Janine Jansen

Janine Jansen Vioolmuziek van Tsjaikovski, John Williams, Ravel, Saint-Saens e.a. Janine Jansen (viool) Royal Philharmonic Orchestra o.l.v. Barry Wordsworth Decca 475 011-2 Nederland heeft er sedert kort een stervioliste bij. Janine Jansen begon op zesjarige leeftijd met vioolspelen en kreeg aanvankelijk les van Coosje Wijzenbeek. Vanaf 1994 studeerde ze verder bij Philipp Hirshhorn aan het Utrechts Conservatorium. In zeer korte tijd heeft Janine Jansen een indrukwekkende carriere uitgebouwd. Ze was al enkele malen in ons land te horen maar ondertussen staat ze ook geregeld op de internationale podia. Ze werkte samen met toporkesten als het Orkest van het Mariinski Theater uit Sint-Petersburg, het Halle Orchestra en het City of Birmingham Symphony Orchestra. Haar Japanse debuut maakte ze met Valery Gergiev en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Jansen concerteerde tevens op diverse muziekfestivals en nu is er een cd die als visitekaartje kan dienen. Ze speelt er tal van populaire vioolstukken op zoals 'Tzigane' van Ravel, de 'Introduction et Rondo capriccioso' van Saint-Saens of het thema van 'Schindler's List' van John Williams. Daarin toont deze jonge Nederlandse violiste zich een groot viooltechnisch en muzikaal talent. Gesteund door het Royal Philharmonic Orchestra onder leiding van Barry Wordsworth musiceert ze in dit populaire repertoire opvallend ontspannen en zelfverzekerd. Het is voorbarig om definitieve conclusies te trekken maar het loont alvast de moeite dit jonge viooltalent in de gaten te houden. (TE) African Rhythms Pianomuziek van Ligeti en Reich, muziek van Aka Pygmeeen Pierre-Laurent Aimard (piano) Teldec 8573 86584-2 Afrikaanse muziek en het Afrikaanse ritme hebben vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op westerse componisten. De Franse pianist Pierre-Laurent Aimard maakte een cd met Europese en Amerikaanse muziek die onrechtstreeks refereert aan de muziek van de Aka Pygmeeen. Hun eeuwenoude muziek is hoofdzakelijk vocaal. Hun variaties op een ostinato worden met percussie-instrumenten en sporadisch met een snaarinstrument aangevuld. De verschillende ritmische lagen bewegen zich onafhankelijk van elkaar. Aimard presenteert enkele fragmenten van deze muziek en daarnaast plaatste hij 'Clapping Music' en 'Music for pieces of wood' van Steve Reich, werken waarin ritmische patronen ten opzichte van elkaar verschuiven - wat als een vorm van ritmisch contrapunt omschreven kan worden. Aimard vertolkte zelf de verschillende lagen door ze op verschillende tracks op te nemen. Aimard komt helemaal op zijn terrein in de 6 Ligeti-studies voor piano, werken die hij eerder al eens opnam. Ver gezocht is zijn keuze voor Ligeti niet want deze Hongaarse componist raakte zowel gefascineerd door de muziek van Reich als door Afrikaanse muziek. In het ritmische contrapunt ontdekte hij vooral de simultaneiteit van orde en chaos. Pierre-Laurent Aimard brengt opnieuw een doortastende en verhelderende lezing van Ligeti's meesterwerken voor piano en hij brengt op onnavolgbare wijze een schitterende ode aan de polyritmiek. (TE) Trilok Gurtu 'Izzat: The Remix Album' X Squared Records/Culture Records Zo'n zestien jaar geleden gebruikte de Indiase maar vanuit Duitsland opererende meesterpercussionist Trilok Gurtu de stem van zijn moeder - de in India gerenommeerde klassieke zangeres Shobba Gurtu - voor enkele van zijn composities op het album 'Usfret'. Geen westerse hond die er oren naar had, maar Gurtu was toen al op zoek naar een wereldmuziek die verschillende stijlen