Het prikkeldraadeffect

Omstreeks deze tijd komt de activiteit op het platteland stevig op gang. Je ziet het aantal wandelaars zienderogen vermeerderen, vele pantoffelhelden halen zoetjesaan hun fiets van stal, de joggers laten zich al evenmin onbetuigd en knopen schuchter maar vol hoop wat gewicht te verliezen en conditie te winnen, de veters stevig dicht. Bij velen begint het inderdaad te kriebelen wanneer de eerste warmere dagen in de lucht hebben gehangen; ze zijn het grondig beu maanden opgesloten te zijn geweest tussen vier of heel wat meer muren. Er is veel kans dat aan het einde van het seizoen vele dromen in scherven liggen, maar naar het schijnt is het de intentie die telt.Ook in de landbouwsector is reeds heel wat activiteit te bespeuren. Daar was het ongeduld zo mogelijk nog groter na het (voorbije?) lange, natte seizoen. De ploegen moesten al lang geleden in de grond zijn gezet; het land had al vele, vruchtbare zaden moeten ontvangen, maar de weergoden beslisten er nog maar eens anders over. Enfin, een ding is zeker: de lente komt eraan, en niemand zal hem tegenhouden.Voor hen die toch al hun ogen de kost hebben gegeven op de buiten, was al heel wat te zien. De eerste boerenzwaluwen hebben Vlaanderen al enkele weken geleden bereikt, de dotterbloemen hebben hun eigeel reeds uitbundig tentoongespreid voor de wakkere voorbijganger, de eerste insecten en hun belagers zijn ook aan het nieuwe seizoen begonnen. Tegelijk is een jaarlijks weerkerend fenomeen al mooi zichtbaar: het prikkeldraadeffect. De kans is groot dat de leek dit fenomeen helemaal niet kent; daarom vraag ik u, voor u verder leest, even naar de betekenis te raden. Met wat gezond boerenverstand raakt u al een eind op weg. De gedachte kwam even op er een quiz van te maken, maar daar hebben we er onderhand al meer dan genoeg van.Zo wandel je, genietend van zoveel (gezonde?) buitenlucht, langs wegen en akkers, langs weiden en bossen, beekjes, grachten, ongetwijfeld langs heel wat huizen ook. Er is een biotoop waar je het prikkeldraadeffect heel mooi kunt zien: daar waar de prikkeldraad rond de weidepercelen staat. Het klinkt alsof je een open deur intrapt, maar zo eenvoudig is het toch niet. Prikkel- en ursusdraad zijn nog steeds populaire middelen om als veekering dienst te doen, dus vinden we de draad strak aangespannen rond de vele graasweiden die Vlaanderen nog rijk is. Zo wordt een wegberm gecreëerd die er helemaal anders uitziet dan het weideperceel. Meestal is het een steilrand, die er poverder of magerder uitziet dan de frisgroene, dichte grasmat die, soms lang geleden, werd ingezaaid. Tussen de dunnere grassprietjes staan plots ook heel wat andere planten- en zelfs enkele (korst)mossoorten, die nergens anders in de omgeving te bespeuren zijn. Zo vind je met wat geluk kluwenhoornbloem (Cerastium glomeratum), vroegeling (Erophila verna) of kleine veldkers (Cardamine hirsuta). Deze soorten zijn niet zo zeldzaam, maar kunnen in het aanliggende dichte gras onmogelijk groeien, en hier, net op de perceelsscheiding, wel. Je zou kunnen stellen dat ze bijna van het perceel vallen. Een ander plantje dat je nu ook kan vinden in deze prikkeldraadbiotoop, is de gewone veldbies (Luzula campestris). Dit is een prachtig creatuurtje, dat je echter niet makkelijk opmerkt. De bladeren hebben namelijk een nogal grasachtig uitzicht en het wordt meestal niet hoog; dikwijls geraakt het niet verder dan de gemiddelde grashoogte. Maar in deze tijd van het jaar bloeien ze soms met honderden bijeen, je ziet ze gegarandeerd nooit helemaal alleen staan. Vanaf de rand van het wandelpad, merk je ze ongetwijfeld op als je weet waarnaar je moet kijken. Wat dan opvalt is de gedrongen bloeiwijze, met vele bloemaartjes bij elkaar, aan het uiteinde van de plantenstengels. Bovendien is er