Japanse banken blijven de grootste

Japanse banken blijven het internationale bankwezen domineren en waren in 1987 zelfs nog sterker dan in 1986. Bij de grootste tien internationale banken staan zeven Japanse banken. Dit blijkt uit de lijst van de grootste 500 internationale banken in 1987 (naar balanstotaal in Amerikaanse dollar) van het Britse maandblad The Banker.

De positie van de Japanse banken is een gevolg van de verdere waardestijging van de Japanse yen en illustreert de groei van Japan als financiële wereldmacht.

Bij de grootste tien banken ter wereld staat nog slechts één Amerikaanse bank: Citicorp (op de achtste plaats; twee plaatsen lager dan in 1986). Na Citicorp komt de tweede Amerikaanse bank - Chase Manhattan Bank - pas op de 33ste plaats.

Twee Franse banken hebben de top-tien gehaald: het koöperatieve Crédit Agricole (van de negende plaats naar de zevende plaats) en de Banque Nationale de Paris (onveranderd op tien). Nummer 1 is opnieuw Dai-Ichi Kangyo. Vervolgens komen Sumitomo Bank, Fuji Bank, Mitsubishi Bank, Sanwa Bank en Industrial Bank of Japan. Naar de negende plaats gezakt is de Norinchukin Bank.

De omvang van de Japanse banken staat echter in schril kontrast tot hun vermogenspositie. Terwijl de Britse banken gemiddeld ruim 6% eigen vermogen op de balans hebben staan, hebben de Japanse banken nog geen 3%. Dit geeft aan dat de Japanse banken hun eigen vermogen verder zullen moeten verhogen.

De grootste Duitse bank - de Deutsche Bank - staat elfde op de lijst van The Banker. De grootste Britse bank - Barclays Bank - is nummer veertien. De grootste Nederlandse bank - de Algemene Bank Nederland - is zes plaatsen gestegen naar de 41ste positie. Worden de Amro Bank en de Belgische Generale Bank bij elkaar geteld, dan komt de kombinatie in 1987 op de 19de plaats uit.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud