Het netwerk is niet klaar

Een gecentraliseerde productie van elektriciteit - zoals we ze nu kennen - heeft een gigantisch voordeel: stabiliteit of betrouwbaarheid. De distributie van elektriciteit wordt centraal geregeld: de stroom verplaatst zich in één richting, volgens een boomstructuur. Ook bij problemen - overstromen, overspanningen, lekstromen - wordt centraal ingegrepen om erger te voorkomen. En ook de frequentie en de spanning van de elektriciteit worden nu centraal in de hand gehouden.Naarmate een groeiend aantal kleine producenten elektriciteit in het netwerk gaat pompen, komen al deze mechanismen onder druk te staan. De elektriciteitsstromen gaan dan alle richtingen uit en zijn bovendien onvoorspelbaar. Dat laatste geldt per definitie voor hernieuwbare energiebronnen. Als het netwerk niet wordt aangepast, zijn de gevolgen niet te overzien. Indien er niet adequaat gereageerd kan worden op problemen, of als spanning of frequentie op hol slaan, valt niet enkel de elektriciteit uit: ook de apparatuur van zowel producenten als verbruikers kan zwaar beschadigd worden. Spanje heeft al ondervonden wat dat betekent: een slecht beheer van het (gecentraliseerde) netwerk veroorzaakte daar vorig jaar spanningsstoringen die voor miljoenen euro schade aanrichtten aan hoogtechnologische apparatuur zoals computers.De benodigde aanpassing van het netwerk wordt aan verschillende universiteiten onderzocht. Uitgangspunt is daarbij niet zozeer de decentrale productie door gezinnen, maar wel de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Die zal waarschijnlijk ruimte bieden voor meer en kleinere producenten van elektriciteit. Denemarken en Nederland zijn al een tijd met dergelijk onderzoek bezig en sinds januari dit jaar werd ook een project gestart aan de KU Leuven en de VUB. De invloed van hernieuwbare energiebronnen op het netwerk wordt er op kleine schaal nagebootst.Duidelijk is dat een gedecentraliseerd netwerk niet langer door mensen kan worden beheerd. Het moet - nog veel meer dan nu - gebeuren door elektronica en geavanceerde meet- en regeltechnieken. Volgens Ronnie Belmans, professor aan de KU Leuven en coördinator van het project, zal het nog zo'n tien tot twaalf jaar wetenschappelijk onderzoek vergen om de klus te klaren. Dat betekent dat de komende jaren erg spannend kunnen worden, want in tussentijd worden steeds meer hernieuwbare energiebronnen in het netwerk geïntegreerd. We zitten met een zwaar overgangsprobleem, waar we ons niet van bewust zijn, zegt Belmans. Ook wij zullen binnen twee tot drie jaar met stroompannes te maken krijgen, vergelijkbaar met die in Spanje of Californië. De regering neemt beslissingen die niet onderbouwd zijn. Bijvoorbeeld: als we effectief drie windmolenparken in de Noordzee gaan bouwen, moeten we ook een bijkomende hoogspanningslijn bouwen, evenwijdig met de kustlijn. KDD