Advertentie
Advertentie

Het retabel van Dymphna

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen is een belangrijke aanwinst rijker. Het museum kreeg van dr. Paul en mevrouw Dora Janssen zeven panelen uit de 16de eeuw in langdurige bruikleen, voor minstens tien jaar. Het ensemble is een retabel dat de legende van de heilige Dymphna voorstelt, en geschilderd werd door Goswin van der Weyden (14651538), de kleinzoon van Rogier van der Weyden. Het retabel bestaat uit drie middenpanelen en vier zijluiken die dienden om het retabel te sluiten. De middenpanelen zijn polychroom, net zoals de zijpanelen, maar op de achterkant van deze laatste is er ook een schildering in grisaille. Oorspronkelijk had het retabel vier middenpanelen, een is verloren gegaan. Het werk stamt uit 1505.Het retabel brengt de legende van de heilige Dymphna in beeld. Zij was, volgens de volksoverlevering, de dochter van een heidense Ierse vorst uit de 7de eeuw. Na de dood van zijn vrouw werd de vorst verliefd op zijn dochter en hij wou met haar trouwen. Dymphna nam de vlucht, samen met haar biechtvader, maar werd door haar vader opgespoord en onthoofd. Vanaf de 13de eeuw werd zij in Geel als een heilige vereerd. In de Sint-Dymphnakerk bewaart men nog brokstukken van witstenen sarkofagen, die van Dymphna en de priester zouden zijn. In Geel werd Dymphna de patrones van de geesteszieken. Het is niet duidelijk waarom zij deze specialiteit toebedeeld kreeg. Men geloofde eeuwen dat de verering van haar relieken bijzonder effectief was tegen epilepsie, waanzin en psychische stoornissen. Veel mirakelen werden aan haar tussenkomst toegeschreven.De devotie rond de heilige was omstreeks 1500 zo groot dat een kunstenaar gevraagd werd haar leven uit te beelden. De opdrachtgever was een abt die de abdij van Tongerlo bestuurde. Hij bestelde bij Goswin van der Weyden in 1507 overigens ook nog een ander kunstwerk, het kleine drieluik dat de Dubbele intercessie, genoemd wordt. Het behoort eveneens tot de vaste verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Het Dymphna-retabel dat nu in bruikleen gegeven werd, is oorspronkelijk afkomstig uit de Dymphna-kapel van de kerk van de abdij van Tongerlo. Het retabel werd door het klooster in de 19de eeuw verkocht. Vorig jaar werd het kunstwerk aangeboden op een veiling bij Sothebys, en daar gekocht door Paul en Dora Janssen. Het is een prachtig werkstuk in de stijl van de late Vlaamse Primitieven.Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold de Waelplaats, 2000 Antwerpen. Tel.: 03/238.78.09. Elke dag open, behalve op maandag, van 10 tot 17 uur.Het zilver van de armen De zomertentoonstelling van de Stedelijke Musea in Mechelen heeft een kunstambachtelijk thema. Op drie locaties wordt Mechelse tin geëxposeerd, waarmee een overzicht wordt gegeven van de lokale tinproductie van 1350 tot 1900. Een dergelijke tentoonstelling is in Vlaanderen eerder een zeldzaamheid. Tin wordt doorgaans beschouwd als het zilver van de armen. Dat is onterecht, want alleen welgestelde burgers konden zich tinnen huisraad veroorloven, althans in de middeleeuwen. De rijken lieten toen hun lepels, zoutvaten, borden, bekers, kommen en andere huishoudelijke voorwerpen in tin vervaardigen, de armen aten uit eenvoudige houten of aardewerken borden. Pas veel later zou er ook tin op de tafel van de minder gegoeden komen, zij het in strakkere vormen. Bij de rijke burgerij bleef het tinwerk een artistiek cachet behouden. In de loop van de 18de eeuw moest tin plaatsruimen voor het fijne populaire porselein. Maar op het platteland bleef tin tot in de 19de eeuw volop in gebruik.Omdat tinnen voorwerpen eerder zacht zijn, zijn er niet zoveel stukken bewaard gebleven. In musea zijn ze zeldzaam. Gelukkig bestaan er liefhebbers die heel wat interessant materiaal opgespoord hebben. Een van de belangrijkste is Tony Dangis, voorzitter van de Vlaamse tinvereniging. Zijn enthousiasme ligt aan de basis van de tentoonstelling in Mechelen. De tentoonstelling maakt in de eerste plaats duidelijk hoe in verschillende domeinen van de samenleving tinnen voorwerpen gebruikt werden. In het Hof van Busleyden is de presentatie van de stukken volgens hun oorspronkelijke functie opgebouwd: bij de gedekte tafel, in het salon, de herberg en kruidenier, bij de religie, de ziekenzorg en de oude stadsgilden. Het museum Schepenhuis herbergt het oudst gekende tin, Mechelse voorwerpen uit de periode van 1350 tot 1550. Ten slotte is in het museum Brusselpoort een presentatie te zien van het tin dat omstreeks 1973 gevonden werd in de Dijle in Mechelen. De begeleidende catalogus bevat heel wat informatie over tin, zoals over merktekens en tingieters.Museum Brusselpoort, Hoogstraat-Ring, open van dinsdag tot vrijdag van 13 tot 17 uur, op zaterdag en zondag van 10 tot 17 uur; Museum Schepenhuis, Steenweg 1, open van dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur; Museum Hof van Busleyden, Frederik de Merodestraat 65, open van dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur. Alle in 2800 Mechelen. Tel.: 015/29.40.30 Tot 1 september. Toegang gratis. De catalogus kost 13 euro. Samenstelling: Bert POPELIER