en disciplines omarmde. De man toerde ondertussen de wereld rond met o.a. Jan Garbarek, Pat Metheny, Joe Zawinul of Gilberto Gil en etaleert zich al een tiental cd's lang als een uiterst veelzijdig muzikant. Gurtu is niet alleen een ritmisch wonder maar zet ook zeer sterke composities neer. Ook de dancewereld wil Gurtu eren in zijn zoektocht naar de perfecte ritmische expressie. Zo krijg je op disc 1 van deze dubbele cd remixes van o.a. Black Star Liber, DJ Cavo, Niraj Chag of First Contact. Fun-da-mental's Aki Nawaz geeft een song als 'Om' een nog grotere eclectische impact. Mooi is ook dat disc 2 die originele versies bevat waardoor je perfect kan vergelijken. Gurtu's muziek is verre van makkelijke kost maar toont een grote kennis van jazz en klassieke Indiase muziek en bevat de hartslag van jonge Anglo-Aziatische muzikanten a la Nitin Sawhney of Talvin Singh. (DF) John Hiatt & The Goners 'Beneath This Gruff Exterior' Sanctuary Records/BMG Nadat John Hiatt in het midden de jaren tachtig zijn alcohol- en drugsverslaving onder controle had en in 1987 naar Nashville verhuisde om er het superbe 'Bring The Family' op te nemen, kon hij eindelijk rekenen op internationale erkenning en legde hij de basis voor een constante stroom kwalitatieve albums. Ry Cooder, Nick Lowe en Jim Keltner - het dreamteam van 'Bring The Family' - werden voor opvolger 'Slow Turning' vervangen door The Goners, bestaande uit slidevirtuoos Sonny Landreth, bassist Dave Ranson en drummer Kenneth Blevins. Tien jaar later waren diezelfde Goners terug te vinden op het bescheiden 'The Tiki Bar is Open' (2001) en werden ze ook opnieuw opgetrommeld om deze 'Beneath This Gruff Exterior' in te blikken. Alle vertrouwde Hiatt-elementen zijn in deze cd aanwezig: zijn ballades werken op de traanklieren en de melodieen laten zich vrij snel vatten. Tekstueel valt er uitgebreid te vieren of wat dacht u van een zin als 'you cut my bitter with your sweet talk' op 'How bad's The Coffe', een ode aan de talrijke truckstops die Amerika rijk is? En nog meer dan vroeger zoekt Hiatt aansluiting met de blues. Op de opener 'Uncommon Connection' zingt hij over het ouder worden wanneer je de kaap van de vijftig voorbijvaart. Hij doet dat met de flair van een bluesrat die iets te lang met Lightnin' Hopkins aan tafel heeft gezeten. Landreth krijgt veel ruimte toegemeten om zijn slide alle hoeken van de gitaarhals te laten verkennen maar weet perfect te doseren (cfr. 'Circle Back'), hierbij geholpen door de sobere en trefzekere ritmesectie. 'Window On The World' is beslist een van de sterkste tracks en een schoolvoorbeeld van hoe Hiatt alledaagse taferelen in een ontroerende song weet te gieten. De cd is zeker een van de betere uit zijn oeuvre en de aanwezigheid van The Goners geeft de songs net dat ietsje meer. (DF) Annie Lennox 'Bare' (RCA/BMG) Het mag dan al acht jaar geleden zijn dat ze nog een soloplaat uitbracht (het bleke coveralbum 'Medusa'), eigenlijk is ze nooit ver weggeweest. Er was de wat genante comeback van The Eurythmics enkele jaren geleden, en elk jaar wordt er wel minstens een van hun eightieshits door een technobeatgroepje gerecycleerd. Zeven seconden duurt het voor 'Bare' zich openbaart als een nieuwe telg van het Lennox-geslacht. Dan schalt haar wijdse stem, herkenbaar als geen ander, door de boxen. De fans beginnen hun vingers af te likken, want tussen de gestileerde klanken zit precies die innemende stem helemaal op de voorgrond. Dat de productie niet altijd van deze tijd is, buigt Lennox om tot een voordeel. Zo sluit 'Bare' soms vlekkeloos