Internalisatie, een heikel discussiepunt

BRUSSEL (tijd) - Internalisatie is een opvallend vaak gebruikte term in discussies over beleggersvertrouwen. Interne orderverwerking of inhouse matching maakt het de grote financiële instellingen mogelijk zelf orders af te wikkelen zonder een beroep te doen op de beurs, door tegengestelde orders intern tegenover elkaar weg te strepen. Voor die instellingen zijn de potentiële kostenbesparingen aanzienlijk. Maar voor de beurs en het beleggersvertrouwen is internalisatie een groot gevaar, benadrukt Pierre Drion van Petercam. Het thans voorliggende wetsproject zal volgens Drion tot een marktversnippering, lagere volumes, en minder transparantie leiden. Eddy Wymeersch van de CBF stelt dat het principe van best mogelijke uitvoering voor alle beursorders moet gelden. Maar dat principe van best execution is niet eenvoudig te definiëren. In elk geval moet de transparantie optimaal zijn, ook vóór de uitvoering van de order. Olivier Lefebvre van Euronext pikt in op die pre-trade transparancy: Orders die niet meteen worden uitgevoerd, limietorders bijvoorbeeld, moeten wél hun invloed hebben op de prijsvorming. Hoe moet dat met geïnternaliseerde orders? Lefebvre heeft voorts vragen rond de mogelijke belangenconflicten.Jean-Louis Duplat van Ernst & Young, dagvoorzitter van het seminarie, sust de gemoederen: Een koninklijk besluit kan een tussenpersoon internalisatie weliswaar toestaan, maar die moet kunnen bewijzen dat de klant de beste prijs kreeg. Daarmee is de discussie rond internalisatie allerminst afgesloten. PHu