Advertentie
Advertentie

Het glazen huis

(tijd) Boeken worden tegenwoordig niet alleen geschreven, uitgevers en auteurs stellen ze ook voor. Soms is de voorstelling minstens zo belangrijk als, zo niet belangrijker dan het boek. Tot die categorie kan Het einde der pilaren worden gerekend, dat dinsdag in De Schelp, de conferentieruimte van het Vlaams Parlement, ten doop werd gehouden.Het einde der pilaren is het schriftelijke resumé dat Dirk Achten (De Standaard) en Yves Desmet (De Morgen) hebben gemaakt van de urenlange gesprekken die VLD-voorzitter Karel de Gucht en Johan van Hecke, de voorman van de Nieuwe Christen-Democratie (NCD), in juli in Toscane hebben gehouden.Als men CD&V-voorzitter Stefaan de Clerck mag geloven, kan een dialoog tussen Karel de Gucht en Johan van Hecke uitermate revelerend zijn. Dat politici hun opvattingen, ideeën en inzichten over maatschappelijke vraagstukken op papier zetten, is verdienstelijk. Maar men heeft niet de indruk dat Vlaanderen met ongeduld zat te wachten op een gedachtewisseling tussen de voorzitter van de VLD en de gewezen voorzitter van wat toen nog de CVP heette.Het einde der pilaren heeft pas betekenis gekregen door de partijpolitieke ontwikkelingen en manoeuvres van de voorbije maanden, meer bepaald de verwijdering en uiteindelijke breuk tussen Johan van Hecke en de CD&V, en diens toenadering tot de VLD, die zich aan het uitbouwen is tot wat een brede volkspartij wordt genoemd. Het boek bewijst of zou moeten bewijzen dat de liberaal-democratie van De Gucht en de christen-democratie van Van Hecke ideologisch zo dicht bij elkaar liggen, dat voor beide plaats is onder hetzelfde partijdak.De publicatie van het boek past helemaal in dat toenaderingsscenario, waarvan nog steeds niet duidelijk is of het geschreven werd vóór, tijdens of na de Toscaanse juli-dagen en waarvan de slotsequentie hoogstwaarschijnlijk bestaat in de vorming van een brede, open volkspartij. De voorstelling van Het einde der pilaren, waarop nagenoeg alle liberale prominenten en de hele NCD-top aanwezig waren, is uitgegroeid tot de eerste publieke manifestatie van de partij-in-wording.Intussen reist Karel de Gucht tijdens deze donkere dagen Vlaanderen rond om het liberale voetvolk toelichting te verstrekken bij zijn visie op de politieke herverkaveling en te overtuigen van het nut en de noodzaak van een grote volkspartij en wellicht ook om hier en daar wat scepticisme weg te nemen. De Gucht wil van de VLD de grootste partij van Vlaanderen maken en bij de volgende verkiezingen ten minste drie procentpunten voorliggen op de CD&V, om incontournable te zijn bij de federale en later de Vlaamse regeringsvorming. Met een CD&V die de erosie van haar traditionele kiezerskorps vooralsnog niet lijkt te kunnen te compenseren door vruchtbaar oppositiewerk, is dat niet eens zo moeilijk.De driemaandelijkse peiling van La Libre Belgique die er aankomt, zal met het gebruikelijke voorbehoud tegenover electorale peilingen een eerste indicatie geven van de reactie van de bevolking op de partijpolitieke ontwikkelingen van het tweede semester. Maar het gedrag van de kiezer is na het wegvallen van de pilaren erg onvoorspelbaar geworden. En van nu tot aan de verkiezingen kan er nog heel veel gebeuren.TestbeeldHet was gisteren, vrijdag, dertig jaar geleden dat de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap werd geïnstalleerd, de voorloper van het Vlaams Parlement. In het leven van een instelling of organisatie is dertig jaar niet meteen een bijzondere verjaardag. Het Parlement van de Franse Gemeenschap, waarvan de voorloper, de Conseil culturel, op 6 december 1971 zijn installatievergadering hield, achtte het niet nodig zijn dertigste verjaardag te vieren. Daar valt iets voor te zeggen. Is het omdat