Advertentie
Advertentie

Het HISK prijst zich aan

Het stormt in het kunstonderwijs. De Europese wil tot academisering van het hoger onderwijs schudt ook de kunsthogescholen stevig door elkaar. Misschien is het daarom dat de algemene directeur van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK), Johan Swinnen, in zijn gedreven tekst voor de catalogus van de laureatententoonstelling zon hoge borst opzet. Overtuigd van de juiste koers die het succesvolle HISK vaart, lijken het bestaansrecht en de toekomst verzekerd. In de perstekst suggereert Swinnen zelfs dat voor de toekenning van doctoraten het HISK een leidende rol kan spelen.Nochtans is het allemaal niet zo vanzelfsprekend. De academisering van het hoger onderwijs gaat er op voorhand van uit dat een academische vorm van onderwijs superieur is aan elke andere vorm van onderwijs. Bovendien neemt men als norm voor de academisering het wetenschappelijke paradigma. Dat zoiets moet botsen met vermoedelijk de fundamenteel moeilijkste vorm van onderwijs die er bestaat, namelijk kunstonderwijs, komt nergens ter sprake in de twee teksten van Swinnen.Met zijn unieke positie in het Vlaamse onderwijslandschap kan het HISK zich als enige posthogeschoolopleiding beeldende kunsten vermoedelijk snel vinden in de nieuwe structuur van het bachelor-mastersysteem. De gewone hogescholen kunnen onderling vechten voor het creëren van bachelors en masters. Het HISK kan makkelijk als enig instituut de rol voor de toekenning van een doctoraat in de beeldende kunsten voor zich opeisen. Vermoedelijk is het daarom dat zij zich weinig zorgen lijken te maken over de toekomst.Het HISK is een instituut dat het Scandinavische model voor kunstonderwijs naar België heeft overgebracht. Ten eerste is er een strenge selectie die slechts een beperkt aantal jonge kunstenaars toelaat die al een diploma op zak hebben. Ten tweede werkt men hoofdzakelijk met gastdocenten, waardoor studenten aan de soms almachtige wil van een vaste praktijkdocent kunnen ontsnappen. Elke vorm van onderwijs zou op individuele leest geschoeid moeten zijn. Het HISK is een van de weinige instituten die deze norm kan waarmaken.De opleiding duurt minstens twee jaar. Nadien kan een student een aanvraag indienen om laureaat te worden. In 2002 zijn er acht laureaten, die op dit moment werk tentoonstellen in het Sint-Jorispand van het Elzenveld. Het is een klassieke eindejaarstentoonstelling zoals op elke academie, maar dan wel met een beperkt aantal afgestudeerden. En dat komt de lancering in de kunstwereld, die worstelt met zijn selectiemechanismen, natuurlijk ten goede.Van de acht laureaten zijn er vier vrouwen en vier mannen: drie Belgen, drie Nederlanders, een Noor en een Namibiër. Zo internationaal als de samenstelling van de laureaten is, zo experimenteel is de vormentaal waarin deze jonge kunstenaars zich uitdrukken.Fanny Zaman gaat daarin het verst. Zij heeft een installatie opgebouwd met allerlei goedkope materialen. Het vertrekpunt is de structuur van de tegelvloer in het Elzenveld. Met bruine tape heeft ze er een raster op aangebracht. Even verder staan er korte houten blokjes die de structuur van de vloer volgen. Fotos met een appartementsgebouw verscholen achter bomen leggen de link met realiteit. Haar werk is een soort van anatomie van de moderne ruimte die geanalyseerd en opnieuw gespeeld wordt.Geen wonder dat ze tesamen met Virginie Bailly een gemeenschappelijk werk gemaakt heeft. Ook bij Bailly speelt de ervaring van de grootstedelijke ruimte een centrale rol. In de videos van Bailly worden fragmenten uit de realiteit gelicht en praktisch onherkenbaar gemaakt. Men tast in het duister over het exacte gebeuren in het werk van Bailly. Is Tension between two een nachtelijke opname van een verluchtingsrooster met een struik ernaast? Is Impression of light een opname van een tafeltje in een trein waarop het licht verschillende schaduwen werpt? Men komt het niet te weten, want Bailly houdt de sleutels tot haar werk stevig verborgen.Wim Wauman geeft in zijn fotos meer prijs, maar verontrust nog sterker. Een foto van een fluoblauw meer en daarnaast een foto van een volledig vervallen wijk met een middeleeuwse toren ergens in het zuiden badend in mist of rook, vormen een soort van hedendaagse landschapsfotografie die idylle en vervuiling in een perfect evenwicht met elkaar plaatsen. Een everzwijn dat vrolijk rond toetert in het afval van een sloppenwijk is een al even frapperend beeld. Tijd voor een zondvloed, zo moet de curator van deze tentoonstelling, Theo Tegelaers, gedacht hebben en hij plaatste er een hedendaagse variatie van het bijbelse zondvloedverhaal door Susanne Ouwerkerk naast. Het is een klassieke installatie waarin verschillende fragmenten op een evenwichtige manier samengebracht zijn. Het is een compositie die zo uit de tweedimensionale realiteit van het doek de driedimensionale realiteit komt binnengestapt.In het werk van Hentie van der Merwe wordt de symboliek van kleuren en stoffen met een scalpeermes bewerkt. Een klassieke zwart-witte en gekartelde ruitjesstof, waaruit wollen rokken voor burgerlijke dames gemaakt worden, is als een groot doek tegen drie muren gehangen. De gecodeerde kleurenlintjes van militairen worden in een klassieke vitrine tentoongesteld. Alleen vreemd dat Van der Merwe vroeger dit laatste werk met fotos confronteerde en dat nu achterwege laat. Jeroen LAUREYNSLaureaten HISK, Out 2002, Virginie Bailly, Susanne Ouwerkerk, Renate Spee, Fanny Zaman, Wim Wauman, Hentie van der Merwe, Christian Kolverud, Bas de Wit nog tot 9 maart in het Elzenveld, Sint-Jorispand, Sint-Jorispoort 29, 2000 Antwerpen. Open van 12.30 tot 17.30 uur, tel.: 03/286.78.40 en www.hisk.edu