Ik heb me nooit opgesteld als de zoon van de baas

Luc Laureys (57) is gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur bij Van de Velde, de Oost-Vlaamse fabrikant van de lingeriemerken Marie Jo en PrimaDonna. Zijn eerste job had hij in 1971 als zaakvoerder bij Van de Velde. Laureys is de derde generatie in het familiebedrijf Van de Velde, van moederskant. Hij studeerde economie aan de Rijksuniversiteit Gent en volgde daarna de Vlerick School. Na zijn militaire dienst stapte hij als 25-jarige in het familiebedrijf. Ik was zeker niet voorbestemd om in het bedrijf te komen, maar het lot heeft anders beslist. Mijn vader is jong gestorven, zegt hij. In de loop van mijn studies ben ik stilaan gegroeid naar de familieonderneming. Heeft hij zich opgeofferd om de rol van zijn vader in het bedrijf over te nemen? Het woord plicht is beter op zijn plaats, vindt Laureys. Ik dacht toen: na vijf jaar zie ik wel hoe het loopt. Wij waren in die tijd een heel traditioneel bedrijf in een traditionele sector van de kleding die toen honderdduizenden arbeidsplaatsen vertegenwoordigde. Zelfs een blinde kon zien dat dat zou afkalven.Van de Velde produceerde toen nog geen Marie Jo-producten, lingerie in het luxesegment van de markt. Een bh als luxe- en modeartikel was nog geen thema. De bh werd overal verbrand, stelt Laureys. We gingen daarom diversifiëren in bad- en strandkleding. Die zaken heb ik vanuit het niets opgestart. In de jaren tachtig zijn we ermee gestopt, toen we met Marie Jo begonnen. Vanaf 1976 heb ik me samen met mijn oom en neven beziggehouden met de toekomststrategie.Laureys mocht dan in zijn eerste jaren al de titel zaakvoerder voeren, het kwam erop neer dat hij nog vooral het bedrijf moest leren kennen. Ik zat soms in de productie, deed mee de aankoop van de grondstoffen, maar ik zat meestal bij de verkopers. Als er een vertegenwoordiger ziek was, verving ik hem. s Zondags namen we de stock op. Strategie en management deden we op zaterdag. We werkten zes en een halve dag per week en iedereen vond dat normaal. Het was 1971, enkele jaren voor de crisis.Hoe moeilijk was het om als 25-jarige met de titel zaakvoerder in het bedrijf te komen? Het was aan mij om te laten zien dat ik de bekwaamheid had om een bedrijf te leiden. Ik had mijn studie met onderscheiding beëindigd en dat gaf me geloofwaardigheid. Ik heb me nooit opgesteld als de zoon van de baas. Ik ben er altijd van uitgegaan dat de mensen bij ons hun job kenden en dat ik veel van hen kon leren.Een bedrijf is een organisch geheel. Je kunt een onderneming niet zomaar in afzonderlijke eenheden onderverdelen en vanuit een hiërarchische structuur van bovenuit sturen. Ik geloof dat in een onderneming een aantal kritische punten zitten. Die kunnen ook op een laag niveau zitten en als CEO moet je daar aandachtig voor blijven. Een individuele verkoper bijvoorbeeld is zon kritisch element. Dat leer je maar als je in een onderneming alle afdelingen hebt doorlopen. AVP