Advertentie
Advertentie

Het BIPT staat op zijn onafhankelijkheid

BRUSSEL (tijd) -'Drie factoren zijn bijzonder belangrijk om als nationale regelgever voor telecommunicatie in je taak te slagen. In alles wat je doet, moet je steeds het langetermijndoel voor ogen houden: de liberalisering van de telecommunicatiemarkt, niet alleen in de theorie (de regelgeving), maar ook in de praktijk (op het terrein). Je mag ook niet alles willen reguleren tot in de kleinste details. Zoniet loop je helemaal vast. Geef liever de dynamiek van de markt een kans. Het allerbelangrijkste is dat je er voor zorgt dat je als nationale regelgever ten opzichte van iedereen je onafhankelijkheid kan bewaren', stelt Erik van Heesvelde, administrateur-generaal van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT). De nationale regelgever voor telecommunicatie viert vandaag zijn vijfjarig bestaan. Weinig instellingen hebben in de voorbije vijf jaar de context waarin ze moeten werken zo sterk zien evolueren als het BIPT. 'We werden opgericht op basis van de nieuwe wet op de overheidsbedrijven van 1991, waaronder de toenmalige RTT, de voorloper van Belgacom, viel. Die RTT had nog steeds voor alles het monopolie. Er waren enkele uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld private netwerken. We moesten er bij onze start in 1993 op de eerste plaats op toezien dat het monopolie van Belgacom, dat nog op vrijwel alle terreinen bestond, werd gerespecteerd. Met de volledige liberalisering van de telecommunicatiemarkt op 1 januari 1998 is er van een monopolie geen sprake meer. Het komt er nu in de eerste plaats op aan ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde kansen krijgt. Het was vijf jaar geleden reeds duidelijk dat we naar deze situatie zouden evolueren en daar is, in de mate van het mogelijke, door onze stichters rekening mee gehouden', stelt Erik van Heesvelde.