Het Zilverfonds: het appeltje laaft de dorst niet

Met een mediacampagne van ruim 620.000 euro (25 miljoen frank) belastinggeld spaarde de federale minister van Begroting en Financiën, Johan vande Lanotte, kosten noch moeite om het Zilverfonds aan te prijzen. Het is ironisch dat de oprichting van een spaarfonds gepaard gaat met de uitgave van geld.Wat is dat Zilverfonds nu precies? Het is een openbare instelling die moet dienen om reserves aan te leggen. Deze zullen worden gebruikt om tussen 2010 en 2030 de druk van de vergrijzing op de wettelijke pensioenstelsels van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren op te vangen. Het fonds wordt jaarlijks gestijfd met begrotingssurplussen, overschotten van de Sociale Zekerheid, eenmalige niet-fiscale ontvangsten en opbrengsten uit beleggingen van de reserves. De beleggingen gebeuren uitsluitend in effecten en fondsen van de Belgische staat (bij een schuldgraad hoger dan 100 procent), nadien (indien de schuldgraad lager is dan 100 procent) in activa. Een jaarlijks opgestelde Zilvernota vermeldt welke middelen aan het Zilverfonds worden toegewezen. Vanaf 2010 kunnen dan vanuit het Zilverfonds middelen aan de wettelijke pensioenstelsels worden toegekend op voorwaarde dat de schuldgraad kleiner is dan 60 procent.Een directe en structurele schuldafbouw valt te verkiezen boven de techniek van de indirecte, niet-structurele schuldafbouw van het Zilverfonds.Wij zijn van oordeel dat de hele mediaheisa ongepast is en dat het Zilverfonds niets anders is dan cosmetica. De vergrijzing kan immers ook opgevangen worden via directe schuldafbouw. Het afbouwen van overheidsschuld of het opbouwen van een spaarpot belegd in overheidsobligaties via het Zilverfonds komt in se op hetzelfde neer. De beleggingen van het Zilverfonds in overheidspapier worden trouwens in mindering gebracht van de Maastricht-overheidsschuld. Men kan het vergelijken met een gezin dat een spaarboekje verkiest boven het afbetalen van een hypothecaire lening. VLD-voorzitter De Gucht deelt trouwens deze mening: Ik zie niet in waarom een Zilverfonds nodig is. Feitelijk is het niet meer dan een gigantische debudgettering met een stuk overheidsschuld dat apart geparkeerd wordt, verklaarde hij in juni 2000. Ook Didier Reynders verkoos midden 2000 een directe schuldafbouw op een indirecte via het Zilverfonds: Verminder de schuld. En zorg voor een structureel overschot op de begroting. Het is niet zeker dat er een speciaal fonds moet komen om de vergrijzing op te vangen. Het Zilverfonds vertoont enkele cruciale minpunten. Het is niet zo - zoals de advertentie verkeerdelijk weergeeft - dat er op kruissnelheid elk jaar een veelvoud van de 620 miljoen euro (25 miljard frank) bijkomt. Het Zilverfonds moet het immers zonder een structurele financiering stellen, maar met middelen waarover jaarlijks moet worden beslist. Bovendien wordt het fonds vooral met budgettaire meevallers gestijfd. Het is niet ondenkbeeldig dat men in periodes van laagconjunctuur of bij andere budgettaire tegenvallers nalaat het Zilverfonds te voorzien van extra middelen. Het Zilverfonds is hierdoor een zwak budgettair disciplineringsinstrument. Een jaarlijkse, structurele en gegarandeerde middelentoewijzing aan het Zilverfonds had dit euvel kunnen verhelpen en zou de besteding van de beschikbare begrotingsmarge meer in toom houden, wat zeker voor de huidige regering enige relevantie inhoudt. Bovendien zou dit de noden op lange termijn verdisconteren naar de korte termijn zodat ze niet in de verdrukking komen van de andere kortetermijnnoden zoals het afrekenen met een mager budgettair jaar of de politieke luimen van het moment. Een voorstel om het fonds jaarlijks te stijven met een gegarandeerde middelentoewijzing werd door paars-groen echter weggestemd.Verder stelden we vast dat men reeds vóór de inwerkingtreding van de Zilverfondswet de uitgaven voor 2001 verhoogde met de geraamde, dus nog niet gerealiseerde beleggingsopbrengst uit de verkoop van de UMTS-licenties, geraamd op 15,6 miljoen euro (628,8 miljoen frank). Het is absoluut niet de bedoeling de opbrengst van het Zilverfonds te gebruiken als alibi om de primaire uitgaven te verhogen. Dit zou immers betekenen dat men per saldo de beleggingsopbrengsten van het Zilverfonds tenietdoet. Men heeft dus de intrest van het spaarboekje al uitgegeven nog voor die werd geïncasseerd. Het Zilverfonds vertoont nog andere lacunes. Het ambieert alle extra kosten van de vergrijzing van alle pensioengerechtigden op te vangen, maar het dekt niet alle pensioenstelsels van personeelsleden uit de (semi-)openbare sector: onder meer de pensioenen van het statutair personeel van gemeenten en provincies vallen uit de boot. Een door onze fractie ingediend amendement om deze lacune aan te vullen, werd door de meerderheid niet gehonoreerd. Een eerder ingediend amendement om ook de 92.000 personen die genieten van de inkomensgarantie voor ouderen op te nemen in het toepassingsgebied van de wet werd nochtans wel aanvaard.Het Zilverfonds belet niet dat de relatieve levensstandaard van ouderen die uitsluitend op de eerste pijler terugvallen achteruitgaat ten opzichte van de werkende bevolking. Wij ontdekten deze problematiek al eerder en hebben een wetsvoorstel uitgedokterd dat onder meer de uitkeringen in de Sociale Zekerheid voor werknemers en de uitkeringen in het stelsel van de sociale zekerheid voor zelfstandigen jaarlijks wil aanpassen aan de evolutie van de conventionele lonen. Het past voorts er de aandacht op te vestigen dat het Zilverfonds slechts een deel van het antwoord biedt op de vergrijzingsproblematiek: er is nog steeds nood aan structurele maatregelen om de uitgavengroei op lange termijn te beperken. Tevens kan de uitbreiding van de op kapitalisatie gebaseerde aanvullende pensioenen van de tweede en derde pijler (waarbij de discriminaties van zelfstandigen inzake pensioenopbouw moeten worden weggewerkt) soelaas bieden.Kort samengevat, structurele en directe schuldafbouw is te verkiezen boven de techniek van het Zilverfonds. Het Zilverfonds biedt voorts geen afdoend antwoord op de vergrijzingsdruk op de pensioenen.Vande Lanotte heeft de bovenstaande nuances in zijn Zilverkrantje en dito advertenties niet aangebracht. In een campagne die ruim 620.000 euro heeft gekost was dit nochtans perfect mogelijk geweest.Yves LETERMEDe auteur is voorzitter vande kamerfractie van de CD&V