Advertentie
Advertentie

Het ontketende weten

Er zijn van die meesterwerken waarmee je een ganse kamer van boeken en cds kan vullen, maar die zelden in een zaal te beluisteren zijn. Pierrot Lunaire van Arnold Schönberg is daar een goed voorbeeld van. Het Brusselse gezelschap Het Collectief brengt het werk samen met een vijftal kleine kamermuziekwerken van Karel Goeyvaerts. Door hun aanpak vermijdt Het Collectief dat deze werken in het verdomhoekje te moeilijk, dus te mijden belanden.Over Schönberg en Goeyvaerts bestaan meer vooroordelen dan er luisteraars zijn. Dat kan je maar oplossen door de muziek te laten klinken. Door de eigen voorkeur en nieuwsgierigheid te laten primeren bij de programmatie is er de jongste jaren, vooral in Vlaanderen, een fluwelen revolutie aan het groeien tegen een dwingende musical correctness. Het Collectief is hierbij een niet te negeren agitator. Het brengt veelal muziek aan die we voor het eerst of zelden kunnen horen. Echt nieuwe muziek is het meestal niet. Pierrot Lunaire van Schönberg werd bijna negentig jaar geleden geschreven. Van Goeyvaerts bestrijken de gekozen werken een periode van dertig jaar. Het verrassende is dat Goeyvaerts muziek hier de lichtere tegenhanger is, zij het soms erg experimenteel, van het bijwijlen sarcastische Pierrot Lunaire.Dat Het Collectief dit meesterwerk van Schönberg brengt, typeert hun benadering van het twintigste-eeuwse repertoire. In de eerste plaats is het eigenbelang, zegt pianist Thomas Dieltjens. Het feit dat ze mij op het conservatorium Pierrot Lunaire nooit hebben aangereikt is een groot gemis. Ik zou het niet kunnen verdragen dit mooie werk nooit goed te hebben leren kennen. Bovendien vinden we het belangrijk om een serieuze ervaring op te bouwen met dit repertoire, alvorens we de echt nieuwe muziek brengen, besluit Dieltjens. Schönberg baseerde zich voor zijn expressionistisch monodrama uit 1912 op gedichten van de in het Frans schrijvende Leuvenaar Albert Giraud. Uit de cyclus van vijftig gedichten pikte hij er eenentwintig uit. Telkens belicht Pierrots maan een ander aspect van mans gemoed, gaande van wanhoop, martelaarschap, erotisch verlangen tot poetsenpakkerij. De maanzieke tragische held wordt vertolkt door een vrouwenstem.Met deze stem haalde Schönberg een kunststuk uit: het ontwikkelen van die Sprechstimme. De zangeres dient de tekst uit te spreken volgens vastgelegde toonhoogtes en de partituur te volgen zonder echt te zingen. Voor deze krachttoer nodigde het gezelschap de jonge Nederlandse mezzosopraan Jacqueline Janssen uit. Hoewel de tekst manifest op het voorplan staat, is de begeleiding door fluit, klarinet, viool, cello en piano heel sterk uitgewerkt, en verandert ze voortdurend van karakter. Het Collectief plaatst zich onder de leiding van de jonge Duitser Robin Engelen. Engelen leidt de Junge Kammerphilharmonie Klangwerk die hij met o.a . Benjamin Dieltjens, klarinettist bij Het Collectief, in 1993 oprichtte.Van de veelzijdigheid van Karel Goeyvaerts geeft het programma een duidelijk beeld. Pièce pour trois voor fluit, viool en piano is een bijzonder goed uitgebalanceerd stuk, waarbij de vrije atonale schrijfwijze soms Weberniaans aandoet. Nachklänge aus dem Theater voor tape (1973) en De Schampere Pianist voor piano en spreekstem (1975) toont de meer experimentele Goeyvaerts. Voor dit laatste werk gebruikt Goeyvaerts de vierde cyclus van de gedichtenbundel Een handvol ingewanden van Gust Gils. De tekst ontwikkelt zich synchroon met de muziek, wordt tegelijkertijd gespeeld en voorgedragen. Bij Gils zijn de gedichtjes kort, en gescheiden, maar Goeyvaerts maakt er een geheel van.Het recentste werk op het programma is Harrie, Harry en René (1990) voor fluit, basklarinet en piano. Dit werk is zelden gespeeld. Het Collectief hanteert de handgeschreven partituur. Het is geschreven in de stijl van Aquarius, dus in een soort gestoorde tonaliteit. Het is een heel begrijpelijk stuk dat in het eerste deel heel ritmisch is, met veel tempowisselingen, om af te sluiten in grandioso-stijl, licht Dieltjens toe. Het meest springt Catch à quatre voor vier ambulante musici uit 1969 in het oog. Goeyvaerts schreef hiervoor geen partituur, maar een soort regietekst. Volgens een uitgestippelde route gaan de vier muzikanten mekaar muzikaal te lijf. Zij kunnen hiervoor putten uit gekende themas ofwel improviseren. Goeyvaerts hield de tekst serieus. Door de vrijheid van citaatkeuze is het moeilijk balanceren tussen ernst en gimmick. Een vleugje Chopin tussen de herrie en de zaal ligt plat. Peter-Paul DE TEMMERMANHet Collectief brengtGoeyvaerts / Schönberg op 19 januari in De Rode Pomp in Gent, op 20 januari in Espace Garage in Ottignies, en op 21 januari in DImprimerie in Brussel, telkens om 20u.30. Kaarten en inlichtingen : Gent : 09/223.82.89, Ottignies : 010/45.52.73 en Brussel : 02/502.50.07.