Intrepreneurschap

Wanneer je ondernemerschap definieert als de mate van innovatiekracht, risicobereidheid of autonomie bij ondernemingen, blijkt Vlaanderen plots met kop en schouders boven Wallonië en zelfs Nederland uit te torenen. Dat is de opvallende conclusie van een recente studie. Onderzoekers Stefan Stremersch van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en Bruno Tindemans van de Flanders Business School, hebben het aangedurfd het stereotiepe idee te doorbreken dat ondernemerschap exclusief zou samenhangen met het oprichten van een eigen zaak. Laat het aantal starters nu net het criterium zijn dat de General Entrepreneurship Monitor (GEM) hanteert, de meest toonaangevende wereldwijde studie naar ondernemerschap. En laat Vlaanderen daarbij de laatste jaren niet meteen hoge ogen gooien en het zelfs moeten afleggen tegen Wallonië. Dan zit hier stof tot discussie in. De Vlaamse ondernemers zijn dus (ook) te vinden in de grote bedrijven. Dat zal de Vlaamse minister van Economie, Jaak Gabriëls, als muziek in de oren klinken. Het is bekend dat hij de grote bedrijven en multinationals in België een warm hart toedraagt en dat hij in zijn beleid zeker niet alleen gefixeerd wil zijn op de KMOs. Dat Gabriëls thuishaven, Limburg, het vooral moet hebben van die grotere ondernemingen en in de ontwikkeling van endogene kleinere familiebedrijven nog heel wat minder traditie heeft dan pakweg West-Vlaanderen, zit daar zeker voor iets tussen.Maar dat neemt niet weg dat deze logica misschien wel hout snijdt. Ondernemerschap en het oprichten van nieuwe bedrijven zijn uiteindelijk vooral belangrijk omdat ze een regio werkgelegenheid en welvaart garanderen. Het stimuleren van starters hoeft dus geen doel op zich te zijn. Als een stevige groei van het BBP en een lage werkloosheid kan worden bereikt door buitenlandse bedrijven aan te trekken doordat ze graag werken met onze productieve en ondernemende werknemers, dan is dat even goed. We hoeven niet vies te zijn van grote bedrijven, in naam een verkeerde interpretatie van het begrip ondernemerschap.Toch zit er een adder onder het gras. Een Vlaamse economie en maatschappij die al te zeer afhankelijk wordt van grote, buitenlandse bedrijven, houdt minder controle op de welvaart die hieruit voortspruit. Vlaanderen mag op dit moment dan wel rekenen op de arbeidsplaatsen bij grote buitenlandse bedrijven, maar heeft daarbij veel minder de garantie dat dit in de toekomst ook nog zo zal zijn. Een sluiting van één zon bedrijf heeft ook veel meer impact op de tewerkstelling in de regio. Bovendien is de psychologische drempel om over te gaan tot sluiting veel lager wanneer de beslissingsmacht in het buitenland ligt dan wanneer de bedrijfsleiding bestaat uit Vlaamse ondernemers en managers. Laat staan dat je als lokale overheid dan nog veel in de pap te brokken hebt. Tom Michielsen