Advertentie
Advertentie

Inflatie eurozone stijgt tot 2,3 procent

(tijd) - De inflatie in de eurozone steeg in oktober tot 2,3 procent. Dat is een stijging van 0,2 procentpunt ten opzichte van de voorgaande maand. In oktober vorig jaar bedroeg de inflatie in de eurozone ook 2,3 procent. Eurostat, het EU-bureau voor de Statistiek, publiceerde die cijfers maandag.De euro-inflatie valt in oktober hoger uit dan verwacht. De Europese Commissie ging in een voorlopige schatting uit van een inflatie van 2,2 procent. De inflatie in heel de Europese Unie steeg in oktober met 0,2 procentpunt tot 2,1 procent. Een jaar geleden bedroeg de EU-inflatie 2,2 procent.De inflatie in de eurozone bereikt daarmee het hoogste peil in zes maanden. In april bedroeg de euro-inflatie 2,4 procent. En sindsdien kwam de euro-inflatie niet meer boven de 2,1 procent uit.Oktober is ook de derde opeenvolgende maand dat de inflatie boven de 2 procent uitkomt die de Europese Centrale Bank (ECB) hanteert in haar definitie van prijsstabiliteit. Niettemin blijven economen ervan uitgaan dat de ECB haar basisrente zal verlagen.De inflatiestijging in oktober verontrust de Europese Commissie niet. De woordvoerder van het EU-commissielid voor Economische Zaken, Pedro Solbes, zei maandag dat de jongste inflatiecijfers geen nieuwe trend laten zien. De Commissie blijft rekenen op een daling van de inflatie begin 2003.Solbes woordvoerder gaf wel toe dat de Commissie niet tevreden is met de grote verschillen in inflatie die bestaan tussen de eurolanden. Eurostat tekende de hoogste inflatie op in Ierland, met 4,4 procent. Andere inflatie-hoogvliegers in de eurozone zijn Spanje en Portugal, met respectievelijk 4 en 4,1 procent.België en Duitsland hebben volgens de Eurostat-cijfers met 1,3 procent de laagste inflatie in de eurozone en in de EU. Frankrijk (1,9%), Oostenrijk (1,8%) en Finland (1,7%) zijn de drie overige eurolanden met een inflatie onder de 2 procent.De inflatie in de andere eurolanden zit tussen de extremen in. De inflatie in Luxemburg bedraagt 2,5 procent, in Italië 2,8 procent, in Nederland 3,6 en in Griekenland 3,9 procent. JL