IHC Caland moet af van scheepsbouw

De markt schrikte even op toen het Nederlandse IHC Caland begin deze de maand resultaten bekendmaakte die ver onder de verwachtingen lagen. Bij nader toezicht bleek het probleem zich te beperken tot één van de activiteiten in de scheepsbouwafdeling. Voor de tweede helft van het jaar verwacht IHC Caland het probleem grotendeels onder controle te hebben. Aan het winstgroeivooruitzicht van 20 procent voor 2002 wordt niet geraakt.IHC Caland is een dienstverlenend bedrijf voor de oliesector met een sterke positie in de diepwateroliemarkt. IHC heeft aan aandeel van 50 procent in de leasemarkt van float, production, storage & offloading-vaartuigen (FPSO). Deze vaartuigen worden veelvuldig ingezet bij de ontginning op grote dieptes. Door de technologische ontwikkelingen in de oliesector en de uitputting van makkelijk bereikbare oliebronnen verwacht men voor dit segment een aanhoudend sterke groei de komende jaren. De hoge verwachtingen voor dit segment worden meer dan ingelost bij IHC Caland. Op het einde van 2001 liep het volledige orderboek op tot 4.102 miljoen euro, driemaal de omzet van 2001. In het eerste halfjaar van 2002 tekende het bedrijf bijkomende orders op ten bedrage van 1.458 miljoen - tegenover 1.125 miljoen - in het eerste halfjaar van 2001. 92 procent van de nieuwe orders waren voor rekening van de offshore-FPSO-eenheid. De overige 8 procent komt op rekening van de scheepsbouwafdeling.In die scheepsbouwafdeling verliep het eerste halfjaar minder voorspoedig met een verlies dat geschat kan worden op 8,8 miljoen euro. Het verlies komt op rekening van de scheepswerf Van der Giessen-de Noord (VGN). De twee andere dochterbedrijven actief in de scheepsbouw bleven wel winstgevend. IHC Caland zal in de tweede helft van het jaar een provisie van 25 miljoen euro aanleggen en afscheid nemen van een derde van het personeel van VGN. De activiteiten worden geheroriënteerd met een duidelijke focus op dredging gerelateerde activiteiten. De dalende winstgevendheid in de scheepsbouw is niet nieuw. Sinds 2000 ging de operationele winst er jaar na jaar op achteruit ondanks de stijgende omzet. De winstgevendheid in de offshoreactiviteiten nam daarentegen elk jaar toe, van 56 miljoen euro in 1999 naar 98 miljoen euro in 2001. Voor dit jaar verwachten analisten een stijging van de operationele winst in deze afdeling met meer dan 30 procent. In de mature markten van de bouw van ferry- en baggerschepen liggen de marges met 5 à 7 procent aanzienlijk lager dan in de FPSO-markt, waar marges gerealiseerd worden van 30 procent. De slechte prestatie van de scheepsbouwafdeling kan het management van IHC Caland er misschien toe aanzetten de verkoop van deze afdeling te overwegen. De opbrengst van de verkoop is een welgekomen bijkomende geldstroom voor de financiering van de groei van de offshoresector. Tevens wordt zo de cyclische gevoeligheid van IHC Caland gevoelig gereduceerd. Op basis van de verwachte koers-winstverhouding, koers-boekwaarde en ondernemingswaarde-operationele cashflow is IHC Caland het duurste aandeel uit de sector. De mooie winstvooruitzichten voor de FPSO-activiteiten ondersteunen deze waardering. Een afstoot van de scheepsbouwafdeling zou echter ruimte bieden voor een nog veel hogere waardering.