Advertentie
Advertentie

Kan België (nog steeds) leren van het Nederlandse sociale beleid?

Als de discussie over voetbal gaat, zal die waarschijnlijk wel blijven duren. Maar inzake sociaal beleid en arbeidsmarktprestaties moet België toch zijn meerdere erkennen in Nederland.België en Nederland kennen een gelijkaardig verloop van het sociaal overleg over lonen en arbeidsvoorwaarden. In België vormt de Nationale Arbeidsraad de instelling bij uitstek waarin sociale afspraken en akkoorden worden gesloten. In Nederland is dit de Stichting van de Arbeid. In beide instellingen wordt een kaderakkoord gesloten, dat verder wordt ingevuld op sectoraal en ondernemingsniveau. Toch is er een opmerkelijk verschil tussen beide landen. Het jaar 1982 was zowel voor België als voor Nederland een scharniermoment in het sociaal overleg. In Nederland gebeurde dit door de totstandkoming van het Akkoord van Wassenaar. In België werd de Belgische frank gedevalueerd en werd daaraan een strikt inkomensbeleid gekoppeld. Het belangrijk verschil tussen beide landen is dat de Nederlandse overheid niet meer is tussenbeide gekomen in het sociaal overleg. De onderhandelingen over de lonen en de arbeidsvoorwaarden werden volledig overgelaten aan de sociale partners. Het sociaal overleg verloopt er beter dan in België. Daarom kan er in Nederland gesproken worden van een consensusmodel. In België intervenieerde de regering verschillende keren in het indexmechanisme en kwam zij tussenbeide via competitiviteitsnormen en competitiviteitswetten. Eveneens kwam zij verschillende keren tussenbeide om de sociale partners weer bij elkaar te brengen. Vandaar dat de Belgische situatie kan worden omschreven als een conflictmodel. Deze ingrepen hebben de onderhandelingsruimte van de sociale partners beperkt. Daardoor werd de indruk gewekt dat zij gematigde akkoorden afsloten, hoewel de loonkosten in België verder bleven oplopen.In België wordt momenteel gebruikgemaakt van de wet van 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen om de stijging van de loonkosten vast te leggen. Daarbij wordt België vergeleken met zijn buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland. De stijging van de loonkosten loopt sinds 1996 gelijk met de stijging in Nederland. Toch vertoont deze wet nog belangrijke gebreken. De buurlanden worden gewogen op basis van het BBP. Een weging op basis van het belang van export zou echter beter aansluiten bij de economische realiteit. Er wordt ook geen rekening gehouden het werkloosheidscijfer en met de loonkostenhandicap die België al in de jaren zeventig heeft opgelopen.Het gunstige klimaat van de sociale onderhandelingen in Nederland werd mede behaald dankzij het flankerend beleid van de Nederlandse regering. Via lastenverlagingen en belastingshervormingen heeft zij de sociale partners ertoe kunnen bewegen de lonen te matigen. Zij was daartoe in staat door haar gezondere budgettaire ruimte. De ontsporing van de overheidsfinanciën in België in de jaren tachtig heeft ongetwijfeld een weerslag gehad op het sociaal overleg. Als gevolg van de ongunstige evolutie van het overheidstekort is ook de Belgische overheidsschuld sterk opgelopen, tot 132,3 procent van het BBP in 1993. Dit zorgde ervoor dat er ook in het begin van de jaren negentig geen ruimte vrijkwam voor lastenverlagingen, doordat er inspanningen moesten worden geleverd om de normen van Maastricht te halen. De lastenverlagingen en belastinghervormingen die nu worden doorgevoerd, zou de Belgische regering kunnen hanteren om het sociaal overleg nieuw leven in te blazen. In ruil voor deze lastenverlagingen en belastinghervormingen zou de regering de sociale partners moeten stimuleren om de lonen sterker te matigen en bijgevolg onze loonkostenhandicap weg te werken.Het grote probleem van de Belgische arbeidsmarkt blijven ongetwijfeld de hoge loonkosten. Vaak worden de hogere loonkosten in België verantwoord door een hogere productiviteitsstijging.Die gaf inderdaad de mogelijkheid om de loonkosten in België sterker te laten stijgen. Maar ook omgekeerd zetten hogere loonkosten aan tot verhoging van de productiviteit. De stijgende loonkosten hebben de werkgevers ertoe aangezet de productiviteit te verhogen. Daardoor werd arbeid uitgestoten en vervangen door kapitaal. Deze perverse productiviteitsstijging heeft er ook toe geleid dat de werkloosheid in België systematisch boven die in Nederland lag. Ook de loonwig (het verschil tussen loonkosten en nettoloon) ligt in België opmerkelijk hoger. Voor een doorsneegezin met 1 inkomen en 2 kinderen bedraagt de loonwig in België 41,1 procent, in Nederland 33,2 procent. De hogere loonwig is hoofdzakelijk te wijten aan de hoge werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.De sterkere prestaties op de Nederlandse arbeidsmarkt werden ook in sterke mate bepaald door de hogere flexibiliteit van het arbeidsaanbod. Vooral deeltijdarbeid, in hoofdzaak een vrouwelijk fenomeen, is er veel sterker ontwikkeld. Ook tijdelijke arbeid en uitzendarbeid zijn in Nederland veel meer ingeburgerd dan in België. Deze verschillende evolutie is hoofdzakelijk te wijten aan de verschillende fiscale maatregelen om deze vormen van arbeid aan te moedigen. Ook de Nederlandse sociale partners hebben een belangrijke bijdrage geleverd. Ook nu nog blijven zij in hun overleg de nadruk leggen op flexibiliteit.Hoewel de Nederlandse regering de onderhandelingen over de lonen en de arbeidsvoorwaarden heeft overgelaten aan de sociale partners, heeft zij toch een belangrijke rol gespeeld bij de sociale onderhandelingen. Via lastenverlagingen heeft zij de onderhandelingen kunnen smeren. Zo verloopt het overleg tussen de vakbonden, die loonstijging wensen, en de werkgeversorganisaties, die loonmatiging wensen, vrij vlot. Het spreekt voor zich dat de regering over een gezonde budgettaire situatie moet beschikken. Daarnaast moeten de sociale partners, samen met de regering, flexibele arbeid aanmoedigen. Dit zorgt ervoor dat meer mensen kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, wat op termijn ongetwijfeld ten goede komt aan onze samenleving. Peter VANWALLEGHEMLicentiaat Handelswetenschappen, Lessiushogeschool Antwerpen