Advertentie
Advertentie

Het volkomen frietboek

Een boek over friet, het klinkt als een Belgenmop. Dat is het ook, maar nog veel meer dan dat. De ondertitel, die voornamelijk slaat op de tweede helft, is het helemáál: een Belgische cultuurgeschiedenis. Het unitaire adjectief is hier geheel op zijn plaats.Natuurlijk willen wij alles weten over friet, frites, fritten. Ze zijn ons tenslotte, bij wijze van spreken, met de paplepel ingegoten. Geen Belgisch gezin dat geen olie- of vetpot in huis heeft voor de aanmaak van in reepjes gesneden aardappelen. Ook voor het snijden van de reepjes zijn in vrijwel al onze supermarkten utensiliën voorradig.De frietkoten. Enkele jaren geleden hadden ze ei zo na moeten wijken voor een uniforme en esthetisch genoemde urbanisatie. Maar intussen zijn ze teruggekeerd, soms sluipenderwijs, naar het frietparadijs waar ze thuis horen. Er gaat niets boven frieten van het kot: krokant en bakvers, eigenhandig geschild en voorgebakken, opgediend in puntzakporties die wat te groot lijken maar het zelden zijn.En dan de hamvraag, om zo te zeggen: is friet een Belgische of een Franse uitvinding? De Amerikanen noemen het French fries maar dat kunnen we negeren. Hun kennis van de geografie reikt niet verder dan de Midwest of de Deep South. En hun kennis van voedsel niet verder dan Hamburg.De aanspraak van de Fransen zelf is een schoolvoorbeeld van pretentieus syllogisme: 1. frieten worden overal ter wereld lekker gevonden, 2. de Franse keuken is de beste ter wereld, 3. ergo, frieten zijn Frans.Zijn ze dan Belgisch? Zo ver durft de auteur niet te gaan. Want ook de Belgische claims zijn van verdacht allooi. Ze zouden vermeld worden in een boek dat niemand ooit gezien laat staan gelezen heeft, Curiosités de la table dans les Pays-Bas Belgiques. Daarin wordt betoogd dat de inwoners van Namen, Andenne en Dinant de gewoonte hadden in de Maas kleine visjes te vangen, om hun armetierige menu wat aan te vullen. Alleen, als de Maas s winters dichtvroor: geen visjes. Dan sneden ze aardappelen in de vorm van visjes en frituurden ze op dezelfde wijze. De gewoonte zou teruggaan tot de strenge winter van 1680. Aardig verhaal. Echter, uit opzoekingen blijkt dat de aardappel pas in 1709 in Wallonië is ingevoerd. Weg theorie.Het lijkt niet uit te sluiten dat de H. Teresa van Avila, voor de rest een bekende mystica, de uitvindster van onze nationale lekkernij is. Zij was in meerdere opzichten genotzuchtig en zij at geregeld aardappel - dat toen als een afrodisiacum werd beschouwd. Wie ooit Teresas bekentenissen over mystieke visioenen heeft gelezen, zal zich er niet over verbazen: De pijn was zo hevig dat ze mij zuchten ontlokte, maar ging vergezeld van zon wellust, dat ik wou dat het nooit zou ophouden.Waar gebakken aardappel al niet kan toe leiden. Maar vergeet toch vooral het tweede deel van dit boek niet te lezen, ook als het enkel nog van ver met friet heeft te maken.Paul Ilegems - Het volkomen frietboek/ Een Belgische cultuurgeschiedenis - 2002, Amsterdam/Antwerpen, Nijgh & Van Ditmar, 159 blz., 17,50 euro, 90 388 3698 8The fields of FlandersValt er nog wat te zeuren over het onbegrip waaraan wij Belgen ten prooi vallen in het buitenland? Reken maar. Professor Marysa Demoor heeft in Cambridge gestudeerd en daar zowat de hele Engelse literatuur annex lectuur doorgenomen. Zij is waarlijk geschokt over de clichés die aan gene zijde van het kanaal de ronde doen over onze volksaard. Belgen en vooral Vlamingen zijn een achterlijk, initiatiefloos volkje dat aangevoerd wordt door een stel corrupte politici en dat zich daar blijkbaar goed bij voelt. België, dat is het vleesgeworden compromis tussen Vlamingen en Walen, die te dom zijn om elkaar te vertrouwen. Wat de schrijfster de repliek ontlokt, dat de Britten eens beter zouden nadenken over hun compromisloze houding in Ierland en het aantal doden dat daarbij al gevallen is.U merkt het, dit gaat hard tegen hard. Alle