Advertentie
Advertentie

Het tragische toegankelijk

Berlinde de Bruyckere (Gent1964) zorgde het voorbije jaar als beeldend kunstenaar voor enige mediaophef, zowel in eigen land als in Nederland. In het Ieperse Flanders Fields Museum maakte ze vorige zomer een installatie met vijf dode paarden: afgietsels van paardenlijven, gemodelleerd in de dramatische poses van de doodsstrijd, werden overtrokken met paardenvacht, uit de opengereten buiken puilden dekens. In het Nederlandse Tilburg hing, bij een stedelijke beeldende kunstmanifestatie, zon paard in een boom, wat nogal wat commotie bij de stadsbewoners teweegbracht. Het werk van De Bruyckere schokt makkelijk, omdat het snel leesbaar is. Zeker sinds ze met dekens als materiaal voor haar installaties begon: behalve warmte en geborgenheid symboliseren die dekens voor de kunstenares ook kwetsbaarheid en angst. Angst die mensen onder dekens doet wegkruipen en kwetsbaarheid bij koude, ziekte, rampen en oorlogen. Vaak hebben vluchtelingen niet veel meer dan een deken. Daartegenover staat dan dat een teveel aan geborgenheid kan leiden tot verstikking en zelfverlies.Het dubbele van Berlinde de Bruyckeres werk, met als duidelijkste metafoor de deken die zowel beschermt als verstikt, blijft bestaan. Maar de essentie gaat dieper: De Bruyckere maakt het tragische toegankelijk. Daar zit voor haar de dualiteit in, veel eerder dan in het vormelijke, visuele aspect. Het inhoudelijke primeert: het onaangename dat onvermijdelijk samengaat met het aangename, het lelijke met het mooie. Slechts de perceptie van de kijker wisselt, beïnvloed als hij wordt door het gevoel van het moment.KnuffelbeestenDe tentoonstelling in het Muhka is geen retrospectieve of oeuvreoverzicht: Berlinde de Bruyckere wil in de haar toegewezen zalen vooral tonen waar ze de laatste jaren mee bezig is geweest. De dekenvrouwen bijvoorbeeld dateren van 96. De Bruyckere: De realiteitswaarde van die eerste beelden was belangrijk, ze moesten overkomen als echte figuren, als een mens onder de deken. Daarom ben ik op de wastechniek uitgekomen, en ben ik intussen al een stap verder: de beelden zijn ruwer geworden, de was is op het gips geschilderd, alsof ook onder de huid vernielingen worden aangericht.Naast deze beelden, die vorig jaar ook in De Pont in Tilburg te zien waren, toont De Bruyckere de paardeninstallatie van Ieper. In het Muhka is de context geheel anders: in het Flanders Fields Museum was de connotatie met oorlog overheersend, hier staat het werk in een cleane ruimte en krijgt het een heel andere, laboratoriumachtige sfeer.Ook de tekeningen en aquarellen, vooral van dekenvrouwen als metafoor voor de meest elementaire schuilplaats, zijn te zien. Maar de blikvanger wordt wellicht een nieuwe, grote installatie: een grote museumruimte wordt vol rekken gezet, volgepropt met weggegooide knuffelbeesten die benaaid werden, zoals De Bruyckere dat noemt: de beesten worden met naald en draad gemanipuleerd, gemuteerd, soms werden poten of staarten weggesneden, soms werd er iets aan toegevoegd. Door de totaliteit kun je geen enkel beest apart zien, ze klitten samen. In de zaal werden ook nog eens beesten aan linten opgehangen, het lijkt alsof ze te drogen hangen. Je ziet of voelt wel wat de beesten eerst waren, maar nu zijn ze ver-steld, aaneen-genaaid.HuidDe dekens hingen vroeger losser, nu worden de figuren meer en meer ingesnoerd, ze worden ook meer gemuteerd. Waarom die evolutie? De deken als bedekking, als pels, hoe ver kon je daar mee gaan? Nu is het een tweede huid geworden: enerzijds biedt die huid nog altijd een bescherming, anderzijds beperkt ze het lichaam in zijn vrijheid. Ik ga daar ver in, er zijn geen ogen meer of zo. Zo ervaar ik vandaag ook het mensbeeld.Is haar werk organisch? Ik ervaar dat niet zo. De inhoudelijke betekenis is belangrijk: het gaat om het mensbeeld dat vandaag aangetast wordt en dat in complete contradictie is met de behoefte van vele mensen om er fysiek perfect uit te zien.Haar mensbeeld is een mengeling van liefde en lijden, van hoop en ontgoocheling, van dreiging en bescherming. Daar gaat het inderdaad over. Wat brengt dan de toekomst? Ik heb een paar nieuwe beelden gemaakt, het vervolg op wat je in het Muhka te zien krijgt: het zijn beelden van twee mensen die ik aaneen-genaaid heb. Dat heeft toch deels een positieve betekenis: de een heeft de ander nodig, ze groeien aan elkaar tot een nieuw mensbeeld. Wie weet.Marc RUYTERSen allesis aaneen-genaaid van Berlinde de Bruyckere, van 20 januari tot 29 april 2001 in het Muhka.