een prachtig contrast tussen de donkerbruine kafjes en de knalgele meeldraden. De bloei duurt wel enkele weken, vooral als het niet echt warm weer is. Er rest dus nog wat tijd om ze te ontdekken. Maar genoeg beschreven, wat is in godsnaam dat prikkeldraadeffect? Verschillende fenomenen spelen op elkaar in. De meeste plantensoorten die groeien in deze biotoop verdragen niet zoveel stikstof als het omringende gras. Gelukkig komt de boer met zijn bemestingsmachine niet altijd volledig tot de rand van het perceel. Immers, als hij met de machine in de draad verstrikt geraakt, kan hij die slechts met veel moeite en kans op schade bevrijden uit de netelige positie. Na vele jaren hebben deze randen heel wat minder meststoffen over zich gekregen dan de grond van de weide. Het verschil kan zodanig oplopen dat de wat armere plantensoorten hier hun stek vinden. Ze krijgen niet de kans zich uit te breiden richting weide, maar zolang ze niet overdadig worden bemest, houden ze zonder veel moeite stand, letterlijk en figuurlijk in de marge. Dat is de belangrijkste verklaring voor het prikkeldraadeffect. Maar nog andere factoren dragen ertoe bij.Zo kunnen we ons levendig voorstellen dat af en toe vogels uitrusten op de weidedraden. Vele onder hen komen er hun voedsel opeten, en daarbij laten ze, door hun onhandigheid (probeer zelf maar eens proper te eten waneer je je handen of voeten niet mag gebruiken) of omdat ze plots worden opgejaagd, wel eens zaden vallen. Die komen terecht in de voedselarmere grond, en beginnen met wat geluk gretig te kiemen. Dat is wanneer de vogels iets laten vallen vanaf hun voorkant. Maar het gebeurt ook dat ze, rustend op de draden, wel eens wat langs achteren laten vallen. In hun uitwerpselen zitten regelmatig onverteerde zaden, die ook op de grond vallen en kunnen kiemen. Als de zaden in het midden van de wei zouden terechtkomen, dan kregen ze gegarandeerd geen kans om uit te groeien, omdat de grasmat ze meedogenloos zou verstikken. Ten derde dragen ook de koeien, waarom allemaal begonnen is, bij tot dit fenomeen. Deze dieren met hun grote, dikke koppen en horens, kunnen niet makkelijk aan de perceelsrand om te grazen, waardoor de hoger beschreven planten ook niet worden afgevreten! Ten slotte is er nog een vierde factor die de specifieke inrichting van de biotoop verklaart. Door de ijle plantenbezetting op de smalle strook merken we dat op heel wat plaatsen zelfs blote grond te bespeuren valt. Daardoor gaat deze strook aarde onder de prikkeldraad sneller opwarmen. Zon omgeving valt wel in de smaak van grondbewonende insecten die het in de dichte grasmat niet uithouden: mieren. Door hun onophoudelijke gesjouw met materiaal, waaronder zaden van planten uit de onmiddellijke omgeving, dragen ze ook bij tot de verspreiding ervan. Als dit geen bijzondere samenloop van omstandigheden is... Maar zo gaat het vaak in de natuur. Hoe dikwijls zien we niet dat organismen zich kunnen handhaven dankzij een vorm van opportunisme, als reactie op iets dat gebeurt waardoor de omstandigheden veranderen? Maar daarvan worden in latere toelichtingen nog heel wat voorbeelden gegeven.Het is logisch dat we door de plantengroei het hele seizoen kunnen volgen dat het om een apart stukje natuur gaat. Want later in het jaar nemen andere soorten de fakkel over van de voorjaarsbloeiers. Tussen het lente- en zomerseizoen in, tref je onder de prikkeldraad soorten aan zoals brunel (Prunella vulgaris) en hondsdraf (Glechoma hederacea), terwijl in volle zomer het muizenoortje (Hieracium pilosella), margriet (Leucanthemum vulgare), knoopkruid (Centaurea jacea s.l.) of zelfs klein streepzaad (Crepis capillaris) het hoofd kunnen opsteken. Gaat u nu zelf eens op de knieën om van dichtbij uit te vissen hoe de vork precies aan de steel zit? Herman DIERICKX