Irak heeft wijsheid nodigFiona Maharg Bravo

Er blijven veel vragen over hoe Irak, nu de oorlog voorbij is, zal worden bestuurd en heropgebouwd. De Amerikaanse vice-president, Dick Cheney, legt de basis voor een organisatie die toezicht zal uitoefenen over het Iraakse ministerie van Olie. De Amerikanen en de Britten beloven dat de Iraakse olie-inkomsten dienen om het land welvarender te maken. Nu het wapengekletter in Irak is verstomd, rijst de vraag wat de Iraakse olienijverheid te wachten staat. We weten verrassend weinig over wat zal gebeuren zodra de Amerikaanse tanks Bagdad verlaten. Het is afwachten of Amerikaanse oliemaatschappijen een voetje voor zullen hebben bij de ontginning van de Iraakse olierijkdommen. Voor het nieuwe Irak is het echter veel belangrijker te weten wie de oliesector zal beheren. De oliemaatschappijen zijn zich er sterk van bewust dat je in Irak betrekkelijk goedkoop olie kunt oppompen. Er zijn wel forse investeringen nodig om de productiecapaciteit op te krikken. Experts van het bureau Cambridge Energy Research Associates schatten dat het twee jaar kan duren en 2,74 tot 4,56 miljard euro kan kosten om weer het productiepeil van voor 1990 te bereiken. Voor 1990 produceerden de Irakezen dagelijks 3,5 miljoen vaten. Irak heeft nog onontgonnen velden die wellicht dubbel zoveel kunnen opleveren. Om zulke reserves aan te boren, moet het land een beroep doen op internationale ondernemingen met veel geld en technische kennis. Het maakt weinig uit of de Irakezen hun knowhow zoeken in de VS, Groot-Brittannie of een ander land. Veel belangrijker is de vraag of de Iraakse overgangsregering, die aan het handje van de Amerikanen loopt, voldoende de nationale belangen zal verdedigen ten opzichte van buitenlandse oliereuzen. De omvang van de toekomstige olie-inkomsten is immers van vitaal belang voor de heropbouw van het land. De Irakezen doen er verstandig aan hun vel duur te verkopen en niet te vlug akkoorden met oliemaatschappijen te ondertekenen. Ze kunnen daarbij iets opsteken van de sluwe Saudi's, die al vier jaar lang onderhandelingen voeren over hun gasrijkdommen. Vanuit politiek oogpunt lijkt het ook wijs de uitbouw van de nieuwe Iraakse oliesector bedachtzaam te laten verlopen. De ervaring leert dat de corruptie welig kan tieren in landen met een zich ontwikkelende olienijverheid. Het is een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat het hele Iraakse volk en niet alleen een corrupte elite beter wordt van het vele oliegeld.