Advertentie
Advertentie

Hoe blind is de fiscus sinds nieuwjaar? (deel II)

In een vorige bijdrage lichtten we de eerste soort verjaringstermijnen toe. De eerste termijn van anderhalf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd,kan in specifieke gevallen uitgebreid worden tot drie jaar. Bij fraude wordt dat vijf jaar. In specifieke gevallen wordt deze structuur doorbroken.Art. 358 WIB 1992 voorziet in enkele bijzondere termijnen die van toepassing worden indien welbepaalde voorwaarden vervuld zijn. Gebruik makend van art. 358 WIB 2992 kan de fiscus de termijnen geschetst in de vorige bijdrage doorkruisen. In de praktijk betekent dit dat de fiscus in die gevallen eventuele fraude niet moet bewijzen. Hij kan zonder meer een langere termijn krijgen om in het verleden van de belastingplichtige in te grijpen. Vier dergelijke gevallen zijn ingeschreven in het wetboek.