Advertentie
Advertentie

Huwelijksquotiënt behoeft activerend alternatief

De afgelopen weken reageerden sommigen afwijzend op het voorstel van het Vlaams Economisch Verbond (VEV) om het huwelijksquotiënt in onze personenbelasting ter discussie te stellen. Dit voorstel past in een plan om mensen uit de stille arbeidsreserve op de arbeidsmarkt aan de slag te krijgen.De noodzaak van een verhoogde arbeidsdeelname kan niet worden betwist. Als dit niet gebeurt, dreigen binnen enkele jaren, als de vergrijzing volop doorzet, grote tekorten op de arbeidsmarkt en worden onze sociale voorzieningen en uitkeringen onbetaalbaar. België is aanzienlijk minder arbeidsmarkt-actief dan de meeste andere Europese landen. Alleen al het halen van de Lissabondoelstelling, 70 procent van de bevolking op actieve leeftijd aan het werk, betekent voor Vlaanderen 250.000 arbeidsdeelnemers erbij. Deze extra arbeidsdeelname zal moeten komen van groepen die nu relatief weinig aan het werk zijn: 55-plussers en jongeren, maar vooral laaggeschoolde vrouwen met kinderen. Een beleid dat het tweeverdienerschap en de herintrede in de arbeidsmarkt onder meer fiscaal aanmoedigt in plaats van ontmoedigt, past volledig in het opzet van de actieve welvaartstaat. En de vraag is of het huwelijksquotiënt zoals het vandaag bestaat nog wel in een dergelijk beleid past.Het huwelijksquotiënt is zonder meer een merkwaardigheid in ons fiscaal bestel. Het werd ingevoerd bij de fiscale hervorming in 1988. Toen werd de decumul van de inkomens van gehuwde partners doorgevoerd, waardoor de belastingheffing op elke partner afzonderlijk wordt toegepast. Voor gehuwde koppels met twee inkomens betekende dit een belangrijke verbetering, aangezien ze zo minder snel aan de hoogste tarieven (45% en meer) worden belast. Samen met de decumul werd echter ook, ten behoeve van de gehuwde éénverdieners, het huwelijksquotiënt ingevoerd. Dit komt erop neer dat bij koppels met één inkomen een deel van het inkomen van de verdienende partner wordt overgeheveld naar de partner zonder eigen inkomen, die hierop belast wordt alsof hij het gewoon zelf had verdiend. Het fiscaal voordeel door een dergelijke overhevelingoperatie is aanzienlijk: het overgehevelde bedrag gaat immers af van de hoogst belaste schijf van de verdienende partner, terwijl het terechtkomt in de belastingvrije som en in de laagst belaste schijf van de niet-verdienende partner. Anders gezegd: enkele duizenden euro die zonder huwelijksquotiënt voor 45% of 50% naar de fiscus zouden vloeien, worden zo deels belastingvrij en deels belast aan 25% of 30%.Uiteraard is niét het feit dat door het huwelijksquotiënt honderdduizenden huishoudens minder belastingen moeten betalen ons een doorn in het oog. Integendeel: elke maatregel die iets afdoet van de buitensporige belasting van inkomens in ons land is pure winst, want dit geeft de gezinnen meer ruimte om te consumeren en te investeren.Het probleem met het huwelijksquotiënt is echter dat het een maatregel is die afgebouwd wordt of wegvalt wanneer een eenverdienergezin een tweeverdienergezin wordt. Wanneer in een gezin dat voordeel heeft van het huwelijksquotiënt de niet-verdienende partner een betaalde baan opneemt, leidt dit meteen tot een flinke belastingverhoging voor de andere partner. Die moet dan immers 45% of nog meer belasting betalen op het bedrag dat vroeger kon worden overgeheveld. Zeker als het loon van de tweede verdiener relatief laag is, of als het om deeltijds werk gaat, leidt dit vaak tot het besluit dat met twee gaan werken nauwelijks nog de moeite loont. Maar het kan nog erger: als de partner pas begint te werken tijdens de laatste maanden van het jaar, of seizoenarbeid verricht heeft, kan het verdiende loon zelfs volledig worden wegbelast door het verloren gaan van het huwelijksquotiënt. Dat sommige mensen zo goed als voor niks gaan werken valt noch economisch noch maatschappelijk te verdedigen.Voor het huwelijksquotiënt worden dan ook het best alternatieven gezocht die even of nog meer gezinsvriendelijk zijn, maar de intrede tot de arbeidsmarkt niet ontmoedigen en het werken in het zwart of het stopzetten van betaald werk niet aanmoedigen. Te denken valt aan de vervanging van het huwelijksquotiënt door het fors optrekken van de verhoogde belastbare som voor kinderen ten laste. Zon wijziging heeft een dubbel voordeel. Ten eerste heeft dit tot gevolg dat de gezinsvriendelijke maatregelen in onze fiscaliteit integraal ten goede zouden komen aan gezinnen met kinderen. Dit in tegenstelling tot het huwelijksquotiënt, waarvan het voordeel voor 50% naar gezinnen zonder kinderen gaat. Ten tweede komt zon maatregel alle gezinnen met kinderen ten goede, ongeacht of slechts een dan wel beide ouders een baan hebben. Door een vervanging van het huwelijksquotiënt door een verhoogde belastbare som per kind, zullen de gezinnen met drie kinderen of meer, die vaak kiezen voor slechts een baan buitenhuis, nog steeds fiscale ondersteuning krijgen. Maar evengoed worden die gezinnen dan niet meer fiscaal afgestraft als beide partners kiezen voor deelname aan de arbeidsmarkt.Mark ANDRIESDe auteur is adjunct-directeur van de VEV-studiedienst