Advertentie
Advertentie

Het jaar van Gene Hackman

Als er dit jaar één acteur prominent aanwezig zal zijn in de bioscoop, is het wel kameleonacteur Gene Hackman. Die wordt op 30 januari zeventig, maar als veteraan vindt hij beter dan ooit zijn draai op het witte doek. Dit jaar komen niet minder dan zes langspeelfilms in de bioscoop met de acteur in een hoofd- of bijrol: vier komedies (The Mexican, The Royal Tenenbaums, Breakers en The Replacements), het oorlogsdrama Behind Enemy Lines en de misdaadprent The Heist van David Mamet. Daarnaast mag hij ook nog gewoon zichzelf spelen in de documentaire Clint Eastwood: Out of the Shadows.Dezer dagen speelt hij de pannen van het dak aan de zijde van Morgan Freeman in de door hemzelf geproduceerde politiethriller Under Suspicion, een Amerikaanse remake door Stephen Hopkins van Claude Millers Garde à Vue uit 1981. Hackman zag 15 jaar geleden die Franse prent als bij toeval in een bioscoop in Los Angeles, was meteen enthousiast en probeerde een hele tijd mensen warm te maken voor een remake. Daar kwam niets van in huis tot hij twee jaar geleden Morgan Freeman tegen het lijf liep in de lobby van een hotel in L.A. en het filmproject vaste vorm kreeg. Gene Hackman is een rasechte karakteracteur, die tot de besten van zijn generatie behoort. Hij heeft het dan wel tot filmster geschopt, sterallures zijn hem vreemd. Met Spencer Tracy heeft hij gemeen dat hij er als een doorsnee Amerikaan uitziet met wie iedereen zich zonder problemen kan identificeren. Hij is het prototype van de acteur-vakman die bijzonder expressief kan acteren, zijn privé-leven zeer goed afschermt en interviews tot een absoluut minimum beperkt. Daar heeft hij trouwens nauwelijks tijd voor.Hackman heeft al bijna tachtig films op zijn actief. In de jaren 70 zat daar zeker een portie slechte en zwakke films tussen, maar zelf was hij nooit slecht. Hes incapable of bad work, vat de Britse regisseur Alan Parker samen, en ook de gereputeerde New-Yorkse critica Pauline Kael is altijd vol lof over Hackman. Volgens Kael is Hackman zon uitmuntend acteur dat hij de mediocriteit illumineert.Terwijl hij zichzelf wel eens het slachtoffer voelt van typecasting, bijvoorbeeld omdat hij een paar keer een militair speelde zoals in Crimson Tide uit 1995, is daar in zijn filmografie nauwelijks iets van te merken. Hij vertolkte immers een bijzonder breed scala van rollen. Dat gaat van skicoach in Downhill Racer uit 1969 en oorlogscorrespondent in Under Fire uit 1983 tot staatssecretaris voor Defensie in No Way Out uit 1987 en privé-detective in Night Moves uit 1975. Er is geen rol die Hackman niet kan spelen. Nummertjes opvoeren doet hij niet. Hij zet steeds subtiel en afgerond zijn personage neer, zonder franjes maar bijzonder doorleefd.Als er in de jaren 90 al een rode lijn door zijn personages loopt, is het wel die van een bijzonder geloofwaardige slechterik. Hij speelde een oneerlijke advocaat aan de zijde van Tom Cruise in The Firm uit 1993, hanteerde met veel plezier als een verdorven wetsdienaar de revolver in de western The Quick and the Dead uit 1995, wilde als een paranoïde atoomduikbootcommandant kernwapens inzetten in Crimson Tide, was een verbitterde, ter dood veroordeelde racist in The Chamber uit 1996, deed als chirurg gevaarlijke experimenten in Extreme Measures uit 1996 en hing de overspelige en gewelddadige president uit in Absolute Power. Hoewel hij van nature absoluut geen komiek is, gaf hij zijn carrière in 1995 toch een komische draai met zijn rol van Hollywood-producent Harry Zimm in het bijzonder succesrijke Get Shorty en het jaar daarop met zijn vertolking van de aartsconservatieve senator Keeley in de nonsensicale vaudeville The Birdcage, de Amerikaanse remake van het alweer Franse La Cage aux folles. Ook in deze komedies zette Hackman telkens gladde en manipulatieve karakters neer.Gene Hackman werd geboren als Eugene Alden Hackman op 30 januari 1931 in San Bernandino, Californië. Hij groeide op als oudste van twee zonen in Danville, Illinois. Zijn vader Eugene was drukker van de lokale krant Commercial News, waar zijn oom en grootvader journalisten waren. Precies die situatie zorgde voor nogal wat spanningen en Eugene senior liet in 1943 zijn vrouw en kinderen achter. Het plotse afscheid liet een diepe indruk na op de toen 13-jarige Gene.Komedies uit de jaren 30 met de in 1978 overleden Jack Oakie behoren tot de vroegste herinneringen van de acteur. Later werd ik een grote fan van Errol Flynn, vertelt Hackman tijdens een ontmoeting in Los Angeles. De jonge Gene ontwikkelde zich op school tot een bijzonder verlegen jongen die zich alleen kon laten opmerken door zijn lengte in het basketbalteam. Gefrustreerd door zijn onvermogen om met meisjes om te gaan en tegelijk door zijn ondertussen aan alcohol verslaafde moeder onder druk gezet om voor zijn jongere broer als vaderfiguur te fungeren, ging hij al op zijn 16de van school af en zocht hij zijn toevlucht bij de marine. Omdat hij nog te jong was om marinier te worden zonder de toestemming van zijn ouders, loog hij over zijn leeftijd en was hij drie maanden