Advertentie
Advertentie

Hoezo, revolutie?

Buiten de inleiding en een eerste deel, heeft dit boekje van de Frans-Bulgaarse taalkundige en filosofe Julia Kristeva (1941) weinig of niets met de revolte van of tegen wat dan ook te maken, maar veeleer met ervaringen van vrijheid die zij benadert vanuit haar relatie tot de culturen die haar gastvrij ontvingen. Uitgestoten door het Bulgaarse communisme, kwam zij immers in de schoot van de Franse cultuur terecht en maakte zij later kennis met die van de Amerikanen, al ging het een en ander aanvankelijk niet van harte. Het grootste deel van dit boek is samengesteld uit teksten van voordrachten over haar intellectuele ervaringen die zij met culturen had, waarbij haar grote rolmodellen duidelijk de spraakmakende Franse denkers van de afgelopen halve eeuw zijn geweest: van Sartre tot Lacan.Maar om bij de titel ervan te blijven: de revolte van de voorbije decennia, de nasmaak van de jaren zestig, heeft bij Kristeva net als bij andere geëngageerde West-Europese intellectuelen een crisis teweeggebracht. Revolteren, nu nog, maar tegen wat, vraagt Kristeva zich af. Tegen wie moet je je verzetten als de macht en de waarden leeg geworden of ontaard zijn? zucht zij. Erger, wie kan zich nog verzetten wanneer de mens steeds meer wordt teruggebracht tot een conglomeraat van organen, als hij in plaats van een subject een vermogensrechtelijk persoon is, voorzien van een erfdeel, en nog maar net in staat is tot het zappend kiezen van zijn favoriete kanaal.De revolutionair heeft geen taak meer, omdat er geen tegenpartij meer lijkt te zijn. Niet alleen verzandt de politieke revolte in compromissen tussen partijen die hoe langer hoe meer op elkaar gaan lijken, maar daarbij verliest ook een essentieel bestanddeel van de Europese cultuur een cultuur van twijfel en kritiek zijn morele en esthetische draagvlak.Geen scènes meer dus waarbij jongeren studenten samen met arbeiders gebouwen bezetten, barricades oprichten, de politie bestoken met Molotov-cocktails. In Zuid-Korea misschien nog wel, of in Indonesië, waar de cultuur van de consensus nog geen hoogtij viert maar voor hoelang nog? De 68-igers zijn nu de weg van de innerlijke revolutie ingeslagen, stelt Kristeva die voor de rest haar boek wijdt aan Freud, Proust en Lacan, niet echt boegbeelden voor een nieuwe, zelfs voor een intellectuele revolutie. Maar toch bewandelt die innerlijke revolutie dezelfde weg als die van alle voorbije revoluties: de weg van realisten die het onmogelijke willen.Onophoudelijk opnieuw beginnen, daarmee wordt elke revolutie aangevangen tot die conclusie komt Kristeva. Zonder dat zou de mondialisering alleen nog maar neerkomen op het berekenen van groeicijfers en genetische kansen, stelt zij. Maar hoe moeilijk is dat opnieuw beginnen, wanneer de hedendaagse geschiedenis nu net gekenmerkt wordt, zoals Kristeva zelf besluit, door zelfregulering?Het is voor Kristeva onvoldoende om de permanente revolte, die zij gestagneerd ziet door de om zich heen grijpende technologie, weer aan te wakkeren om het geluk of een punt van sereniteit te bereiken. Dat moet zeker ook gebeuren, maar de mens moet het dilemma van zijn tweespalt doorbreken, een tweespalt die met de aard van de revolte te maken heeft. Ofwel verschanst hij zich in zijn oude waarden, tenzij hij daarentegen een toevlucht vindt in de nieuwe waarden die er niet in slagen zichzelf op gepaste wijze in twijfel te trekken.De revolte van de moderne mens, schrijft Kristeva, is niet simpelweg een herhaling van de retrospectieve relatie waarop de innerlijke stel van de christen steunt, tot rust gekomen in zijn zoektocht die eindigt bij de terugkeer naar het summum esse. Als hij de weg van het retroactieve zelfonderzoek inslaat, volgt de moderne mens deze weg tot aan een voortaan onverzoenlijke innerlijke verdeeldheid. Deze heeft zich misschien wel eerder in de geschiedenis voorgedaan, in de marges van de kunst of de mystiek, maar nog nooit zon hoogtepunt en omvang bereikt als in de moderniteit.Voor Kristeva is het althans duidelijk dat de opkomst van de vrouwen in de tweede helft van de twintigste eeuw uiterst belangrijk is geweest als wat zij een tegengif noemt voor de technologische samenleving. Die opkomst leidt immers tot een herwaardering van de gevoelde ervaring een gevolg van de rol van de vrouw als verantwoordelijke voor het voortbestaan van de soort. Die rol staat daardoor nog het best garant voor een rehabilitatie van het voelbare, in tegenstelling tot de toepassing van de rede in de technologie. Revolte is onze mystiek, besluit ze al bij de aanvang van haar essay, ons synoniem voor waardigheid. GELJulie Kristeva - De toekomst van een revolte - 1999, Amsterdam, Uitgeverij Boom, 95 blz.