Het snelle nieuws

Nauwelijks waren de Boeings tegen de WTC-torens gevlogen, of de snelle nieuwsberichtgeving op het internet ging van start. Nog voor het vierde vliegtuig nabij Pittsburg neerstortte, hadden tientallen nieuwssites in de wereld fotos, berichten, en zelfs schemas en plattegronden over de tragedie. Meteen daarna begon een ander fenomeen: internetgebruikers die op de grootste nieuwssites wilden gaan kijken, zoals bij CNN, de BBC en de Amerikaanse kranten, raakten er niet binnen. De computers waren overbelast en konden de stroom nieuwszoekers niet aan.Bij eerdere evenementen - al durf ik in dit verband dit woord nauwelijks te gebruiken - bleek het net ook al wel eens last te hebben van te weinig capaciteit. Dat was het geval bij de jongste Olympische Spelen, zelfs ook bij de dood van Diana, en in eigen land kenden we vorig jaar een nationale piek bij de site van Big Brother.Heeft het internet definitief zijn waarde als nieuwsmedium bevestigd? Op een bepaalde manier zeker. Alleen al de omvang van de vraag naar dat directe nieuws over een gebeurtenis met dergelijke impact geeft aan hoe belangrijk duizenden mensen het internet vinden, en hoe evident ze het vinden dat kanaal te gebruiken. Al die nieuwszoekers gingen er als evident van uit dat er verslagen en snelle nieuwsbulletins te vinden zouden zijn, en ze zijn ze gaan zoeken bij de sites van de oude media: bij de kranten en de tv-zenders. Als het erop aan komt, zoals toen, is de reflex in elk geval een mediareflex: voor nieuws moet je bij de bekende nieuwsmedia zijn.Toch was het internet lang niet het belangrijkste informatiekanaal. Een enquête eerder deze week in de VS toonde aan dat meer dan 80 procent van de Amerikanen de televisie als eerste nieuwskanaal hebben gebruikt in de eerste dag van de tragedie. Voor elf procent was dat de radio, en slechts voor 9 procent het internet. Nu, 9 procent van de Amerikanen die tegelijk naar een handvol sites surfen: met heel wat minder zijn er ook al opstoppingen op het internet. Toch blijft in de concurrentie van de snelle media de televisie almachtig. Uiteraard heeft dat met de aard van de tragedie te maken en met de kracht van de beelden van deze onvoorstelbare gebeurtenis.De almacht van tv is natuurlijk niet verwonderlijk. In ongeveer alle huishoudens staat er een, vaak zelfs meer dan een, terwijl het internet in België in één gezin op vijf, in de VS in één gezin op twee aanwezig is. Tv is bovendien zeer gebruiksvriendelijk: je hoefde maar één knop in te drukken en je had de hele dag continu nieuws en beelden. Voor het internet is niet alleen nog altijd computerkennis vereist, je moet als nieuwsverbruiker ook actief naar berichten op zoek, en zelfs op de nieuwssite wordt van je verwacht dat je van het ene bericht naar het andere gaat. De nieuwssites waren vooral een goed alternatief voor wie wel het net, maar geen tv of radio ter beschikking had, waarschijnlijk ook veel mensen op hun werkplek.De zoektocht naar nieuws op het internet was naar internetnormen gigantisch, maar naar medianormen hooguit relevant te noemen. Daarentegen bood het net een veel belangrijker functie, die zich ook in de dagen daarna is blijven voortzetten: de communicatie tussen mensen. Het valt niet te tellen hoeveel e-mails er via het net verzonden zijn tussen vrienden en kennissen, om te vragen naar het wel en wee van mensen die in het rampgebied waren. Angstige vragen, bezorgdheid, berichten van opluchting, verslagenheid en intens verdriet. Het moeten er enorm veel geweest zijn. Die communicatiefunctie van het net heeft mee geholpen om mensen van vermistenlijsten te schrappen, om zekerheid te geven aan mensen die zochten, zelfs om de overheid te helpen bij het zoeken naar de daders.En een derde functie van het internet, de transactiefunctie, is na een paar dagen essentieel geworden in het verzamelen van steungeld voor het goede doel. Op het net konden mensen giften storten, al moesten ze - niets menselijks is het net vreemd - uitkijken voor oplichters.Het op de spits gedreven en buitengewone gebruik van het internet op 11 september toont in elk geval aan dat het internet ook als nieuwsmedium wordt ervaren en gebruikt. Dat is een belangrijk gegeven voor uitgevers die nog twijfelen aan de informatiebehoefte via dit kanaal. De uitdaging is natuurlijk ook op kalme nieuwsdagen het publiek aan je te binden. Precies de communicatiefunctie die in hetzelfde medium zit ingebakken kan een bijkomend nut geven dat je met tv, radio of kranten niet kan bereiken. Dat is niet makkelijk, omdat de communicatie vooral verloopt tussen de mensen rechtstreeks, en die hebben daarbij geen uitgever nodig. Het is evenwel duidelijk dat uitgevers in het internet meer creativiteit aan de dag moeten leggen als ze de bezoekers van hun sites alle dagen over de digitale vloer willen krijgen, en niet alleen bij schokkend wereldnieuws.De auteur is bereikbaar via e-mail: toon@grid.be