Hulptrainers Club Brugge niet schuldigaan corruptie

(tijd) - De drie hulptrainers van Club Brugge die enveloppen met geld kregen bij transfers die geregeld werden door spelersmakelaar Ranko Stojic, zijn niet schuldig aan corruptie. Dat zegt de Brugse procureur des Konings, Jean-Marie Berkvens.De voorbije weken zijn de drie adjunct-trainers op vraag van het Brugse parket verhoord over een mogelijke corruptiezaak. De drie, Alex Querter, René Verheyen en Hans Galjé, hadden van Ranko Stojic tussen 1997 en 1999 bij de afhandeling van transfers elk een enveloppe met een half miljoen frank gekregen.Toen Club Brugge dit bevestigde in NRC Handelsblad, startte het Brugse parket een opsporingsonderzoek. Na de resultaten van hun verhoor onderzocht te hebben, besliste het Brugse parket dat er geen sprake is van private omkoping. De overhandiging van de enveloppen vond plaats voordat de wet op de privé-corruptie gold, die pas op 2 april 1999 in werking trad. Berkvens bevestigde gisteren dat de feiten niet in het toepassingsveld van de corruptiewet lagen, maar voegde eraan toe dat het opsporingsonderzoek van het Brugse gerecht wordt voortgezet: Wij onderzoeken of er geen andere misdrijven zijn. In Nederland loopt in dezelfde zaak een onderzoek naar fraude en belastingontduiking door Vitesse Arnhem en in Frankrijk naar de praktijken van Bordeaux.Het Brugse parket pleegt over de zaak de komende dagen overleg met het bondsparket van de Belgische Voetbalbond. Het bondsparket besloot eind januari geen standpunt in te nemen in het dossier Stojic-Club Brugge en het door te sturen naar de wereldvoetbalbond FIFA. De bond oordeelde wel dat Club Brugge niet correct had gehandeld door het overhandigen van de enveloppen niet onmiddellijk te melden. SV/DV