Het echte debat over energie gaat niet over kernenergie

Een Belgische keuze voor het einde van kernenergie is verheugend maar niet meer dan logisch. De Europese Unie heeft bij monde van het EU-commissielid van Milieu, Margot Wallström, gesteld dat de toekomst van Europa er een zal zijn zonder kernenergie. Vergeten we niet dat België met zijn grote afhankelijkheid van kernenergie in de Europese Unie een uitzondering is. In Nederland is slechts 5 procent elektriciteit afkomstig uit kernenergie. In 2007 sluit daar zelfs de laatste kerncentrale. België put 55 procent van zijn stroomvoorziening uit kernenergie. Tegenstanders pakken graag uit met het gegeven dat de nucleaire industrie bijna geen CO2 produceert. De nucleaire industrie ziet zich ondertussen al graag als de redder van het Kyotoprotocol, waarvoor België zijn CO2-uitstoot tegen 2010 met 7,5 procent moet verminderen. Kernenergie, een schone energiebron? Weinig waarschijnlijk, als we weer kijken naar onze noorderburen, die zonder kernenergie er toch in slagen een pak minder CO2 uit te stoten dan de Belgen. Bovendien is het etiket schoon voor kernenergie sterk overdreven. Hoe moeten we dan de gigantische radioactieve afvalberg van de nucleaire industrie omschrijven? Wallström heeft ook al laten weten dat het welslagen van het Kyotoprotocol niet afhangt van kernenergie. Agoria, de federatie van de technologische industrie, liet vorige week in de media verstaan dat een toekomst zonder kernenergie onmogelijk is. Agoria schermt met verlies van werkgelegenheid, hogere elektriciteitstarieven en meer uitstoot van broeikasgassen. Het door Agoria op gang gebrachte debat lijkt veel op een afleidingsmanoeuvre. De aandacht wordt daarmee afgeleid van het echte debat: een vooruitstrevend duurzaam energiebeleid.België moet werk maken van een beleid met aandacht voor alternatieve energiebronnen, zoals windmolens en zonne-energie, en voor een mentaliteitswijziging. België heeft de grootste energie-intensiteit van de hele EU en is naast Spanje het enige land waar het energieverbruik na 1990 nog is toegenomen. Waarom komt een Fin in het koude Noord-Europa toe met heel wat minder energie? Omdat milieu hier nog altijd stiefmoederlijk behandeld wordt, omdat milieubeleid hier als een afzonderlijk beleidsthema wordt behandeld. Milieu- en energiebeleid moet een onderdeel worden van every day policy. In alle sectoren (landbouw, industrie, transport, huishoudens en afvalbeleid) moet bij elke beslissing worden nagedacht over het energieverbruik en daarbij samenhangend de milieueffecten.De uitdaging is werk te maken van de uitvoering van het Kyotoprotocol. Doel van dat protocol is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om de opwarming van ons klimaat te beperken. En dit kan, in tegenstelling tot wat tegenstanders beweren, zonder nefaste gevolgen voor de economie en voor onze levensstijl. Velen lijken niet te beseffen welke mooie kansen een ambitieus beleid met zich meebrengt. Zo blijkt uit een Oostenrijks onderzoek dat een progressief beleid, gestoeld op de Kyotorichtlijnen, in dat land 25.000 tot 40.000 jobs zal opleveren. Onlangs liet de directie van een chemiemultinational me weten dat met een aantal windmolens op hun bedrijfsterreinen ze quasi volledig kunnen voorzien in hun energiebehoefte.De argumenten van Agoria worden dus in de industrie zelf onderuit gehaald. In het beleid moeten bedrijven die milieu-inspanningen leveren beloond worden, industrieën die volharden in de boosheid moeten worden gestraft. Een middel is de invoering van een CO2-energietaks. Dus ook een energietaks, zodat de nucleaire industrie, die weinig CO2 uitstoot maar wel met een groot afvalprobleem kampt, de dans niet ontspringt.Energieprijzen moeten dringend de waarheid gaan vertellen. Het vrijemarktprincipe houdt nu geen rekening met milieueffecten op langere termijn. Omdat geen of een veel te lage prijs in rekening wordt gebracht voor milieuvervuiling in onze consumptiegoederen, is de productie van de bedrijven milieuonvriendelijk en consumeren we te veel. Door een energietaks worden de milieukosten wel zichtbaar en zal de consument milieubewuster kopen en dus zuiniger omspringen met energie. Het zou een verplichte maar wel gedifferentieerde taks moeten zijn. Bedrijven die gebruikmaken van energie-efficiënte technologieën kunnen een gedeeltelijke vrijstelling krijgen op de energietaks. De opbrengsten van de CO2-energietaks moeten gebruikt worden voor de financiering van alternatieven voor kernenergie en duurzame initiatieven in energieverslindende sectoren. Het halen van de Kyotonormen vergt doortastende maatregelen in openbaar vervoer en duurzaam bouwen. Allerlei onderzoeken bewijzen dat het huishoudelijke energieverbruik drastisch naar beneden kan. Een toekomstgericht energiebeleid handelt niet over kernenergie. Dit is een afleidingsmanoeuvre van behoudsgezinde ondernemers. De toekomst is aan duurzame ondernemers. Zij zullen de concurrentieslag dankzij een belonend energiebeleid, winnen. De consument lust geen kernenergie maar wel duurzaam geproduceerde producten. Kathleen VAN BREMPT De auteur is sp.a-europarlementslid en lid van de commissie Leefmilieu.