Innogenetics beloftevol maar niet risicoloos

Het Belgische groeibedrijf Innogenetics maakte in de tweede helft van december voorlopige resultaten bekend in de klinische Fase II a-studie van zijn E1 therapeutisch vaccin ter bestrijding van hepatitis C. Het doel in deze fase van de studie was het aantonen van de verdraagbaarheid van het medicijn evenals de respons van het immuniteitssysteem. Beide tests werden met glans doorstaan. Niettegenstaande verloor Innogenetics sinds de bekendmaking 5 procent van zijn waarde.De bekendmaking van resultaten in deze fase van de studie is dan ook hoogst ongebruikelijk. Dat het niveau van de E1-antistoffen tijdens de periode van vaccinatie sterk toenamen bij de met hepatitis C besmette patiënten, is hoopgevend. Normaal liggen de E1-antistoffen bij deze patiënten relatief laag terwijl een cellulaire reactie op E1 meestal niet wordt opgemerkt. Het therapeutisch effect van de vaccinatie kan echter pas worden geëvalueerd bij het afronden van de studie in het tweede kwartaal van 2002. De doeltreffendheid van de vaccinatie blijft een groot vraagteken. De mededeling zaaide dan ook eerder verwarring dan dat ze duidelijkheid bracht. 2001 was voor Innogenetics een positief jaar. Het bedrijf ging het afgelopen jaar 8 procent hoger. Op operationeel vlak werd de wondhelingafdeling in februari een afzonderlijke maatschappij. Belangrijker waren twee overeenkomsten in de diagnosisdivisie waarvan één in maart werd afgesloten met het Duitse Bayer. In ruil voor 10,4 miljoen euro verwierf Bayer de exclusieve wereldwijde rechten voor de verkoop en de marketing van de huidige en toekomstige HIV-tests en HCV-tests. In mei ging Innogenetics een wereldwijde licentie- en distributieovereenkomst aan met Roche voor diagnosestests die gebruik maken van de spacer technologie van het Belgische biotechbedrijf. De deal met Bayer versterkt vooral op korte termijn de kaspositie van de groep. Met 6 producten in de therapeutische divisie waarvan de meest mature zich nauwelijks in de tweede van de drie te doorlopen klinische fases bevindt, is een goed gespekte kas geen overbodige luxe. Het partnership met Roche heeft betrekking op technologie die momenteel nog niet gecommercialiseerd wordt door Innogenetics. Elk inkomen voortvloeiend uit deze deal kan onmiddellijk aan de bottom-line doorgerekend worden. Het feit dat op korte tijd twee van s werelds grootste farmabedrijven overgehaald kunnen worden om een partnership aan te gaan, bewijst dat de producten van Innogenetics kwalitatief hoogstaand zijn. Het toont tevens aan dat de nieuwe CEO Philippe Archinard een goede dealmaker is. Deze kwaliteit is onmisbaar voor een bedrijf als Innogenetics waar het toekomstig succes vooral afhangt van het sluiten van belangrijke strategische deals en het vinden van fondsen voor de verdere ontwikkeling van de beloftevolle maar zeer jonge pijplijn. De kaskoe van Innogenetics, de diagnoseactiviteit, blijkt op het juiste spoor te zitten. Samen met enkele strategische partnerships moet het Innogenetics in staat stellen de ontwikkeling van producten in de therapeutische divisie tot een goed einde te brengen. Wetende dat het eerste product ten vroegste in 2003 op de markt zal komen, blijft het een belegging met een meer dan doorsnee risicoprofiel. KDL