Advertentie
Advertentie

'Het is duidelijk dat de funktie van revisor niet werkt'

(tijd) - De bedrijfsrevisor, met zijn eigen onafhankeljk wettelijk erkend statuut, wordt door de buitenwereld beschouwd als het ultieme knipperlicht wanneer er in het bedrijf iets misloopt. De praktijk leert echter dat dit geenszins zo werkt. Revisoren kiezen doorgaans opportunistisch partij wanneer ze worden gekonfronteerd met indikaties van fraude of met faillissementrisico's. Revisoren moeten duidelijk en dringend hun eigen etiek bijsturen, zo blijkt uit het debat. Koen Geens, voorzitter van de Hoge Raad voor het bedrijfsrevisoraat en de accountancy, opent het gesprek. Koen Geens: 'Wat is de maatschappelijke verwachting ten aanzien van het beroep van bedrijfsrevisor? Daar is de jongste jaren, mee onder invloed van de pers, en terecht denk ik, een wijziging in opgetreden. Men verwacht dat de revisor ten aanzien van fraude en falingspreventie een veel grotere rol gaat spelen dan vroeger. In 1953 was de rol van de auditor ons volledig onbekend. Wanneer het statuut van de revisor in dat jaar werd vastgelegd, lezen we in alle kommentaren dat de revisor in geen geval een kontroleur kon zijn ten aanzien van fiskale fraude. Toen reeds voelde men dat probleem. Internationaal was dat toen ook aanvaard. Pas in de jaren zestig was het opnieuw in de Angelsaksische wereld dat men van de auditor voor het eerst een veel aktievere rol ging gaan verwachten. En daar kan je enkel vaststellen dat revisoren het slachtoffer zijn, soms wat al te graag, van paradoksen in hun beroepsuitoefening. Als we fraude moeten kontroleren, verliezen we het vertrouwen van de persoon waarvoor we werken, zo stellen ze. En vooral, we zitten met een konfidentialiteitsplicht, een beroepsgeheim, en dat is een steeds ...'