Advertentie
Advertentie

Het mediadebat volgens Weckx: instemmen of... zwijgen

De dag dat je als expert gevraagd wordt om te zetelen in een of ander adviesorgaan van de overheid, verlies je elke onafhankelijkheid en moet je je dus onthouden van kritische kommentaar op het beleid. Want advizeren betekent instemmen of... zwijgen. Dat is althans in een notedop wat kultuurminister Weckx aan media-expert Dirk Voorhoof heeft laten weten. Voorhoof reageert met de volgende 'Open Brief' aan Hugo Weckx, die hij de titel meegaf: 'VTM, VT4, het mediadebat en de akademische vrijheid in Vlaanderen...' 'Televisie is oorlog', blokletterde het weekblad Knack in het nummer van 1 februari 1995, uitgerekend op de dag dat VT4 ten gevolge van een arrest van de Raad van State toegang tot de Vlaamse kabel was verleend. Op de cover, een foto van minister Weckx, en kris kras door elkaar de logo's van VTM, TV1, Ka2 en VT4. In het hoofdartikel (pag. 14-18: Media. Nieuwe netten, een kink in de kabel), peilde het weekblad naar de achtergronden en de mogelijke toekomstscenario's naar aanleiding van de stormachtige ontwikkelingen in het Vlaamse TV-land. Uiteraard werd in het artikel ook ruim aandacht besteed aan de juridische aspekten en werd toelichting gegeven bij het spanningsveld tussen het Vlaamse kabeldekreet en de Europese wetgeving. De auteur van het artikel, Marc Reynebeau, heeft me in dit verband geïnterviewd. In het artikel word ik geïntroduceerd als hoogleraar (korrekt is: hoofddocent) mediarecht, Universiteit Gent. De voorbije weken ben ik door verschillende kranten en tijdschriften over deze materie gekontakteerd, allicht enerzijds als jurist gespecializeerd in het mediarecht, allicht anderzijds omdat kollega's van andere universiteiten op de een of andere manier te nadrukkelijk verbonden zijn met een van de procespartijen in de zaak VT4 (advokaat van VTM, advokaat van de Vlaamse regering, advokaat van VT4...). Ik publiceerde over deze materie eerder ook in nationale en internationale juridische tijdschriften. Mijn boek 'Aktuele vraagstukken van mediarecht' (1992) bevat een uitgebreid hoofdstuk over de Europees-rechtelijke verplichtingen inzake omroep- en kabelwetgeving. Het standpunt dat ik vertolk in de VT4-zaak is ondertussen bekend en vond ook zijn neerslag in het Knack-artikel. Kort samengevat: primo, VT4 is geen 'U-bocht' in de Europees-rechtelijke zin van het woord; secundo, het Vlaamse kabeldekreet en het besluit van de minister zijn in strijd met het principe van het vrije dienstenverkeer zoals gewaarborgd door het EEG-Verdrag en tertio, de Vlaamse kabelwetgeving is in strijd met de TV-richtlijn van 1989. Met verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie argumenteer ik onder meer dat de bescherming van het VTM-monopolie geen legitieme grondslag vormt om een in het buitenland erkende TV-omroep van de Vlaamse kabelnetten te weren. Ook de Raad van State blijkt deze interpretatie, die diametraal staat tegenover deze van minister Weckx, te hanteren.