Het land der blindenStefaan Huysentruyt

De stijging van de Belgische werkloosheid eind april tot boven de kaap van 400.000 komt voor de regeringspartijen, zo vlak voor de verkiezingen, op het slechtst denkbare moment. Ze sloven zich al enkele dagen uit in het maken van allerhande relativerende analyses en het regent voorstellen om de tewerkstelling in de volgende legislatuur op te krikken. Waarbij ze er zich angstvallig voor hoeden in communautair vaarwater terecht te komen. Nochtans is het communautair aspect in de analyse van het tewerkstellingsprobleem essentieel. Zolang de gewesten niet de bevoegdheden hebben om hun eigen arbeidsmarktbeleid te voeren, verschijnen zij gehandicapt aan de start van de internationale competitie. Ook de regeringspartijen weten dit, maar reppen er met geen woord over. Want de Franstalige partijen willen tot elke prijs de transfers vrijwaren en de Vlaamse partijen zwijgen om de Franstalige niet voor het hoofd te stoten. De Walen wijzen er fier op dat hun 'Contrat d'Avenir' ervoor gezorgd heeft dat de economische kloof met Vlaanderen de voorbije legislatuur niet is toegenomen. Op zich is dat inderdaad een puike prestatie. Maar het is niet omdat een kreupel Wallonie erin slaagt gelijke tred te houden met een zelfgenoegzaam mankend Vlaanderen, dat een van beide een wereldprestatie neerzet. Bovendien is er geen sprake van enige Waalse inhaalbeweging. Daarvoor is meer nodig, in de eerste plaats een mentaliteitswijziging. De actie van zowat de hele Waalse politieke klasse is gericht op het behouden van in plaats van op het verwerven van. Hun afspraak met de geschiedenis haalt het nog steeds op hun contract met de toekomst. De manier waarop Wallonie met zijn staalsector omspringt, is typerend. Het is reeds decennia duidelijk dat het Waalse staal, ondanks de massale overheidssteun, ten dode is opgeschreven. Maar als anno 2003 Arcelor aankondigt dat de Luikse hoogovens dicht moeten, vindt de Waalse politieke wereld er nog altijd niets beters op dan die sluiting aan te vechten. De Waalse minister van Economie, Serge Kubla, deed gisteren uiteindelijk dan toch een oproep om dringend werk te maken van een gecoordineerde aanpak van de reconversie van het Luikse bekken. Is Kubla de eenogige koning in het land der blinden? Het valt te betwijfelen. Ook Kubla lijdt aan de verkrampte behoudsgezindheid. Wie de transfers ter discussie durft te stellen, krijgt van hem meteen een proces aan zijn broek wegens racisme. Nochtans zijn ook voor Wallonie de transfers veeleer een vloek dan een zegen en wel omdat ze de sociale consumptie in stand houden in plaats van de economisch productie te stimuleren. Zo wordt een sociaal waterhoofd in leven gehouden op een veel te smalle economische basis. Een verantwoorde solidariteit is erop gericht de economische basis van een gewest te vergroten, zodat het zijn sociale bovenbouw zelf verdient.