Joden ontvangen 5,65 miljard frank van Nederlandse banken en beurs

De Nederlandse beurs en de banken bereikten overeenstemming met de joodse gemeenschap over een vergoeding voor de schade die is geleden in de Tweede Wereldoorlog. De joodse gemeenschap ontvangt 314 miljoen gulden (5,65 miljard frank) voor de onteigening van haar tegoeden. Het akkoord werd donderdagavond bereikt onder druk van het Joodse Wereld Congres. Zij dreigde de betrokken banken die actief zijn in de Verenigde Staten te boycotten wanneer zij geen schadevergoeding zouden betalen. Vooral de overname van Reliastar door ING in de Verenigde Staten stond hierdoor op losse schroeven. De vergoedingen hebben onder meer betrekking op de achtergebleven tegoeden op bankrekeningen en in kluizen van joden die de oorlog niet overleefden. In het geldbedrag is 50 miljoen inbegrepen die de banken al eerder hadden toegezegd. De schadevergoeding zal voor 80 procent aan individuele gedupeerden en hun nabestaanden toekomen. Bedragen die niet geclaimd worden, gaan naar joodse instellingen, zo hebben de partijen afgesproken. Dit zal echter maximaal 20 procent van het totale geldbedrag zijn.Naast het geldbedrag zijn de diverse partijen overeengekomen dat de financiële instellingen een spijtbetuiging publiceren in Nederlandse, Amerikaanse en Israëlische dagbladen. De Nederlandse beursorganisatie Amsterdam Exchanges brengt een geschiedschrijving uit over het optreden van de beurs en de banken in de oorlog. Op welke gronden de betrokken partijen tot het bedrag van 314 miljoen gulden zijn gekomen, is onduidelijk. Eerder werd nog gesproken over een vergoeding van 505 miljoen. De joden ontvangen naast het geld van de financiële instellingen nog 400 miljoen gulden van de overheid en 25 miljoen gulden van de verzekeraars.