Het comfort van domheid

Ik moet het toegeven: ik luister nooit naar Radio 1. Niet omdat er slechte programma's worden op uitgezonden, omdat de muziekkeuze niet te harden is of de presentatoren onuitstaanbaar zijn. Nee, dat is bij Radio 1 niet beter of slechter dan elders. En toch luister ik niet naar die zender. Mijn radio staat zo goed als onafgebroken op Klara. Niet omdat ik zo'n liefhebber van klassiek ben of van diepgravende programma's. Ik ben er mij zelfs zeer bewust van dat ik op die manier schitterende programma's als 'Jongens & wetenschap' of 'Heldenmoed' mis, terwijl ik naar de zoveelste van Beethoven of een artistiek praatprogramma luister. Nee, als ik mijn radio op Klara laat staan, is het uit pure luiheid. Geef mij een televisie en ik begin hyperkinetisch te zappen, op zoek naar een mythisch interessant programma (dat meestal niet bestaat). Geef mij een radio en het is net omgekeerd. Elke bedieningsknop is er te veel aan. Een radio moet spelen en daarmee basta. Voor mijn part is zelfs een aan- en uitknop overbodig. Zolang een radio mij niet ergert, blijft hij spelen. Desnoods eeuwig. Helaas, Radio 1 (en overigens ook Radio 2 & Donna & StuBru) zijn totaal ongeschikt voor dergelijke continue beluistering. Hun al dan niet uitstekende programma's worden om het uur onderbroken door dit soort boodschappen: - Dat was een grote brand, he Simone. Die arme mensen hebben alles verloren. - Gelukkig is hun verzekeringsmakelaar al langsgekomen. - En was het een schone vent, Simone? (pauze) - Simone, wat was het adres van die makelaar? Of: - Ha, Sonja kindje. Hoe is het met de verbouwing? - Wij hebben een Vaillant laten installeren. - Opschepper! (pauze) - Gerard, waarom hebben die van hiernaast een Vaillant en wij niet? (Als u het niet zou weten: een Vaillant is een banale geiser) Of: - Mireille, heb jij efkes tijd? Heb jij het al gehoord van die 2 miljoen van de Lotto? Niet doorvertellen, hoor. Sonja en Simone en Annemie en de rest heb ik al gebeld. Zeker niet verder vertellen, hoor. Of: (na een serie dubbelzinnige voetbaltermen, gevolgd door enig protest van een vrouwenstem en een luide klap) Nooit te vlug willen scoren als je een vrouw probeert te versieren. Altijd met voetbal in het hoofd? Voetbalmagazine! Ik hou van reclame. Of toch van televisiereclame. Spots als 'Even Apeldoorn bellen' zijn meesterwerken van humor. Ze zijn zelfs intelligent te noemen. Denk maar aan die waarin Televisiemaker Ralph Inbar zijn dak aan het herstellen is, de ladder valt om, hij hangt hulpeloos aan de dakgoot. Twee joggers passeren, maar herkennen Inbar als de man van het verborgen cameraprogramma 'Banana Split', vinden het een goede grap en laten hem rustig hangen. Of de rugbymatch van William Lawson-whisky, u weet wel, met de Schotten die hun kilt opheffen. Radioreclame is echter van een heel ander niveau. En dat ligt niet aan de opdrachtgevers. Onze grote banken, waarvan je toch enige stijl zou verwachten, blinken in hun radioreclame al evenzeer uit door platvloersheid. Wat te denken van de man die aanbelt bij zijn eigen huis en door zijn vrouw niet binnengelaten wordt als hij niet de naam van 'de poedel van ons moe' weet te noemen. Bent u ook zo achterdochtig, beleg dan bij Bank X. Of er is het verhaal van Jessy, junior productmanager bij een groot telecombedrijf. Ondanks haar fraaie jobbenaming mag ze enkel rotklusjes doen als kopieren en koffie zetten. En bovendien wordt ze seksistisch behandeld door haar mannelijke collega's. Dat is uit het leven gegrepen. Helaas is Jessy niet de heldin van deze reclamespot, integendeel, ze komt erin naar voor als een superdom wicht. Dat ze zich laat uitbuiten en misbruiken is niet het probleem. Wel dat ze haar geld niet bij de bewuste bank belegt... Dit soort radioreclame, bevolkt met overjaarse grappen afgekeken van de achterkant van een scheurkalender, lijkt steeds meer een trend. De