Het Tsjetsjeense labyrint

Weinigen in het Westen weten waar Tsjetsjenië ligt - ergens in het Kaukasusgebergte - en dat er sedert drie jaar de Tweede Tsjetsjeense Oorlog woedt. Het conflict gaat tegen Rusland, want Tsjetsjeense rebellen hebben eind vorig jaar de opvoering van een musical in Moskou verstoord. Resultaat: een paar honderd doden, onder wie alle gijzelnemers en een groot aantal toeschouwers.Dat kunnen we onthouden. Enkele namen zijn via het radionieuws blijven hangen: Dadajev, Maschadov, de hoofdstad Grozny. Verder van ons bed is haast niet mogelijk, hoewel onze NAVO-bondgenoot Turkije er niet ver uit de buurt ligt. Nee, Tsjetsjenië zal wel weer zon land van malcontenten zijn, die hun laatste cent uitgeven aan een opgepoetste kalasjnikov. Als het belangrijk was hadden we allang Jef Lambrecht erover gehoord. Het blijkt echter niet zo simpel om als journalist dat land in te komen. De Russen hebben formeel de macht in handen, maar lusten geen pottenkijkers. Hetzelfde geldt trouwens voor de Tsjetsjeense krijgsheren. Beide partijen maken zich schuldig aan illegale oliehandel, drugssmokkel, kidnapping, moord en verkrachting. De rapporten van Artsen zonder Grenzen en Amnesty International liegen er niet om. De mensenrechten worden op grote schaal geschonden. Per maand verdwijnen nog steeds vijftig à tachtig Tsjetsjeense mannen, maar er sneuvelen ook twintig tot dertig Russische soldaten.De Franse oorlogscorrespondente (voor onder meer Libération) Anne Nivat wilde bij het uitbreken van de Tweede Oorlog in 1999 verslag doen van de gebeurtenissen. Ze kreeg geen toestemming van de Russische autoriteiten en ging dan maar op eigen houtje, vermomd als Tsjetsjeense vrouw, op zoek naar de ware toedracht. Het werd een verblijf vol ontberingen, angst en willekeur. De Russische wreedheid moet niet onderdoen voor die van de Tsjetsjeense rebellen en van de wahabitische fundamentalisten. In elk geval blijkt dat dit geen antiterreuroperatie is, zoals Moskou probeert vol te houden, maar een regelrechte oorlog met uitroeiing als doel. Geen vakantielectuur.In een kort nawoord wordt overzichtelijk de geschiedenis van het gebied samengevat. Daaruit blijkt dat al sinds Catharina de Grote (18de eeuw) de Tsjetsjenen systematisch onderdrukt worden. Ten tijde van Lenin en Stalin ging het er niet zachtzinniger aan toe. Met Jeltsin bereikte de toestand een dieptepunt. Maar ook Poetin zit nu met een erfenis waar hij geen blijf mee weet en die hij dus maar tracht te verbergen voor de buitenwereld.Anne Nivat - Het Tsjetsjeense labyrint -2003, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers,252 blz., 22,95 euro, ISBN 90-295-3649-7.Revolutionary RoadEr zijn vermoedelijk niet veel Amerikaanse romans uit 1961 die nu voor het eerst in het Nederlands worden uitgegeven. Dat wijst ergens op. Bijvoorbeeld, dat Richard Yates nooit de Nobelprijs heeft gekregen? Dat heeft hij dan gemeen met zijn generatiegenoten Heller (Catch 22), Salinger (The catcher in the rye) en anderen, die wel al lang in het Nederlands zijn vertaald. Een clevere, niet al te jonge uitgever in Amsterdam moet zich dit boek hebben herinnerd als een belevenis. En dat is het nog steeds. Leven in de suburbs vanaf rond 1960 is een thema dat door Hollywood werd ingepikt en dat ook op onze buis tot een format van zedenschets is uitgegroeid. Half lachend wordt de halve waarheid gezegd. Je reinste non-fictie in fictievorm.Er zijn tientallen varianten gemaakt op het echtpaar met twee opgroeiende kinderen, villa, twee autos, elk een eigen psychiater, vaste baan en dito sleur, vrienden en buren die even welgesteld als lusteloos zijn, onvoldane culturele ambities, snelle wippen met de secretaresse casu quo de romantisch aangelegde stranger, verveling troef, (on)gewenste zwangerschappen, drankzucht en stiekeme abortussen, met à la limite moord en doodslag maar liefst van al toch zelfmoord. De fascinatie van de alledaagsheid. De grote passies van Hemingway of Steinbeck zijn herleid tot consumentendom en would-be non-conformisme. Revolutionary Road is een doodgewone straatweg, ergens in Connecticut. Het plaatje kan zo worden getransplanteerd naar Brussel, Brasschaat, Oxford of Saint-Denis, alle plaatsen waar genoeg geld geconcentreerd is om te dromen van een beter maar vooral een ander bestaan. In dit geval neemt een Amerikaans echtpaar zich voor om te emigreren naar Europa. Dat leefpatroon is nog niet all-done en ook niet common sense. Zal het zover komen? Schiet het condoom niet uit positie? Raken de kids niet aan de drugs? Zal ik mezelf ooit vinden? Is het leven een soap en zoja waarom niet?Dit is geen roman maar een antropologische studie. Bovendien heeft ze vrijwel niets verloren van haar actualiteitswaarde. Het echtpaar Wheelers uit de Amerikaanse jaren vijftig, heet bij ons Elcker-ic. Er zijn dingen die beklijven, en het zijn niet altijd de mooiste dingen. Toch is ook het amusementsgehalte groot: de schrijver kan schrijven, hij schakelt moeiteloos over van poppenkast naar Grieks drama. De onbeschaamdheid waarmee clichés niet uit de weg worden gegaan, is aandoenlijk en verfrissend. De sixties zijn over, de eeuw is voorbij en de aarde heeft nog amper vijf miljard jaar te gaan. Voor wie daarvan vertrekt, is dit boek ook nog een pareltje van moderne filosofie.Richard Yates - Revolutionary Road -2003, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers,322 blz., 23,95 euro, ISBN 90-295-5657-9.