later gestationeerd in China. Hij diende zes jaar bij de marine en kwam achtereenvolgens in Shanghai, Japan en Hawai terecht.Tijdens zijn legertijd deed hij zijn eerste stappen in de richting van een showbizzcarrière. Hij mocht voor een zieke omroeper invallen als radionieuwslezer bij het Armed Forces Network. Na zijn ontslag bij het leger schreef hij zich in aan de universiteit van Illinois om er journalistiek te studeren. Na zes maanden gaf hij er de brui aan en trok hij al liftend naar New York, waar hij het probeerde bij de School voor Radiotechniek. Die opleiding leidde tot een paar radio-opdrachten in Florida en Illinois, maar Hackmans interesse voor radio bleek ook deze keer van korte duur. Hij keerde terug naar de Big Apple waar hij commerciële kunst ging studeren bij de Arts Students League.Uiteindelijk kwam hij na mislukte jobs als journalist en assistent bij de televisie in Californië terecht, waar hij zich liet inschrijven aan de Pasadena Playhouse-toneelschool. Daar debuteerde hij in The Curious Miss Caraway. Hackman werd er de beste vriend van Dustin Hoffman. Ze speelden om de beurt Petruchio in The Taming of the Shrew en werden door hun klasgenoten betiteld als dé acteurs die het waarschijnlijk nooit zouden maken. Hackman keerde in 1956, even later gevolgd door Hoffman, terug naar New York om er les te volgen bij de bekende acteercoach George Morrison. In New York heb ik alles geleerd, zegt Hackman vandaag. Ik was als acteur nog zeer onrijp toen ik er arriveerde, maar ik wist hoe alles werkte en wat er nodig was om succesrijk te zijn toen ik er weer vertrok. Als ik op jongere leeftijd met acteren was begonnen, had ik het nooit volgehouden. Ik heb pas in New York de discipline geleerd die nodig is voor dit vak.Zijn eerste rollen speelde Hackman op de planken tijdens het zomerrepertoire of in off-Broadway-stukken en livetoneel op televisie. Om de huur te betalen, was hij achtereenvolgens taxichauffeur, kelner, verhuizer, truckchauffeur en schoenenverkoper. Hij ontmoette in New York ook zijn eerste vrouw Fay Maltese, met wie hij in 1956 trouwde en een zoon en twee dochters heeft. Het paar ging in 1985 uit elkaar. In 1958 maakte hij zijn Broadway-debuut in Chaparral. Het jaar daarop speelde hij in diverse televisieseries waaronder U.S. Steel Hour en The Defenders. Zijn eerste Broadway-hit scoorde hij in 1964 met het komische stuk Any Wednesday.Hoewel hij op zijn dertigste zijn filmdebuut maakte in het nu al lang vergeten Mad Dog Call, was het de kleine maar eerste noemenswaardige rol in het drama Lilith van Robert Rossen met Warren Beatty die de carrière van Gene Hackman grondig veranderde. Beatty herinnerde zich de sterke prestatie van Hackman, toen hij en regisseur Arthur Penn op zoek waren naar een acteur om de broer van Clyde te spelen in Bonnie and Clyde uit 1967. Het werd Hackman. Die rol leverde hem de eerste van vijf oscarnominaties op. Drie jaar later was het opnieuw prijs voor zijn werk aan de zijde van Melvyn Douglas in I Never Sang for My Father van Gilbert Cates.Vier jaar en acht films na Bonnie and Clyde kende Hackman op zijn veertigste zijn grote doorbraak als de fanatieke rechercheur Jimmy Popeye Doyle in de spannende thriller The French Connection van William Friendkin. Hackman verdiende zijn eerste oscar en Hollywood was dol op de nieuwe ster. Toch was de liefde slechts van korte duur. Na The French Connection draaide de acteur een vijftal, artistiek waardevolle films zoals Scarecrow uit 1973 van Jerry Schatzberg, The Conversation uit 1974 van Francis Ford Coppola en Night Moves uit 1975 van Arthur Penn, maar die flopten aan de kassa.Daardoor kon het me eigenlijk niet meer schelen. Ik deed alleen nog films voor het geld en vond het vaak zelfs niet nodig het scenario te lezen. Ik improviseerde er gewoon op los, vertelt Hackman. Geen wonder dat hij vanaf midden de jaren 70 voortdurend de verkeerde rollen koos en terechtkwam in draken als Lucky Lady uit 1975 van Stanley Donen, The Domino Principle uit 1977 van Stanley Kramer en ook Superman uit 1978 van Richard Donner.Na zijn rol van het glad geschoren criminele meesterbrein Lex Luthor en het daaraan verbonden salaris van 2 miljoen dollar, besloot Hackman er in 1979 de brui aan te geven. Hij belde zijn agente en vertelde dat hij zich terugtrok als acteur. Hij verkocht zijn huis voor 2,8 miljoen dollar en ging met zijn vrouw en kinderen in Monterey wonen om er van het leven te genieten. Toch beviel het vervroegde pensioen hem niet en na 18 maanden keerde hij terug naar Hollywood om er met Barbra Streisand de komedie All Night Long te draaien. Die film kwam in 1981 in de bioscoop, flopte, maar Hackman werd toegejuicht en is sindsdien weer aan het filmfront. En hij is er niet meer weggeweest. Hij kreeg in 1988 zijn vierde oscarnominatie voor zijn schitterende prestatie als FBI-agent in Mississippi Burning van Alan Parker en nam in 1992 zijn tweede oscar in ontvangst voor zijn bijrol als corrupte sheriff in de western Unforgiven van Clint Eastwood. Dat Gene Hackman zal blijven acteren tot hij er bij neervalt, staat als een paal boven water. JTi