Japanse yen is het noorden kwijt

De koers van de Japanse yen werd vorige week heen en weer geslingerd tussen de opvattingen van gouverneur Masaru Hayami en die van minister van Financiën Kiichi Miyazawa. Die zijn het fundamenteel oneens.Hayami is voorstander van een sterke munt om de inflatie in toom te houden en om buitenlandse belegger niet af te schrikken. Een verdere uitstroom van buitenlandse beleggerskapitaal zou met name de Japanse aandelenmarkt verder de diepte inzuigen.Miyazawa is voorstander van een zwakkere Japanse munt omdat die de export en de economische groei kan aanzwengelen. Hij krijgt gelijk van de meeste internationale economen. Die merken op dat de mogelijkheden om de groei te stimuleren, beperkt zijn. Een budgettaire stimulans is volgens hen niet wenselijk omdat het begrotingstekort daardoor verder zou stijgen. Ook een monetaire stimulans is niet evident. De Japanse korte rente bedraagt amper 0,25 procent. Vorige week vrijdag kozen beleggers de zijde van Masaru. De Japanse munt steeg toen fors van 111,25 yen per euro tot 109,81 yen per euro en van 117,76 yen per dollar tot 117,16 yen per dollar. Maar begin deze week zette de Japanse munt opnieuw een stevige daling in omdat het aanhoudende gekibbel tussen de bankgouverneur en de minister van Financiën het wankele imago bevestigde van de regering-Mori. Eisuke - Mijnheer Yen - Sakakibara vergrote het pessimisme rond de slagkracht van de Japanse regering. De invloedrijke Japanse ex-topfunctionaris verklaarde dat een verdere daling van de yen tot 125 yen per dollar een goede zaak zou zijn. Woensdag kreeg de munt een nieuwe uppercut te verwerken. Deze keer uit Amerikaanse hoek. De Amerikaanse economische topadviseur Lawrence Lindsey ziet allerminst graten in een yendaling tot 120 per dollar, meldde het Japanse persbureau Jii. Het Witte Huis repte zich om de uitlatingen van Lindsey te ontkrachten, maar kwam te laat. De yen gleed weg naar 118,10 yen per dollar. Pas een dag later namen de markten de Amerikaanse ontkenning au sérieux. De Japanse munt herstelde donderdag van 118,10 tot 116,86 yen per dollar en van 109,38 tot 107,34 per euro. Minder goed verging het op dat moment de euro. Hij zakte toen van 0,9257 dollar per euro tot 0,9215 dollar per euro. In het begin van de week stond de eenheidsmunt nog op 0,9372 dollar per euro. Eigenaardig genoeg heeft de terugval van de euro te maken met de slecht presterende Amerikaanse economie. Dat het niet zo goed gaat in de VS bevestigde Alan Greenspan voor de begrotingscommissie van de Amerikaanse senaat. De economische groei is bijna tot nul gezakt, stelde de FED-voorzitter. Maar de markten gaan ervan uit dat Greenspan erin zal slagen om snel de economie nieuw leven in te blazen. Een nieuwe economische impuls zal de dollar opnieuw aantrekkelijker maken en de euro iets minder aantrekkelijk, anticiperen de markten. Een exotische munt die deze week het nieuw haalde, was het Egyptische pond. De munt zakte begin deze week bij de private handelaars tot 4,25 pond per dollar, het laagste niveau ooit. Maar een dag later stond de Egyptische munt opnieuw tegen 3,95 pond per dollar genoteerd. De koers van het Egyptische pond wordt vastgelegd door de regering, maar de Egyptenaren en de toeristen moeten meestal de prijs bij private wisselkantoren betalen. De munt was zeven jaar aan de dollar vastgekoppeld, maar in mei vorig jaar besliste de regering om de koers regelmatig opnieuw vast te leggen. Sindsdien verloor de munt 11,5 procent van zijn waarde ten opzichte van de dollar. DM