de Vlamingen een volk van feestvierders zijn, dat zijn volksvertegenwoordigers het wél gepast vonden dat te doen? Of kwam het omdat het Vlaams Parlement achteloos aan zijn 25ste verjaardag is voorbijgegaan (met als verzachtende omstandigheid dat er in maart 1996 bij de ingebruikneming van het nieuwe gebouw uitvoerig gevierd werd)?Voor de herdenking van zijn dertigste verjaardag heeft het Vlaams Parlement een even originele als controversiële formule gekozen. Geen plechtige vergadering, geen academische zitting, maar een heuse anderhalf uur durende live televisie-uitzending, en dat al op woensdag 5 december.Het glazen huis, zoals het spektakel heette, richtte zich blijkbaar niet tot alle Vlamingen, van wie de parlementsleden nochtans de vertegenwoordigers zijn. Dat kan worden afgeleid uit de exclusieve samenwerking met de openbare omroep, uit de programmering op Canvas, het VRT-net voor het betere werk, en uit het tijdstip van de uitzending: van 14.30 tot 16 uur, het ogenblik waarop de meerwaardezoeker geacht wordt aan het werk te zijn, zeker in het tijdvak van de actieve welvaartsstaat. Volgens de kijkcijfers hebben er 30.000 Vlamingen de rechtstreekse uitzending bekeken; de herhaling, woensdagavond laat, droeg de belangstelling weg van 23.500 Vlamingen. En zeggen dat het testbeeld van de VRT op 50.000 kijkers kan rekenen, merkte een volksvertegenwoordiger op.Over het initiatief waren achteraf weinig parlementsleden tevreden. Velen voelden zich als figuranten in een theaterstuk. Het was inderdaad wat gênant te zien hoe gewillig de dames en heren zich overgaven aan de programmamakers van de VRT. Het scheelde trouwens geen haar of Het glazen huis was met lege CD&V-banken begonnen. Toen tien minuten vóór de uitzending begon, Jo Declercq, alias Jo met de Banjo, de parlementsleden kwam uitleggen hoe ze op zijn bevel moesten applaudisseren, voelden enkele christen-democraten zich zo ongemakkelijk dat ze er even over dachten de Koepelzaal te verlaten.De tv-uitzending had als belangrijkste verdienste dat de parlementsleden hun hart konden luchten. Isabel Vertriest (Agalev) klaagde over de vele regeltjes, die beletten dat er tijdens een discussie voluit kan worden gegaan. Ludwig Caluwé (CD&V), die ook gemeenschapssenator is, legde de vinger op de wonde van de logge procedure, waardoor vragen en interpellaties pas weken na de indiening beantwoord worden. Ongenoegen was er ook over de plenaire debatten, die te saai worden gevonden (André Denys, VLD) of te veel een herhaling van de commissiebesprekingen (Ludo Sannen, Agalev). De media in het algemeen en de VRT in het bijzonder kregen van de volksvertegenwoordigers het verwijt dat zij te weinig aandacht hebben voor het Vlaams Parlement. De VRT-journalisten verweerden zich met het argument dat de werkzaamheden te technisch en te saai zijn. Sp.a-fractieleider Bruno Tobback repliceerde gevat dat een parlement er niet is om leuk te doen, maar om goed te besturen, en dat dit nu eenmaal een ernstige en bijwijlen technische aangelegenheid is.En dan was er de onvermijdelijke Herman de Croo, de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, die in een vooraf opgenomen videostukje met veel dédain sprak over een assemblee waar iedereen dezelfde kant opkijkt wanneer men fluit als het gaat over de belangen van het eigen volk en liet uitschijnen dat hij Vlaanderen iets te klein vindt om zon groot parlement te hebben. De Batselier heeft De Croo meegedeeld dat zijn verklaringen totaal misplaatst waren. De denigrerende opmerkingen van de eerste burger van een federale staat over het parlement van een deelstaat, waren inderdaad beneden alle peil. Het stemt tot nadenken dat zo iemand voorzitter kan worden en blijven van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.