aan bij de Eurythmics-saga, dan weer klinkt de cd als de logische opvolger van haar elf jaar oude solodebuut 'Diva'. Het sobere 'Pavement Cracks' is illustratief: het begint als een plechtstatige ballade, maar mits enkele tintelende electrobeats worden toegevoegd, introduceert ze daarna de typische, aan de Eurythmics verwante zwier in het geluidspalet. Voorspelbaar, maar slim. Droevige klaagliederen als 'The Saddest Song I've Got' en 'A Thousand Beautiful Things' herinneren ons eraan dat haar huwelijk onlangs op de klippen liep. Het contemplatieve naar Motown lonkende 'Hurting Time' schetst het verwerkingsproces. Het gemis van en de hunker naar liefde klinken elegant en gesofistikeerd, maar wie aandachtig luistert merkt dat de bitterheid niet altijd onderhuids blijft. Een beginneling had waarschijnlijk de fout gemaakt om de aanwezige elektronica, die - het moet gezegd - nergens echt stoort, een meer prominente spot te geven op de plaat, maar Lennox kent haar zwakheden. Dus legt ze liever de nadruk op haar sterke eigenschappen en plaatst ze haar breekbare, transcendente stemgeluid in de schijnwerpers. Sommige grenzen hoeven niet verlegd te worden. (TPe) Paddy McAloon 'Trawl the Megahertz' Liberty/EMI 'Trawl the Megahertz' is het bizarre solodebuut van Prefab Sprout-voorman Paddy McAloon. Wie echter vermoedt dat hij zulks als een gelegenheid zou beschouwen om zichzelf in de spotlichten te plaatsen, vergist zich schromelijk. Op de negen tracks tellende cd is zijn stem enkel te horen op 'Sleeping Rough' - nummer zeven in de rij en goed 45 minuten ver. Dat wil evenwel niet zeggen dat 'Trawl the Megahertz' geen ambitieus werkstuk is, integendeel. De cd steekt van wal met de 22 minuten durende titeltrack en een lange, monotone spoken word. Drie tracks zijn volledig instrumentaal. Wat heeft McAloon bezield, vraagt u zich af. Een acute ziekte, die hem letterlijk verblindde, hield hem langer dan hem lief was thuis. Om de tijd te doden begon hij radiofragmenten op te nemen en te rangschikken. Het uiteindelijke resultaat van deze vreemde bezigheid is een erg persoonlijke trip, waarin McAloon afrekent met existentiele angsten. Muziek helpt hem zijn surreele droomwereld te veruitwendigen. De instrumentale tracks combineren de weelderig gearrangeerde en toch gesofistikeerde popcomposities, bekend van Prefab Sprout-albums als 'Jordan: The Comeback' en 'Andromeda Heights', met klassieke, minimalistisch ogende orkestraties met strijkers en blazers. De droge, repetitieve stem uit de opener is die van de Amerikaanse Yvonne Connors. Ze zegt de gekriskraste poezie van McAloons etheravonturen met gevoel op. Wat pretentieus klinkt bij een eerste beluistering, blijkt achteraf een hoogs subjectief, maar bij wijlen universeel statement over eindigheid en eenzaamheid. (TPe) Fog 'Ether Teeth' Ninja Tune/ Pias De jonge Amerikaan Andrew Broder of Fog draait mee in de deejay- en hiphopscene van zijn thuishaven Minneapolis. Tegelijkertijd noemt hij de lo-fipop van mannen als Lambchop, Will Oldham en Smog als grote invloeden. Ongeveer een jaar geleden verraste Fog met zijn titelloze album, een ongebruikelijke synthese van die schijnbaar paradoxale inspiratiebronnen. Net als hiphopdeejays hanteert Broder zijn draaitafels als instrumenten: technieken als het herhaaldelijk afspelen van fragmenten, het scratchen en gejongleer met de toerentallen staan hem toe met een hoopje platen nieuwe composities te brouwen. Over die soundscapes - het langzaam en precies opgebouwde werk van Fog lonkt naar dat van turntablisten zoals Christian Marclay