personages, maar impliciet ook de luisteraar, voor een nitwit, een onbenul en een onnozelaar houden, is een groot succes. Het gros van de bevolking dat naar de radio luistert, bestaat blijkbaar alleen maar uit oversekste roddelwijven die jaloers zijn op hun buren, en macho's die achter de vrouwen aanzitten. Als wij even van de hypothese uitgaan dat radiomakers, en radioreclamemakers in het bijzonder, het volk geven wat het volk verlangt (volgens de beste liberaal-populistische principes), wil dat volk dus niets anders dan een 'Publikumsbeschimpfung', dan wil het de huid volgescheten worden, voor idioot gehouden worden, dan wil het zichzelf als een karikatuur opgediend zien. En dat is, inderdaad, wat het volk wil. Niet dat wij allen idioten zijn. Integendeel. Wel, dat wij er graag voor gehouden worden. Domheid, idiotie, onbenulligheid hebben vandaag een ongekende glamour. Enkel wie voor een dwaas, een simpele geest of een doodgewone lul versleten wordt, heeft kans op populariteit in de politiek of de media. De mediafiguur of politicus in kwestie hoeft helemaal niet dom te zijn, hij kan (en moet bij voorkeur) een doortrapte smeerlap, een machiavellist en een machtswellusteling zijn. Als wij hem maar voor een doodgewone idioot houden. Als hij maar lijkt op een personage uit 'Dumb and dumber', als hij maar overkomt als het minder begaafde broertje van Forrest Gump. Domheid is in, domheid is sexy, domheid betekent succes, domheid verkoopt. Zoals radioreclame ten overvloede aantoont. Dat is niets nieuws. In onze cultuur bestaat er al eeuwen een bizarre mythische aanbidding van de 'armen van geest'. Met reele minderbegaafdheid heeft dat nauwelijks iets te maken. Domheid is in de westerse cultuur een mythe. Een mythe die niet op zich staat, maar die als een soort tegenpool, als een schaduw fungeert. Een schaduw van het rationalisme, de verlichting en het modernisme. Schrijvers als Friedrich Nietzsche, Fedor Dostojevski (onder meer in zijn roman 'De Idioot'), Robert Musil of zelfs Michel Foucault hebben de idioot, de onbenul naar voren geschoven als een mythische figuur, een heiland die ons moet redden van alles wat in de rationele wereld fout gaat. Orlando Figes ging in zijn mooie boek 'Natasja's dans' nauwkeurig na hoe die rol van de idioot vanaf de 18de eeuw in Rusland door de boer werd gespeeld. Als reactie tegen het hof van Sint-Petersburg, tegen de verwestersing en modernisering van Rusland ontstond de mythische figuur van de Russische boer, de koelak, die in een eindeloze reeks dikke 19de-eeuwse romans verheerlijkt werd. En die bij Dostojevski heuse mythisch-religieuze dimensies kreeg. Met de echte Russische boeren had dat helemaal niets te maken: het was een antimodernistische mythe, bedacht door burgerlijke schrijvers die nooit een boer van dichtbij hadden gezien. Precies hetzelfde procede is vandaag in de media aan het werk. De idioten met wie de radioreclame bevolkt is, worden bedacht door zeer intelligente reclamemakers. Het imago van een Sylvio Berlusconi, Steve Stevaert of Arnold Schwarzenegger is bedacht door geslepen mannetjesmakers en mediamakers. Domheid is vandaag een intellectuele constructie. Wij zijn niet dom, wij houden ons dom. Waarom? Omdat het gevaarlijk is als intelligent over te komen. Verstand, ratio, intelligentie en een intellectueel zijn, betekent medeplichtig zijn aan alles wat rationeel misgaat in deze wereld (en wat gaat niet mis?). Wie rationeel is, is medeplichtig. Maar wie dom is (of zich dom houdt) is onschuldig. Hij of zij is het slachtoffer. Het slachtlam. Hij ondergaat de wereld en begrijpt zelfs niet wat hem of haar overkomt. Domheid is vandaag een masker. Een masker dat men - met veel intelligentie - opzet om aan zijn verantwoordelijkheid te ontsnappen. Want wat is er makkelijker, aangenamer, en comfortabeler dan zich dom te houden? Tekst: Marc Holthof Illustratie: Ief Claessen