Advertentie
Advertentie

Joden en christenen: van erfvijandschap naar dialoog

Het is tussen joden en christenen nooit koek en ei geweest. Een triest dieptepunt in de relaties kwam er tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, toen de joden de christenen en met name paus Pius XII verweten dat zij niets hadden ondernomen om de holocaust te verijdelen. Maar sindsdien is er een voorzichtige dialoog op gang gekomen. Met het oog op het jubileumjaar 2000 heeft paus Johannes Paulus II een gebaar van berouw en verzoening gesteld, met betrekking tot de verantwoordelijkheid van de Kerk bij het drama van de holocaust. Theoloog Luc Dequeker van de KU Leuven gaat in zijn essay Joden en christenen. Vijanden of partners? dieper in op de relatie tussen beide godsdiensten.Dequeker breekt geen potten. Zijn essay bekijkt de relatie tussen joden en christenen door de eeuwen heen, met aandacht voor de geschiedenis en zonder al te abstracte theologische discussies. Daarbij vermijdt hij elke polemiek. Wanneer de rol van de katholieken tijdens de Tweede Wereldoorlog ter sprake komt, neemt hij de verdediging van de Kerk op zich, maar dat belet niet dat in zijn essay de verzoenende toon overheerst. Het is in het verleden wel anders geweest. De eerste christenen waren weliswaar allemaal joden, maar al van in het prilste begin van het christendom groeiden joden en christenen uit elkaar. Het was een strijd van afscheiding tegen integratie. Terwijl het christendom ingang vond bij de joden die zich wilden integreren in de Grieks-Romeinse cultuur, groeide het verzet van degenen die zich om nationalistische redenen wilden afzonderen, en zelfs in opstand kwamen tegen de Romeinse overheersing. Daarna ging het van kwaad naar erger. De christenen verweten de joden ontrouw aan het woord van God in de Schrift, en zij gingen zichzelf beschouwen als de enige ware vertegenwoordigers van de gemeenschappelijke traditie. De joden beschouwden zij als godloochenaars.Tijdens de middeleeuwen werd het er niet beter op. Het gewone volk was er bijvoorbeeld van overtuigd dat de joden kinderen en volwassenen vermoordden en hun bloed gebruikten voor de bereiding van hun paasmaal. Zij zouden hosties stelen, en ze uit blinde haat voor de gekruisigde Christus met hun dolken doorboren. In 1370 werden zes joden uit Brussel en Leuven terechtgesteld voor dergelijke vermeende hostieprofanatie.In de zestiende eeuw waren de gemoederen enigszins bedaard. De christelijke humanisten hadden zelfs belangstelling voor de Hebreeuwse bijbel, al betekende dat nog niet meteen dat zij ook respect opbrachten voor het jodendom. De belangrijkste doelstelling van de hernieuwde interesse was immers het bekeren van de joden. Dat zou ook de volgende eeuwen zo blijven. Nog in 1904 bevestigde de toenmalige paus Pius X dat de Kerk het joodse volk niet kon erkennen, omdat de joden zelf Jezus niet hebben erkend. Het is de taak van de kerk de joden te dopen en ze te bekeren tot het ware geloof, aldus nog de paus.Dequeker besteedt uitgebreid aandacht aan het interbellum, met daarin het opkomende antisemitisme, en de holocaust. Men betreurt dat de Kerk niet openlijk tegen de jodenvervolging heeft willen protesteren, ook niet toen het duidelijk werd dat het om georganiseerde volkerenmoord ging, en dat het de nazis niet zozeer om de joodse religie te doen was, dan wel om het ras. Men stelt dat de paus zijn moreel gezag had moeten aanwenden om de moord op de zes miljoen te voorkomen. De Kerk zou zich vooral om het lot van de gedoopte joden hebben bekommerd.De auteur gaat op zoek naar de redenen voor het stilzwijgen van de paus en van de Belgische kardinaal Van Roey. De kardinaal zocht naar een modus vivendi met de bezetter, met het oog op het behoud van de katholieke instellingen, onder meer het vrij onderwijs. Zijn houding was op de eerste plaats afgestemd op de belangen van de Kerk. Het stilzwijgen van de kardinaal was als een echo van het stilzwijgen van de paus. Dat stilzwijgen hield in dat het optreden van de nazis tegen de joden niet openlijk en officieel werd veroordeeld. De Kerk engageerde zich niet in het verzet. Het accommodatiebeleid betekende echter geen gedoogbeleid.Dequeker