grote Engelse schrijvers hebben zich op een of ander moment wel schuldig gemaakt aan het bespotten der Belgen. Het begon al bij Chaucer (14de eeuw). In zijn beroemde Canterbury Tales komt Vlaanderen veelvuldig voor. Dat had alles te maken, aldus de auteur, met de concurrentie van de twee landen op de wereldmarkt. Het voorstellen van Vlamingen als een zootje ongeregeld dat zich vooral aan lijfelijke genoegens overgeeft, moet ook gekoppeld worden aan de Engelse ambitie om cultureel wat meer te gaan betekenen in Europa.Zo gaat dat de hele geschiedenis door. Bij Daniel Defoe heet het prototype van de hoer Moll Flanders. Na de Slag van Waterloo - die uiteraard alleenlijk door de Engelsen is gewonnen - ontstaat het beeld van boring Belgium, een onbenullig en oninteressant stuk continent. Alleen de Engelse dandy William Thackeray schrijft complimenteus over België en Brussel - maar hij staat bekend om zijn satirische talent. Zijn tijdgenote Charlotte Brontë deed bij ons wat onprettige ervaringen op en hield die niet verborgen. Het nationale karakter van de Belgen... is opvallend koud, egoïstisch, dierlijk en inferieur.Dat de eerste Belgische koning een Duitse prins met stevige Engelse roots was, had het tij niet kunnen keren. Het ging pas goed fout onder Leopold II, die de Britse ambities in Midden-Afrika afblokte. Daar viel in termen van mensenrechten nogal wat op aan te merken en die taak namen de Britten volgaarne op zich.De enige slimme Belg in de Britse literatuur is Agatha Christies Hercule Poirot. Maar hij is zo atypisch, zo exotisch, zo vermakelijk en zo fictief, dat hij nauwelijks een Belg genoemd kan worden.Het beledigen van Belgen gaat tot op heden door. In maart van dit jaar nog vroeg de eerbiedwaardige Guardian zich af, waarom België niet voorkwam op de lijst van landen waartegen Amerika nucleaire wapens zou inzetten. Het is vreemd, stelde de krant, dat de Belgen, met hun ziekmakende, in de mayonaise gedrenkte keuken en hun storende interesse in pedofilie, niet beschouwd worden als een As van het Kwaad op zich. Besluit: Never mind Saddam. What about nuking the Belgians? Ook een subtiele satire, natuurlijk. Marysa Demoor - The Fields of Flanders/Alles of bijna alles wat Engelse auteurs ooit schreven over Vlaanderen en België... en waarom - 2002, Roeselare, Globe, 159 blz., 16,50 euro, ISBN 90 5466 731 1Burchten en fortenEind september organiseerde het Davidsfonds een weekend waarbij meer dan dertig hoogtepunten van de vestingbouw in Vlaanderen, Wallonië en zelfs Nederland konden worden ontdekt. De handleiding voor die ontdekkingsreis is een beklijvend document, samengesteld door professor Luc de Vos, van de Koninklijke Militaire School.Het gaat zowel om middeleeuwse burchten en omwallingen, als recentere forten, loopgraven en bunkers. De meeste van die complexen hebben sedert lang hun militaire karakter verloren en fungeren nu als polyvalente, culturele en/of sportieve centra. Exemplarisch is de vestinggordel rond Antwerpen.Hij werd gebouwd door Brialmont, naar wie sedertdien een lei is genoemd. De omwalling dateert van de jaren 1860 en werd gecompleteerd met een fortengordel van acht stuks. Nadien zijn er nog enkele bijgebouwd op de linkeroever. De gordel moest de stad behoeden voor een bombardement met kanonnen en diende ook als kamp van waaruit het veldleger kon opereren. Uit de verdere geschiedenis blijkt dat het militaire nut van de forten in de Eerste noch in de Tweede Wereldoorlog erg groot is geweest. Sommige ervan bewijzen nu pas hun nut, als natuur- en ontspanningsgebied. Andere zijn afgebroken. Op de plaats van Fort 1 staat thans het Shoppingcenter van Wijnegem.Het boekje heeft een documentair karakter en is voorzien van alle chronologische en encyclopedische hulpmiddelen, plus gravures en fotos.Luc de Vos (e.a.) - Burchten en fortenen andere versterkingen in Vlaanderen - 2002, Leuven, Davidsfonds, 264 blz.,13,50 euro, ISBN 90 5826 195 6.