Advertentie
Advertentie

Is de hulp nog vrij?

De filosofie van de autonome, professionele hulpverlening steunt op fundamentele waarden als respect voor het unieke van elke mens, voor zijn vrijheden, zijn verantwoordelijkheden en zijn zelfbeschikkingsrecht.Daarnaast is op het politieke niveau de rechtenbeweging duidelijk aanwezig in onze samenleving. Vrijwel de meeste maatschappelijke problemen worden nu vertaald in termen van rechten: rechten voor vrouwen, jongeren, kinderen (waarom trouwens deze aparte doelgroepen?), stervenden, zelfs dieren...Sociale, economische en culturele basisrechten worden in de grondwet ingeschreven, steeds afgeleid uit het principe ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. De bevolking heeft in die optiek recht op hulp, zowel materieel als immaterieel, werk, vrije tijd, een goed (leef)milieu, informatie, participatie, klantvriendelijkheid, een luisterend oor...De inhoud van deze gepromote rechten wordt zeer eenzijdig ingevuld door de politiek correct denkenden, die als leidraad de gekende manifesten van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Kind, het algemeen verslag van de armoede en de doelstellingen van het Centrum voor Gelijke Kansen hanteren.Men leest echter weinig over een ander recht, namelijk het recht op vrije meningsuiting. Waarom zijn er vrijwel geen politici die dit recht verdedigen? Waarom maakt men daarover geen wet, geen decreet? Toch vreemd in een land met zoveel wetten.Helaas bevestigt de stelligheid waarmee deze rechten opgefokt worden, ook de onmogelijke realisatie ervan. Om gelukkig te zijn is er meer nodig: rechten zijn geen conditio sine qua non voor geluk. Of gaan politici ervan uit Hoe meer rechten, hoe meer geluk?Het is een grote illusie te geloven dat de hulp geformaliseerd kan worden in juridische constructies. We moeten waakzaam zijn voor de spiraal van juridisering en betutteling, waarin iedereen zich scrupuleus en defensief opstelt tegen iedereen. Immers, rechten en plichten zijn correlatieve begrippen. Wanneer de politici in hun dienst aan de bevolking verstrikt geraken in het uitsluitend hanteren van rechten, dan leidt dit tot een misprijzen en het ontkennen van de waarde, het unieke van elke mens en van onze relaties.Maatschappelijke problemen zoals het laagste geboortecijfer van Europa, het hoogste zelfmoordcijfer, schrijnende gezinsdramas, algehele gewelddadigheid, de migrantenproblematiek, de talrijke problematische opvoedingssituaties, de vormen van verslavingen, het gebrek aan zingeving en een fundamenteel wantrouwen krijgen geen groot debat, laat staan een oplossing.Men is bang voor dit gesprek, voor deze confrontatie. Waarom?Zowel in de politiek als in de hulpverlening is het wederzijdse vertrouwen een basisvoorwaarde om harmonieus samen te leven en doelstellingen te realiseren. Vertrouwen geven, dat vertrouwen doet groeien.Maar juist het gebrek aan dit noodzakelijke vertrouwen is een van de grote (ethische) problemen van deze tijd en een hinderpaal en een rem op het grote maatschappelijke functioneren. Burgers hebben nog weinig vertrouwen in politie en justitie. De cijfers en feiten zijn gekend.Niemand zal ontkennen dat het huidige politieke bedrijf een negatief voorbeeld is van vertrouwen, zowel in hun onderlinge relaties (verbreken van woord, contract, coalitie) als in hun houding tegenover de bevolking. Een prominent voorbeeld blijft de nog altijd toenemende overheidsbetutteling, niet alleen via de duizenden wetten, onduidelijke decreten en onvolgbare en voortdurende wijzigingen, maar ook door hun bijna opgelegde maatschappelijke visie. En eens alles geregeld is, is de (morele) chaos nabij.Ook stelt men nog weinig (ver)trouw(en) vast in de onderlinge relaties, men vertrouwt mekaar minder en minder, het grote materiële eigenbelang primeert en wordt door de overheid volmondig gesteund. Het aantal huwelijken daalt zienderogen, de echtscheidingen moeten vlugger en gemakkelijker worden en minder kosten. Voor een duurzame en stabiele relatieopbouw in het belang van de ganse samenleving en niet het minst van de kinderen doet de overheid heel, heel weinig (er bestaat zelfs geen ministerie van het Gezin meer), alle aandacht gaat naar het gemakkelijker verbreken van relaties, van de trouw.De hulpverlening wordt meer en meer gebruikt (misbruikt?) om politieke doelstellingen te realiseren. Men beroept zich op een sociologisch functionalisme en hanteert de hulpverlening (onder druk) als een functioneel element en niet als het werk van een individuele beroepskracht met een eigen filosofie, deontologie en methodiek.Veel hulpverleners zijn ook bang, kunnen hun deskundige besluit in confrontatie met de politieke correctheid niet meer kwijt en staan dikwijls voor een groot dilemma, ofwel de cliënt en zijn systeem helpen, ofwel de dominante en betalende overheid gedwee volgen in haar doelstellingen.Dient het primaat van de politiek niet meer gerelativeerd? Welke politieke keuze gaat men maken inzake de bevolkingsevolutie? Opteert men voor een nieuwe immigratie van miljoenen mensen of voor een optimistische gezinspolitiek naar Scandinavisch model zoals uiteengezet door prof. Vandenbroeke? Is het niet de taak van de politiek de toekomst voor te bereiden?Deze fundamentele keuze heeft ook zeer belangrijke gevolgen voor de hulpverlening (zowel materieel als immaterieel) die duidelijke adviezen kan geven. Maar zullen ze ook gehoord worden? Zal men de signaalfunctie van het maatschappelijk werk ernstig nemen?Een vrije hulpverlening is een noodzakelijke voorwaarde om naast de rechten ook de eigen verantwoordelijkheid van elke mens aan bod te laten komen en daarenboven de democratische vrijheden blijvend te bewaken met het oog op een ethische en cultureel hoogstaande toekomst voor de volgende generatie. Piet CLEEMPUTDe auteur is hoofddeskundige maatschappelijk werk bij de rechtbank van Dendermonde