onderstreept onder meer dat paus Pius XII in zijn kerstboodschap van 1942 in algemene termen protesteerde tegen de vervolging van honderdduizenden onschuldige mensen, die vervolgd en uitgemoord worden wegens hun nationaliteit of ras. Zijn voorbeeld werd nagevolgd door kardinaal Van Roey, die in zijn vastenbrief de rassenleer van het nazisme veroordeelde. Zowel paus als kardinaal bleven echter voorzichtig in hun formuleringen en gebruikten overwegend theoretische bewoordingen, om de nazis vooral niet voor het hoofd te stoten. Volgens Dequeker heeft dit onder meer te maken met het feit dat de Kerk zowel in Vaticaanstad als in België actief hulp bood aan de joden. Een groot aantal joden uit Rome werd opgenomen in de kloosters van de stad die eigendom waren van het Vaticaan, en dus extraterritoriaal gebied waren. Naar verluidt werd het pauselijk wapen zelfs aangebracht op de Romeinse synagoge, om ze zo te beschermen. In België werkte bisschop Kerkhofs van Luik samen met het verzet om joodse kinderen en adolescenten te laten onderduiken in katholieke instellingen. Dequeker is van oordeel dat een openlijke veroordeling van de jodenvervolging de woede van de bezetter zou hebben opgewekt, waardoor de hulpverlening in het gedrang zou zijn gekomen. Hij meent dan ook dat het protest van de paus in zijn kerstboodschap in de gegeven omstandigheden en tegen de achtergrond van de hulpacties voor de joden, in ieder geval een morele steun betekende voor hen die in het geheim bezig waren met het verzet en het redden van joden.Voor vele joden was dat natuurlijk een schrale troost, en zij hebben de katholieke Kerk haar halfslachtige houding nog altijd niet vergeven. Ook niet toen paus Johannes Paulus II in 1998 zijn document We Remember: A Reflection on the shoah publiceerde, waarin hij onder meer erkende dat katholieken tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken waren bij de jodenvervolging. De joden pikten het niet dat de paus openlijk de verdediging van Pius XII op zich nam, en zij vonden dat hij de medeverantwoordelijkheid van de christenheid voor de jodenvervolging tijdens de oorlog niet ten volle erkende. De daaropvolgende jaren laaiden de discussies nog regelmatig hoog op. Onder meer rond de zaligmaking van de bekeerde joodse filosofe Edith Stein, de geruchten rond de zaligverklaring van Pius XII, en de incidenten rond de vermeende christianisering van het Auschwitz-memoriaal.Ook in eigen land wordt de joods-christelijke dialoog nog steeds belemmerd, meent Dequeker. Onder meer omdat de meerderheid van de joden in België Franstalig is, en zij het Vlaamse streven naar autonomie associëren met extremisme en onvaderlands gedrag. Een tweede moeilijkheid is de angst voor de dialoog, om niet te zeggen terughoudendheid en argwaan, bij de streng-orthodoxe en chassidische joodse gemeenschappen in Antwerpen. Het gebeurt dat het sterk gecultiveerde zelfbewustzijn en het afstandelijke sociale gedrag in joods-orthodoxe kringen bij de niet-joodse buurman wrevel en antigevoelens doen ontstaan. Deze kunnen een voedingsbodem worden voor vreemdelingenhaat. Veelal onbewust wordt die dan gelegitimeerd door het anti-judaïsme van de christelijke traditie.De auteur maakt zich er trouwens geen illusies over dat deze groepen (Ik wil ze niet fundamentalistisch noemen, dat zou een beschuldiging zijn) op zijn boek zullen reageren. Zij gaan dit niet lezen. Voor hen komt dit boek uit een andere wereld. Maar we mogen niet vergeten dat er in België een veel grotere joodse gemeenschap is dan enkel de chassidische joden.Dequeker eindigt zijn verhandeling op een verzoenende toon. Zowel christenen als joden zijn immers uitverkozen niet uitverkoren om als partners mee te werken aan een betere en meer humane samenleving voor de 21ste eeuw. Toch valt het op dat zijn nawoord vooral uit vragen bestaat. Tenslotte draait de discussie om veel meer dan godsdienstvrijheid, het gaat om gelijkwaardigheid. En twintig eeuwen van meningsverschillen en misverstanden kunnen niet zomaar van de tafel geveegd worden. Zelfs niet in een jubileumjaar als 2000. LHLuc Dequeker - Joden en christenen. Vijanden of partners? - 2000, Leuven, Davidsfonds,75 blz., ISBN 90-5826-055-0