Advertentie
Advertentie

Hoog bezoek met hindernissen

Het mag raar klinken, maar het bezoek van de Amerikaanse president, George W. Bush, aan Groot-Brittannie was het officieuze startschot van zijn campagne voor de presidentsverkiezingen in 2004. Blijkbaar heeft de monarchie zelfs in de VS enige aantrekkingskracht. Het is overigens al meer dan 85 jaar geleden dat een Amerikaanse president nog eens Buckingham Palace aandeed. Toen kwam Woodrow Wilson klinken met George V op de goede afloop van de Eerste Wereldoorlog. Het bezoek van Bush gaf minder aanleiding tot feestvieren of vrolijkheid. Tenzij misschien de Fawlty Towers-toestanden waar het Britse koningshuis een patent op heeft. De Queen weigerde alvast de vertrekken van de hoge gast om te bouwen tot een versterkte bunker. De veiligheid was meer dan genoeg gegarandeerd, luidde het oordeel. Tot bleek dat een reporter van een Brits blad erin was geslaagd te infiltreren in het koninklijk paleis en dus toegang verkreeg tot de prive-vertrekken van de Queen en ook haar gast. De rest van dat verhaal wordt voor een rechtbank uitgevochten. Maar daar houdt de gekheid op. Voor president Bush was het bezoek vooral een gelegenheid om de banden met de Britse premier te versterken, de Amerikaanse president bracht niet veel meer dan dat mee. Geen toegevingen in de staaloorlog bijvoorbeeld of de overdracht van een tiental Britse onderdanen die momenteel op Guantanamo gevangen zitten. Alleen de eendracht en de overtuiging van het eigen gelijk in de oorlog tegen Irak. Bosporus Voor Blair was het bezoek dan ook geen gedroomde parade. Londen kreunde onder de veiligheidsmaatregelen. Tienduizenden betoogden tegen de komst van de Amerikaanse president. Voor het Britse publiek was de komst van Bush een aanleiding om nog eens na te denken over de oorlog, de rol van hun land in het conflict en vooral, die ene belangrijke vraag: hoe raken we er weer uit? Ondanks de stoere taal van beide leiders is het duidelijk dat de Amerikaanse president toch een uitweg aan het creeren is. Halfweg volgend jaar neemt een voorlopig Iraakse regering het commando over. De Amerikaanse troepen, maar uiteraard ook de rest van de coalitietroepen, blijven dan enkel op uitnodiging in Irak. Het beeld van bezettingstroepen moet verdwijnen. In Irak verminderen de aanslagen niet, hoewel de Amerikaanse troepen een fors tegenoffensief begonnen. De meest symbolische aanslag van deze week was ongetwijfeld de mortier op het ministerie van Olie. Het enige ministerie dat de val van Bagdad en de woeste plunderingen die daarop volgden, ongeschonden overleefde. Het was misschien niet zo verstandig vanuit Amerikaanse zijde om net dat ministerie alleen de volle bescherming te bieden, het versterkte de indruk dat het uiteindelijk inderdaad om de olie ging. Maar ook dat symbool ging er vrijdagmorgen aan. Bloediger waren de terreuraanslagen in Istanbul. Op vijf dagen tijd werden vier zelfmoordaanslagen gepleegd, eerst op twee synagogen, nadien op Britse doelwitten. Via een obscure Turkse fundamentalistische groepering eiste Al Qaeda de aanslagen op. Het is moeilijk deze aanslagen niet als 'collateral dammage' van de oorlog in Irak te zien. De aanslag tegen de synagogen werd door Israel zelf als een antisemitische aanslag gezien. Het is vooral een aanslag tegen Israel en Turkije. Beide landen onderhouden vriendschapsbanden die in die regio uniek zijn. De Britse doelen, verklaarde Al Qaeda zelfs via het internet, waren getroffen vanwege de betrokkenheid van de Britten bij de operatie tegen Irak. Maar vooral Turkije is het grote slachtoffer. De meeste slachtoffers van de vier aanslagen waren immers Turken. Bovendien verhogen de aanslagen nog maar eens de druk op de regering-Erdogan. Turkije doet zich graag voor als een moderne lekenstaat waar de democratie en de islam hand in hand gaan. De waarheid is genuanceerder. Sinds Kemmal Ataturk er met harde en militaire hand een lekenstaat van maakte, leven de militairen en de burgerlijke politici op gespannen voet. Het leger heeft, niet altijd volgens de regels van het boekje en met respect voor de mensenrechten, er altijd over gewaakt dat Turkije niet afdreef is een theocratie. Datzelfde leger zorgde ervoor dat de Verenigde Staten en andere westerse landen een belangrijke bondgenoot kregen aan de Bosporus. Turkije ligt op de grens van Europa en Azie, Istanbul is eigenlijk de grensovergang, en die ligging is van groot strategisch belang. Toen Tayyip Erdogan premier van Turkije werd, werd dat met de nodige argwaan bekeken. Erdogan, in het verleden een zeer militante moslim, toonde zich overigens minder inschikkelijk dan zijn generaals, ook al om de gevoelens van zijn bevolking niet al te zeer te kwetsen. Zo kregen de Amerikanen geen toelating om een tweede front tegen Irak te openen vanuit Turkije. De beloofde Turkse troepen voor Irak werden uiteindelijk ook niet geleverd, al kwam dat vooral door Iraakse protesten. Europese Unie De Britse minister van Buitenlandse zaken, Jack Straw, kwam onmiddellijk na de laatste aanslagen ter plaatse. Hij verzekerde zijn Turkse ambtsgenoot, Abdullah Gul, zijn volle steun in de strijd tegen het terrorisme en, als bonus, een uiterste inspanning om Turkije een volwaardig lid te maken van de Europese Unie. Een belofte die de Britten al lang doen aan de Turken wegens de bewezen hand- en spandiensten. Zo'n belofte is snel gemaakt, zeker in dergelijke dramatische omstandigheden. Alleen is hier de logica stilaan zoek. Of beschouwt Straw de Europese Unie als toppunt van beschaving en democratie? Dat moet binnenkort nog blijken. Bijvoorbeeld uit de manier waarop de Europese grondwet ingevoerd wordt en hoe de uitbreiding van de Europese Unie zal verlopen. Dat zijn in ieder geval geschikte momenten om het democratische gehalte van Europa te meten.