Advertentie
Advertentie

Jood, rood en tegendraads

Arno Mayer lijkt opvallend op Mel Brooks. Niet alleen fysiek. Hij heeft dezelfde ogen die het ene ogenblik het lijden van het hele joodse volk uitstralen, en even later glinsteren van de binnenpret. Bovendien is hij niet bang zijn godsdienstgenoten tegen de haren in te strijken. Maar daar houdt de vergelijking dan ook op.Brooks is een komiek en een filmmaker, Mayer is een ernstige historicus en professor aan de universiteit van Princeton in de Verenigde Staten. Met zijn boek De hakenkruistocht tegen rood en jood haalde hij zich de woede van een aantal voornamelijk joodse historici van de holocaust op de hals. Bovendien werden enkele zinnen uit zijn boek uit hun context gelicht, en door de revisionisten aangegrepen om hun standpunt te versterken dat de holocaust helemaal niet plaatsvond. Hij is er nog altijd niet goed van.Het boek van Arno Mayer dateert uit 1988, hoewel de Nederlandse vertaling pas eind vorig jaar verscheen. Maar het is nog altijd even actueel, vertelt Mayer, wanneer ik hem in Brussel ontmoet. Eigenlijk nog meer dan vroeger. Het boek deed heel wat stof opwaaien, maar intussen hebben verschillende gebeurtenissen mijn gelijk bevestigd. Eerst een woordje uitleg. In de groep van historici die de jodenvervolging en de holocaust bestuderen, bestaan twee grote kampen. De intentionalisten menen dat Hitler vanaf het ogenblik dat hij aan de macht kwam, doelbewust de vernietiging van de joden nastreefde. De functionalisten zijn van oordeel dat het antisemitisme van de nazis weliswaar altijd aanwezig was, maar dat het pas echt moorddadig werd vanaf 1941, toen de oorlog tegen de Sovjetunie vastliep en het tij langzaam begon te keren.De historicus Daniël Goldhagen is de bekendste voorstander van het eerste standpunt. Volgens hem kende de weg naar Auschwitz fundamenteel geen bochten. Arno Mayer is er van overtuigd dat de holocaust moet worden bekeken in een ruimere historische en politieke context, en dat er dus wel degelijk heel wat bochtenwerk bij te pas kwam. Voor hem is de jodenvervolging een voortvloeisel van de hakenkruistocht tegen het bolsjewisme. Net zoals de eerste massamoord op de joden, tijdens de eerste kruistocht op het einde van de elfde eeuw, te maken had met de fanatieke strijd van de christenen tegen de ongelovigen die Jeruzalem bezet hielden.Er zijn verschillende redenen waarom Arno Mayer zich als historicus voor de holocaust begon te interesseren. Als professor hedendaagse geschiedenis ontdekte ik dat het moeilijk was met mijn studenten over het onderwerp van de holocaust te discussiëren. Daarom dacht ik dat ik het thema het best kon benaderen zoals ik dat met andere historische onderwerpen had gedaan, namelijk vanuit een boek waarin ik mijn standpunten uiteenzette. Bovendien vind ik dat elke joodse historicus die zichzelf respecteert, verplicht is het onderwerp te bestuderen. De holocaust is tenslotte één van de belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw. En natuurlijk was er mijn persoonlijke achtergrond. In 1940, toen ik veertien jaar oud was, ontsnapte ik samen met mijn ouders uit Luxemburg, om pas na heel wat avonturen in de Verenigde Staten aan te belanden. Mijn grootvader is omgekomen in het concentratiekamp van Theresienstadt, in de buurt van Praag. Mijn grootmoeder heeft de oorlog overleefd.Ik verdedig in mijn boek twee standpunten, verduidelijkt Mayer. Het eerste is dat Hitler nooit aan de macht zou gekomen zijn zonder de hulp van de traditionele elites in Duitsland, namelijk de landadel, de industriëlen, de topambtenarij en de legerleiding. Het