of Philip Jeck maar incorporeert een poppy gevoel - speelt hij piano en (ontstemde) akoestische gitaar. Op 'Ether Teeth', andermaal bij Ninja Tune uitgegeven en weerom fel afstekend in de catalogus van het label, gooit hij ook zijn stem ten volle in de strijd. Net als zijn orkestratie is Broders zangtechniek lieflijk en fluisterend, maar dreigt een ruwe, onvaste en ietwat valse onderkant. Dat maakt dat dit door Tom Herbers (onder meer van Low) geproduceerde album slingert tussen druilerigheid, opgewektheid en ironie. Zo stoelt 'The Girl from the Gum Commercial' op een eenvoudige pianomelodie, vulgair gesmak en uit de maat draaiende platen. De geanimeerde toon van 'What A Day Day' staat haaks op de cryptisch-sarcastische teksten van Broder. Ontstemdheid in stem, teksten en instrumentarium vormen de grote kracht van 'Ether Teeth': ze maken deze luisterliedjes nederig, ontroerend zelfs, en zorgen voor relativerende humor. (IS) N.Y. No Wave 'The Ultimate East Village 80's Soundtrack' Mutant Disco 'A Subtle Dislocation of the Norm' ZE Records/ Bang! In 1978 richtten de Europeanen Michael Zilkha en Michel Esteban in New York het label ZE Records op, een platform waar initieel een kliek van jonge schrijvers, kunstenaars, filmers enzovoort hun experimenten met muziek uitbrachten. Voortbouwend op de Europese punk- en new wave-explosie van weleer, kreeg het label op een korte termijn een karakteristiek geluid: ZE leverde tegendraadse tracks die tegelijkertijd erg funky, rauw, van overbodigheden ontdaan, sexy, paranoide en ook modieus klonken. Algauw boomden de uit de maat lopende, soms gewaagde releases van ZE. Ook in Europa besteedden hippe muziek/ lifestylebladen zoals Melody Maker en The Face er veelvuldig aandacht aan. Hoewel ZE in het begin van de jaren tachtig bekend werd vanwege tientallen dansplaten, is het label - zeker retrospectief beschouwd - vooral belangrijk geweest voor de emancipatie van de kunstige, destijds als psychotisch bestempelde New Yorkse No Wave scene. Zo vonden bij ZE Lower East Side figuren en bands een basis onder wie Teenage Jesus and the Jerks (het duo tussen de gitariste en zangeres Lydia Lunch en de saxofonist James Chance), DNA (de band rond de gitarist en zanger Arto Lindsay) en het stoute, ter ziele gegane Mars. Halverwege de jaren tachtig verdween ZE uit het vizier. Vandaag wordt de hele backcatalogue op cd en vinyl heruitgegeven, in de toekomst staan nieuwe releases gepland. De verrijzenis van ZE wordt gevierd met twee compilaties die de output van het label bloemlezen. 'N.Y. No Wave - The Ultimate East Village 80's Soundtrack' en de dubbelaar 'Mutant Disco - A Subtle Dislocation of the Norm' focussen op de genres uit de titel en bieden een mooie mix van klassiekers, schijnbaar vergeten nummers en onbekend materiaal. Met 'N.Y. No Wave' doet het ons deugd om het verwrongen en krijserige 'The Closet' van Teenage Jesus and the Jerks en het strakke 'Radiation' van Suicide opnieuw te horen. De vier tracks van wijlen Rosa Yemen - een rellerig, absurdistisch combo dat ondermeer Antonin Artaud als vertrekpunt neemt - vullen dan weer een hiaat in onze no-wavecollectie. Hetzelfde geldt voor de hybride dansnummers van 'Mutant Disco': tussen de overbekende hits van Was (not was), Kid Creole & The Coconuts en Aural Exciters vormen obscure danstracks van Christina, Garcons en Gichy Dan aangename verrassingen. Twee essentiele compilaties die de tijdsgeest perfect weten te capteren en weinig tot geen relevantie hebben ingeboet. (IS) Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS