor die bedrijven zouden in een efficiënt Belgisch fiscaal stelsel de volgende elementen moeten worden geïntegreerd: fiscale consolidatie; begrijpelijke regels voor transferprijzen; de afschaffing van de inhoudingen op dividenden, interesten en royaltys; grensoverschrijdende reorganisaties; recuperatie van in het buitenland opgelopen verliezen en tenslotte een voluntaristisch beleid voor het onderhandelen van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting.Het is dus heuglijk nieuws dat de politieke wil bestaat vernieuwende krachtlijnen te definiëren op het gebied van transferprijzen en op het geleidelijk invoeren van een regeling van fiscale consolidatie.Het concurrentievermogen van alle Belgische bedrijven waarborgen, betekent in de eerste plaats een zo goed mogelijk fiscaal klimaat aanbieden, dat op basis van eensgezindheid over onaantastbare principes van ons (internationaal) fiscaal beleid is georganiseerd.Deze principes, zoals de vrijstelling van de meerwaarden of de regeling van de definitief belaste inkomsten, kunnen niet meer systematisch voor elk begrotingsjaar op losse schroeven worden gezet zonder dat het onbehoorlijk wordt. Het vertrouwen van de ondernemingen dreigt dan af te zwakken.Ook de belastingadministratie zal van mentaliteit moeten veranderen. Ze moet steunen op een nieuwe cultuur met als voornaamste doelstellingen administratieve vereenvoudiging en rechtszekerheid.Voorts zal het nieuwe rulingsysteem een voorafgaande rechtszekerheid moeten bieden wat de toepassing van de wetten betreft. Deze hervorming impliceert dat de leden van de toekomstige rulingcommissie optreden als verantwoordelijke personen die zich durven verbinden.De ondernemingen zijn duidelijk voorstander van een hervorming van de vennootschapsbelasting als die op een structurele manier beantwoordt aan de echte problemen waarmee zij worden geconfronteerd. Het komt er niet alleen op aan geschenken van de fiscus te krijgen, maar ook zo goed mogelijk te kunnen ondernemen.Het merendeel van de maatregelen die door de regering worden voorgesteld, gaan de goede richting uit. Zij moeten alleen nog concreet gestalte krijgen. Bovendien moet nog dit jaar voorrang worden verleend aan een daling van de tarieven en mag vooral het overleg met de ondernemingen niet worden verwaarloosd. Er moet absoluut een consensus worden bereikt om structurele schade door compenserende maatregelen te voorkomen.Op korte termijn en rekening houdend met de beperkte budgettaire middelen waarover de regering beschikt, zullen de aangekondigde hervormingen waarschijnlijk bescheiden blijven. Belangrijk is echter dat zij in de prioriteiten van een langetermijnvisie passen. Jean BAETEN De auteur is fiscaal adviseur van het VBO