tweede is dat de geschiedenis van de jodenvervolging er heel anders had uitgezien, wanneer Hitlers Blitzkrieg tegen Rusland even succesvol was verlopen als die tegen Polen, België en Frankrijk. Antisemitisme en antibolsjewisme waren een essentieel onderdeel van de nazi-doctrine, maar de klemtonen veranderden voortdurend. De eerste zuiveringsacties nadat Hitler op 30 januari 1933 aan de macht was gekomen, waren tegen communisten, socialisten en syndicalisten gericht. Duizenden van hen kwamen in het allereerste concentratiekamp terecht, in Dachau. Het antisemitisme beperkte zich in het begin tot irritante pesterijen en de boycot van joodse winkels. Van een uitroeiing van het jodenras was helemaal geen sprake.Ik ben er trouwens van overtuigd dat Hitler aanvankelijk helemaal niet van plan de joden massaal te vermoorden. Wel wilde hij hen zo ver mogelijk weg sturen. Er was onder meer een plan om hen massaal naar Madagascar te deporteren. Zelfs na de beruchte Kristalnacht in 1938 kregen duizenden opgepakte joden weer de vrijheid, met de opdracht zo snel mogelijk het land te verlaten. Maar na 1941 werd alles anders. Toen versmolten het antisemitisme en het antibolsjewisme tot een dodelijke mix. In mijn boek situeer ik het scharnierpunt in augustus-september 1941. De moeizame verovering van Kiev zette de nazis ertoe aan hun brutaliteit op te drijven en een eerste stap te doen naar de massamoord op de joden. Op dat ogenblik begonnen de Duitsers zich immers te realiseren dat zij de oorlog in Rusland zouden verliezen.Mayers standpunten in verband met de jodenvervolging leverden hem in de Verenigde Staten niet veel vrienden op. Toch zeker niet onder het kleine groepje joodse historici die zichzelf tot de specialisten op dat terrein rekenen. Mayer zelf blijft volhouden dat hij die storm van protest nooit verwacht had, laat staan geanticipeerd had.Ik geef in de Verenigde Staten al lang les over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, maar in het begin van de jaren tachtig hield ik een lezing over de holocaust, waarin ik mijn standpunten uiteenzette. De agressiviteit waarmee ik toen werd aangevallen, versterkte mij in mijn overtuiging dat ik een heel gevoelige snaar had aangeraakt. Men noemde mij een linkse rakker, wegens mijn standpunten over de betrokkenheid van de elite bij de opkomst van Hitler, en wegens de klemtoon die ik legde op het bolsjewisme. Daarom ben ik dieper beginnen te graven. Maar ik heb daarbij nooit iemand aangevallen. Ik weet dat ik een dissident standpunt verkondig, maar ik ben bereid daarover een grondige discussie aan te gaan. Dat is de normale manier van werken tussen niet-joodse historici. Alleen, mijn joodse collegas hebben het zo nooit begrepen. Zij beschouwden mij als een buitenstaander en een ignoramus. Ik behoorde nu eenmaal niet tot het kleine kliekje historici die zich gedurende hun hele carrière specialiseerden in het onderwerp.De aanvallen uit joodse hoek waren dan ook het hardnekkigst. Joodse collegas noemden Mayer een zichzelf hatende jood. Zij namen het niet dat hij als jood afstand durfde nemen van de gangbare opvattingen over Hitler en de holocaust. Maar Mayer schopte nog op een andere manier tegen joodse schenen, namelijk door in zijn boek een opdeling te maken tussen West-Europese en Oost-Europese joden. Volgens hem is het niet toevallig dat er geen uitroeiingskampen waren in België of in Frankrijk, en dat Oost-Europa voorbestemd was voor de vernietiging van de joden.De meeste joden die werden gedood, waren Oost-Europese joden. Er waren maar weinig West-Europese joden bij, zelfs bij de 72.000 joden die bijvoorbeeld in Frankrijk werden gedeporteerd. De westerse joden waren veel beter geassimileerd. Zij beschikten meestal over veel meer geld, en waren ook beter geplaatst om te vluchten. Ik kan er maar al te goed over meespreken. Toen mijn grootvader in Theresienstadt was omgekomen, kregen we in New York een telegram van het Rode Kruis. Niet veel Oost-Europese joden kregen zon service! In de kringen van joodse historici wordt het echter niet aanvaard dat je zon klassenonderscheid maakt. Bovendien grepen ze mijn eigen achtergrond aan om te zeggen dat ik elitair was, en dat ik onmogelijk kon begrijpen hoe de joden onder Hitler geleden hadden. Mayer kreeg nog meer te verduren dan alleen de tegenwind van zijn collegas. Op een bepaald ogenblik begon zijn naam op te duiken in extreem rechtse, revisionistische geschriften. Fragmenten uit zijn boek werden uit hun context gelicht, en geciteerd om te bewijzen dat de holocaust helemaal niet had plaatsgegrepen. Men citeerde bijvoorbeeld de zin dat tot op heden geen schriftelijke bevelen voor de vergassing van joden zijn opgedoken. In zijn boek gaat Mayer echter verder met te zeggen dat de SS de meeste documenten vernietigd heeft, en dat er ondanks dit gebrek aan geschreven bronnen geen enkele reden is om de holocaust ter discussie te stellen.Arno Mayer ligt er niet langer wakker van. Zijn boek werd misbruikt, maar het moet toch pijn gedaan hebben om als jood voor de kar van de revisionisten te worden gespannen. Ik heb het bestaan van de gaskamers nooit ontkend. Ik wijd in mijn boek zelfs afzonderlijke hoofdstukken aan de concentratiekampen en de vernietigingskampen. Maar ik schreef wel dat er meer joodse slachtoffers vielen door de schandalige leef- en werkomstandigheden in de kampen en de gettos, dan door weloverwogen executies en vergassingen in de uitroeiingskampen. De joden en de sovjetkrijgsgevangenen werden uitgebuit door de privé-firmas die voor de Duitse oorlogsmachine werkten. Alleen al in Auschwitz waren er 400 firmas die de arbeiders moordende werkritmes oplegden en aan de haal gingen met woekerwinsten. De kerkelijke en burgerlijke autoriteiten zwegen als vermoord, omdat de totale oorlog tegen het bolsjewisme alle middelen rechtvaardigde. Ik heb nooit meegedaan aan de discussie over het precieze aantal joden dat in de gaskamers is omgebracht. Wie de officiële cijfers naar omlaag durft te herzien, wordt trouwens onmiddellijk aangevallen. Ik vind het luguber na te gaan hoeveel mensen er precies zijn omgekomen. Dat noem ik pas misplaatste zin voor detail!Mayers boek is intussen tien jaar oud. Sindsdien is er in verband met de geschiedschrijving over het lot van de joden en de sovjetkrijgsgevangen veel veranderd. Het revisionisme bestaat weliswaar nog steeds daarvan was de recente rechtszaak tegen de Britse historicus David Irving het bewijs en de joodse historici zijn nog steeds geen beste maatjes met Mayer. Wèl is intussen de betrokkenheid van de Duitse industrie en de Duitse industriële elite bespreekbaar geworden. Denken we maar aan de bereidheid van groepen als het voormalige IG- Farben, Daimler-Benz en Volkswagen om een fonds op de richten om de dwangarbeiders van de Tweede Wereldoorlog te vergoeden. Dàt onderdeel van het boek is niet controversieel meer, dus een linkse rakker kunnen ze mij niet meer noemen, grapt Mayer, met een strijdlustige blik in de ogen. Ach, ook de rest zal wel loslopen. Trouwens, nog enkele jaren en het hele debat is uitgestorven, samen met de overlevenden van de holocaust. LH Arno Mayer - De hakenkruistocht tegen rood en jood - 1999, Berchem, EPO, 303 blz.,ISBN 90-6445-099-4