Advertentie
Advertentie

Honkvast

Laat de Waalse en Brusselse werklozen tot Vlaanderen komen. Met dat voorstel denkt Johan Sauwens, de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, het ei van Columbus voor de krapte op de Vlaamse arbeidsmarkt te hebben gevonden. Het gaat niet aan arbeidskrachten uit andere landen aan te voeren, luidt zijn redenering, als het zuiden van het land nog met zoveel werklozen kampt. Sauwens zou Sauwens niet zijn, als hij aan zijn voorstel niet de dreiging met een splitsing van de sociale zekerheid, in casu de werkloosheidsvergoedingen, koppelde. Dát debat voeren op de rug van de werklozen, getuigt evenwel van weinig goede smaak.Het voorstel van Sauwens lijkt anders de logica zelve, maar is niet nieuw. Vlaams minister van Werkgelegenheid Renaat Landuyt en zijn Waalse en Brusselse collegas sloten enkele maanden terug samenwerkingsakkoorden voor de uitwisseling van taal- en technische stages. Ze wezen er terecht op dat het zonde is dat in tijden van arbeidsmarktkrapte een enorm potentieel aan menselijk kapitaal verloren gaat door een gebrek aan kennis van de andere landstaal. Hiermee raakten ze een van de kernpunten van het probleem. Franstalige werklozen die geen Nederlands spreken, zullen niet snel een contract in Vlaanderen aangeboden krijgen, hoe krap de arbeidsmarkt er ook mag zijn. Meer en meer Franstaligen beseffen dat ze met een goede kennis van het Nederlands hun carrièrekansen fors verhogen. Velen zijn bereid inspanningen te leveren. Vlaanderen moet hen hiervoor wel de nodige tijd gunnen, en misschien het spreekwoordelijke duwtje in de rug geven.De talenkennis is voor Franstaligen een van de grootste barrières, maar lang niet de enige en zeker niet de meest onoverkomelijke, om in het noorden van het land te solliciteren. De arbeidsmarkt is nu eenmaal niet zo flexibel als we graag dromen. De stelling van de communicerende vaten gaat op dit terrein niet op. Dat bewijst de Vlaamse situatie maar al te goed. Hoe te verklaren dat de Hasseltse regio met een werkloosheidsgraad van 9 procent kampt, terwijl Vilvoorde het op 4,4 procent houdt? Hoe te vatten dat Oostende met een werklozenprobleem zit, terwijl op luttele kilometer daarvandaan bedrijven om arbeidskrachten smeken? Hoe te duiden dat tijdens grootschalige fusieoperaties het personeel vaak het meest wakker ligt van een mogelijke verhuizing, zelfs al gaat het om twintig kilometer? De Belg, de Vlaming net zo goed als de Waal, is nu eenmaal een honkvast wezen dat meestal in de buurt van zijn geboorteplaats blijft wonen. Deze onder de kerktoren-mentaliteit is blijkbaar sterker dan de drang naar een zinvolle job. Hieraan sleutelen vergt meer dan loze woorden, dreigingen en opleidingsprogrammas. Zeker in tijden waar steeds meer met de kwaliteit van het leven geschermd wordt.Blijft de vraag of het vacaturerijke Vlaanderen zit te springen om werklozen van over de taalgrens. Als ze het ideale, hoogopgeleide profiel hebben, zonder enige twijfel wel. Moeilijker zal het liggen als het gaat om laaggeschoolden, allochtonen of oudere werknemers. Zij zijn per definitie minder welkom op de arbeidsvloer, zoals ook de Vlaamse werkloosheidscijfers bewijzen. Ondanks de steeds luider klinkende roep van bedrijven om personeel blijven ook in Vlaanderen nog ruim 180.000 werkzoekenden over. Moeten zij dan in Wallonië aan de slag? Evelyne HENS