Advertentie
Advertentie

Het Berlare-artikel

Het parlement is een smeltkroes waarin het betere en het minder goede samenvloeien. Tot het beste van de voorbije week behoort het debat dat de commissie voor Institutionele en Bestuurlijke Hervorming van het Vlaams Parlement dinsdag hield over de volksraadpleging. Het was een gedachtewisseling van hoog niveau, ernstig, grondig en hoffelijk. Dat had alles te maken met de deelnemers, die stuk voor stuk in de parlementaire eredivisie spelen. Naast commissievoorzitter Norbert de Batselier (sp.a) waren het André Denys (VLD), Sven Gatz (VLD), Dirk Holemans (Agalev), Herman Lauwers (Spirit), Joris van Hauthem (Vlaams Blok) en Mieke van Hecke (CD&V).De paars-groene coalitie voert, op zowel het federale als het Vlaamse beleidsniveau, politieke vernieuwing en versterking van de democratie hoog in het vaandel. De burger moet nauwer bij het beleid worden betrokken, is haar devies. In uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord van 8 juli 1999 dienden de meerderheidsfracties een voorstel van decreet in over de invoering van de deelstatelijke volksraadpleging. Het Vlaams Parlement zou, op eigen initiatief of op verzoek van ten minste 150.000 Vlamingen, de bevolking kunnen raadplegen over een onderwerp dat behoort tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest.De Raad van State bracht over het voorstel een negatief advies uit. Niet alleen het (bindende) referendum, ook de (niet-bindende) volksraadpleging is strijdig met de grondwet, zegt de Raad. De decreetgevende macht wordt uitgeoefend door het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering. Wie daar de bevolking aan toevoegt, doet de grondwet geweld aan. Dat het parlement geen rekening hoeft te houden met de uitkomst van een volksraadpleging vindt de Raad van State geen argument. Het gezag en de druk die van het resultaat uitgaan, zullen zo groot zijn dat de volksvertegenwoordiging zich feitelijk gebonden voelt door het advies van de bevolking.De commissie voor Institutionele en Bestuurlijke Hervorming heeft dinsdag een paar uur gewikt en gewogen, en beslist het advies van de Raad van State niet naast zich neer te leggen. Laat ons groots zijn in de nederlaag, zei Sven Gatz. Maar helemaal gewonnen geven de regeringsfracties zich niet. Ze gaan na of er toch nog een uitweg is.De commissie kan alvast kennisnemen van de werkzaamheden van de federale parlementaire commissie voor Politieke Vernieuwing, die op 17 januari 2000 met ronkende verklaringen van premier Verhofstadt werd geïnstalleerd en die in de nevelen der tijd verdwenen is. Experts hebben een degelijk rapport opgesteld over directe democratie, dat door de commissie grondig werd besproken. Over de vraag of een volksraadpleging mogelijk is zonder grondwetsherziening waren de experts al even verdeeld als de politieke fracties. Ter wille van de constitutionele hygiëne lijkt het aangewezen met de invoering van de volksraadpleging - en waarom niet meteen van het referendum - te wachten tot de grondwet is herzien.DorpspolitiekWoensdag beleefde het Vlaams Parlement een van zijn mindere dagen. De plenaire vergadering besprak Onderwijsdecreet XIV en de meerderheidsfracties keurden het goed. Het is een zogenaamd verzameldecreet, een aaneenrijging van tientallen artikelen over de meest diverse aspecten van het onderwijsbeleid. Het Romeinse cijfer XIV wijst erop dat er elk jaar zon decreet van de parlementaire band rolt sinds Vlaanderen in 1989 bevoegd werd voor het onderwijsbeleid. Het zegt veel over de bestendigheid van de regelgeving.Onderwijsdecreet XIV is een uitschieter in de rij omdat het rijkelijk laat komt. Vele bepalingen ervan zijn van kracht sinds 1 september, maar het ontwerpdecreet werd pas half oktober in het Vlaams Parlement ingediend. Behoorlijk bestuur is anders. Het is niet de enige schoonheidsfout.Het decreet schrapt de verplichting van een gemeente onderwijs te organiseren als 16 ouders daarom verzoeken. Paars-groen heeft het recht die beleidskeuze te maken. Het is echter niet netjes dat te doen wanneer in het kerntakendebat tussen de Vlaamse regering, de provincies en de gemeenten nog volop gediscussieerd wordt over de vraag of onderwijs een kerntaak van de gemeente is.De grootste vlek op Onderwijsdecreet XIV is het Berlare-artikel. In de oorspronkelijke versie van het ontwerpdecreet stond dat gemeentescholen die worden overgedragen aan het vrij (katholiek) onderwijs lessen zedenleer moeten blijven verzorgen. De Raad van State vond die bepaling strijdig met de onderwijsvrijheid en kon enkel een uitdovende verplichting aanvaarden. De Vlaamse minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten (VLD), hield daar eerst rekening mee, maar op bevel van VLD-voorzitter Karel de Gucht herstelde ze de oorspronkelijke tekst. Tot daar toe. Maar ook die maatregel werkt terug tot 1 september 2002, de dag waarop de afdeling Overmere van de gemeenteschool van Berlare, waar De Gucht in de oppositie zit, werd overgedragen aan het vrij onderwijs. De meerderheidsfracties lieten met een decreet dorpspolitiek bedrijven. A propos, moeten ze nu in Overmere inhaallessen zedenleer geven?SabenaHet wekelijkse dieptepunt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers was de plenaire bespreking van de bevindingen van de bijzondere commissie die de ondergang van Sabena heeft onderzocht. De commissie had al een verslag uitgebracht dat in de aanwijzing van politieke verantwoordelijken zwak uitviel. Het plenaire debat kwam helemaal in het partijpolitieke vaarwater terecht. De klemtoon lag te zeer op het inhuren, met overheidsgeld, van een advocaat door de federale minister van Overheidsbedrijven, Rik Daems (VLD), voor zijn persoonlijke verdediging. Wat Daems daarover verklaarde, strookt volgens de commissie niet met de waarheid. Een bagatel is dat niet, maar het gaat niet om de essentie.De essentie is dat door toedoen van Swissair, maar niet minder door jarenlang wanbeleid van de Belgische overheid de meerderheidsaandeelhouder het staatsbedrijf Sabena is failliet gegaan. Een bedrijf met bijna 12.000 werknemers, waarvan opeenvolgende generaties belastingbetalers het kapitaal hebben geleverd en het verlies hebben gedragen.De ondergang van Sabena is niet de exclusieve verantwoordelijkheid van deze regering, maar als laatste in de rij draagt ze wel de eindverantwoordelijkheid. Alle regeringen sinds ten minste de jaren 1960 delen in de schuld. Was het daarom te veel gevraagd dat de minister die bevoegd is voor de Overheidsbedrijven de politieke verantwoordelijkheid zou opnemen voor dat jarenlange collectieve falen? Rik Daems had een symbolisch gebaar kunnen stellen. Hij heeft het niet gedaan. De paars-groene kamerleden hadden hem daartoe kunnen aanzetten of verplichten. Zij hebben het niet gedaan. De volksvertegenwoordigers van de meerderheid zwichtten andermaal voor partijbelang en machtsbehoud. Hoe willen ze dan van de burger gezag, prestige en achting afdwingen?