Het geld van de vakbondStefaan HUYSENTRUYT

De financiën van de vakbonden in dit land zijn altijd omgeven geweest met een waas van geheimzinnigheid. En daar is ook een goede reden voor. De bonden zijn er als de dood voor dat het patronaat aan de weet komt hoeveel er in hun stakingskassen zit. Wie de financiële sterkte van zijn tegenstrever kent, weet hoe lang die weerstand kan bieden. Dus blijft dat best een goed bewaard geheim, is hun redenering.Maar geheimen hebben ook hun nadelen. Als algemene regel geldt dat wat het daglicht schuwt, niet koosjer is. Ook het ontbreken van rechtspersoonlijkheid, in naam van de maximale bescherming van het stakingswapen, bezorgt de bonden een vrijbuitersimago. Het heeft veel weg van luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden. In woorden klaagt de vakbondswereld de internationale almacht van de financiële wereld aan, wordt het bankgeheim met de grond gelijk gemaakt en worden de financiële paradijzen aan de schandpaal genageld. In daden hield de christelijke vakbond ACV tot voor enkele jaren een rekening aan in het Groothertogdom Luxemburg bij het zo verguisde KB-Lux omdat, jawel, zo voorkomen werd dat er beslag op de stakingsgelden kon worden gelegd. In woorden pleiten de bonden voor meer solidariteit, wordt het zwartwerk bekampt en is de vrijwaring van de sociale zekerheid een prioriteit. In werkelijkheid blijken zwarte premies en achterstallen bij de RSZ tot de bedrijfscultuur te behoren van de Brusselse afdeling van de socialistische bediendenbond BBTK.Gelukkig heeft de federale socialistische vakbond ABVV het excuus dat hij moeilijk over dezelfde kam geschoren kan worden als zijn Brusselse bediendencentrale. Het ABVV heeft in tegenstelling tot het ACV, nog altijd relatief weinig vat op zijn sectorale instanties. Dat zijn moeilijk inneembare baronieën met aan het hoofd al te vaak potentaten die zich aan de kleine man, die ze geacht worden te verdedigen en te vertegenwoordigen, weinig gelegen laten. Het klopt dat de federale ABVV-top er nu alles aan doet om zijn greep op de centrales te vergroten en die, ook financieel, in het gareel te doen lopen. Maar dat gebeurt rijkelijk laat en, wat Brussel betreft, te laat.Bovendien, zelfs als het ABVV erin slaagt intern orde op zaken te stellen, is de kous niet af. Het volstaat niet de interne transparantie te vergroten. Ook naar buitenuit moeten de vakbonden dringend aan transparantie winnen. Ze eisen terecht dat het bedrijfsleven aan corporate governance doet, maar over union governance wordt nooit gerept. Nochtans hebben ook de bonden stakeholders. Ze kunnen hun rol in het maatschappelijke middenveld maar legitimeren als ze aan de maatschappij ook maximale verantwoording afleggen over hun reilen en zeilen. Het is de vraag of dit kan zonder rechtspersoonlijkheid aan te nemen.