Ido Bar-el

Yonah Fonce, curator van het Muhka, brengt op geregelde tijdstippen wat couleur locale in het Antwerpse museum. Wel te verstaan dat het hier niet om Antwerpse couleur locale, maar om kunst uit het Midden-Oosten gaat, meer bepaald van Israëlische kunstenaars. De keuzes van Yonah Fonce mogen dan al ingegeven zijn door de hunker naar het moederland, het zijn ook keuzes die een artistieke meerwaarde opleveren en ons introduceren in een ander dan het zuiver West-Europese discours. Niet dat de schilderijen van Ido Bar-el, de schilder uit Tel Aviv die thans wordt voorgesteld in het Muhka, volledig los zouden staan van onze kunsttraditie, toch werpt hij vanuit zijn eigen cultuurtraditie een ander licht op de betekenis en de mogelijkheden van de schilderkunst. Ido Bar-el (1959) is geen onbekende in België. In 1993 stelde hij tentoon in de Gentse Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, waarna een aantal van zijn werken werd aangekocht en nu deel uitmaakt van de vaste collectie. In het Muhka, waar hij ook eerder al exposeerde, wordt nu een vijftigtal vrij recente schilderijen getoond, werk gemaakt in de periode 1992 tot vandaag. De schilderijen van Bar-el zijn stille werken, uitgevoerd op bescheiden formaten en in veelal gedempte kleuren, ze zijn abstract en worden gemaakt op onorthodoxe dragers. Een enkele keer wordt canvas gebruikt, maar dat lijkt eerder een toevallige keuze: Ido Bar-el schildert immers op alle soorten van vlakke dragers, gaande van verkeersborden tot kastdeuren, van geprepareerd schilderdoek tot aluminium platen. De dragers worden in de staat waarin ze werden gevonden beschilderd, het zijn meestal wegwerpmaterialen. Dit brengt met zich mee dat de schilderijen sterk betrokken worden op het alledaagse, de dagelijkse omgeving. Tegelijk worden de alledaagse dragers nu verheven tot eerbaaar onderdeel van een schilderij: op die manier krijg je een interessante vermenging van banaliteit en het verhevene, wat banaal is groeit uit tot icoon en vice versa. Tegelijk doet zich een tweede proces voor: een bestaand beeld, met name de drager, wordt versluierd; het nieuwe, geschilderde beeld wordt ontsluierd. Desalniettemin slaagt Ido Bar-el er telkens weer in een grote eenheid te creëren tussen de beide polen: het is in die mooie en stille eenheid dat de schilderkunst een nieuw en krachtig elan krijgt.Painting van Ido Bar-el, tot 18 november in het Muhka, Leuvenstraat, Antwerpen. Alle dagen behalve maandag open van 10 tot 17u. Tel. 03/238.59.60.The Big ShowDezer dagen loopt in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten een kleine tentoonstelling over het werk van Anne Decock (zie Tijd-Cultuur van 10 oktober jl.). Wat vereenvoudigd zou je kunnen stellen dat Decock ons met haar werk onder meer bewust wil maken van het feit dat de institutionele context waarin een werk wordt getoond en bekeken erg bepalend is voor de interpretatie die we eraan geven. Het laatste deel van The Big Show, Demonstration Room: Ideal House, een tentoonstelling rond globalisering in het NICC, leunt wat concept betreft sterk aan bij de opmerkingen van Decock. Maar in het NICC wordt niet uitdrukkelijk en rechtstreeks het instituut van de kunst zelf op de korrel genomen, zoals dat bij Decock het geval is. Als metafoor en uitgangspunt voor deze tentoonstelling werd El Lissitzkys Demonstration Room uit 1926-27 gekozen. Die werd oorspronkelijk geconstrueerd als ruimte voor het tonen van nieuwe constructivistische kunst, een kunst die uitdrukkelijk vroeg om een herziening van het tot dan toe gangbare tentoonstellingsmodel. Het specifieke ontwerp van de ruimte zorgde ervoor dat schilderijen en sculpturen niet langer verschenen als toonmomenten van sublieme esthetische waarheid of universele geldigheid, maar eerder als studieobjecten die functioneerden in een bepaald paradigma. Het is deze idee die in het NICC sterk benadrukt wordt. Dat gebeurt onder meer door het opheffen van het onderscheid tussen de tentoonstellingsruimte zelf en de werken die er getoond worden, en door het opheffen van het onderscheid tussen project en object. Op deze tentoonstelling is onder meer werk te zien van Francis Alÿs, Alicia Framis, Luc Deleu en Atelier Van LieshoutThe Big Show, Demonstration Room: Ideal House, tot 25 november in het NICC, Pourbusstraat 5 Antwerpen. Open van Woensdag tot Zondag van 14 tot 18u. Tel . 03/216.07.71.Benoît en Messieurs DelmotteIn de kleine Gentse galerie van Stijn Cole wordt werk voorgesteld van enkele van s lands meest humoristische beeldende kunstenaars. Als dooddoener kan deze omschrijving tellen, maar het is echt wel de enige referentie die deze kunstenaars aan elkaar linkt, want zowel formeel als inhoudelijk ligt hun werk mijlenver uit elkaar. Terwijl de humor van Delmotte grotesk en met veel gevoel voor drama wordt geënsceneerd, is die van Benoît net heel sober. De werken van beiden worden in de galerie gescheiden getoond. In de vitrine van de galerie staan twee televisiemonitors opgesteld waarin evenveel videowerken van Delmotte te zien zijn: Tombe en Sous les Voitures vormen een eenheid, niet alleen in de titel maar ook in het beeld. Binnen in de hal van de galerie worden nog fotowerken getoond. De grotere zaal van de galerie werd opgevuld met een aantal schilderijen, tekeningen en tegelwanden van de Bruggeling Benoît. De glazuurwerken zijn grotendeels een voorafspiegeling en studie van de werken die Benoît realiseert voor het Brugse sportstadion (voor Brugge 2002) en het metrostation Maalbeek in Brussel. Benoît en messieurs Delmotte tot 11 november bij Stijn Cole, Prinsenhof 77 in Gent. Open van 14 tot 18u. Tel 0474/43.96.34.Samenstelling: Els ROELANDT