Kan Lula de uitdagingen aan?

De taak die Luiz Inácio Lula da Silva wacht als president van Brazilië is ontzagwekkend en waarschijnlijk nog veel groter dan de uitdagingen die Fernando Henrique Cardoso moest aangaan in 1994 om het land van de galopperende inflatie te bevrijden. Om kapitaalsvlucht en een ergere crisis te vermijden heeft Lula tijdens de verkiezingscampagne heel wat geruststellende signalen uitgestuurd naar de bedrijfswereld en de internationale financiële instellingen. Onmiddellijke stopzetting van de privatisering en de afbetaling van de buitenlandse schuld heeft hij laten vallen. Ook de steun die zijn twee andere belangrijkste tegenstrevers tijdens de eerste verkiezingsronde Anthony Garotinho en Ciro Gomes hem beloofd hebben, zullen Lula tot verdere compromissen verplichten. Wat mogen de armen en de sociale bewegingen die massaal op Lula gestemd hebben nog verwachten van de belofte tot radicale omwenteling op economisch, sociaal en politiek vlak?Ondanks de beperkte manoeuvreerruimte die de toekomstige regering onder leiding van de Arbeiderspartij (PT) heef, plant ze toch belangrijke veranderingen, die daarom niet noodzakelijk een breuk betekenen met het algemene beleid van de uittredende regering.De hoofddoelstelling van de PT is de bestrijding van de sociale ongelijkheid, de armoede en de werkloosheid. Het liberale beleid legde de nadruk op een aanpak van de armoede en de ongelijkheid via economische groei (en maakte die aanpak ondergeschikt aan die groei). Lula wil de sociale problemen bestrijden door een herverdeling van de bestaande middelen. Met een gemiddeld inkomen per capita van 4.509 dollar (1998; 4.626 euro) komt Brazilië op de 48ste plaats in de wereldranglijst, terwijl het slechts de 74ste plaats bekleedt op de index van menselijke ontwikkeling (UNDP-rapport van 2000). Door de invoering van een doeltreffende herverdeling van de rijkdom en een efficiëntere aanwending van de staatsuitgaven kan op korte termijn al heel wat worden bereikt. Trouwens, veel ruimte voor een globale verhoging van de sociale uitgaven krijgt de nieuwe regering niet. De fiscale druk werd tijdens de regeringsperiode van Cardoso al opgetrokken van 28 naar 34 procent waardoor Brazilië de eerste plaats inneemt in Latijns-Amerika en bijna op dezelfde hoogte staat als Spanje en de Verenigde Staten. Wel wil Lula de fiscale druk verschuiven naar de meer gegoede klassen en dit door een verhoging van de directe belastingen. Onder het huidige systeem verliezen de families met een laag inkomen 26 procent van dat inkomen via indirecte belastingen, terwijl de hoogste inkomensklassen slechts 7 procent moeten afstaan.De landhervorming wordt een tweede belangrijke peiler van de hervormingspolitiek van de PT in het kader van de bestrijding van de ongelijkheid. Na Paraguay is Brazilië het Latijns-Amerikaanse land met de grootste concentratie van eigendom van landbouwgrond. Ondanks een belangrijke toename in de onteigening van grootgrondbezit en de toekenning van landbouwpercelen aan landloze boeren gedurende de laatste jaren zijn er volgens het Braziliaans Instituut voor Landhervorming (Incra) nog meer dan 3 miljoen families die in aanmerking komen voor het landhervormingsprogramma. De nieuwe regering zal wellicht het tempo van de landhervorming versnellen en de financiële middelen verhogen van specifieke programmas ter ondersteuning van de familiale landbouw. Een derde peiler van de door Lula vooropgestelde hervormingen is de arbeidsreglementering, sociale zekerheid en pensioenregeling. Ook hier zal het eerder gaan om een verdieping en aanpassing van het bestaande hervormingsprogramma. Dit wordt zonder twijfel de moeilijkste taak van de nieuwe regering op het gebied van sociale hervorming. Hoewel de grondwet van 1988 iedereen het recht op sociale zekerheid toekent, wordt dit sterk ondermijnd door de hoge werkloosheid en de grote toename van de informele sector. De pensioenen slorpen nu al 65 procent op van de sociale uitgaven van de federale overheid, terwijl de bijdragen slechts 18 procent van de uitgaven dekken. Hier een uitweg vinden, zal heel wat creativiteit vergen. Voor het buitenlandse beleid wil Lula een geconsolideerde Mercosur (de economische gemeenschap waarvan Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay deel uitmaken, en Chili en Bolivia geassocieerd lid zijn) op economisch, politiek en sociaal vlak. Tevens wil hij de banden versterken met de twee andere Latijns-Amerikaanse economische samenwerkingsverbanden, de Andijnse Gemeenschap en het Centraal-Amerikaans Integratiesysteem, om zo de Latijns-Amerikaanse integratie te bevorderen. Dit moet het continent ook toelaten zijn onderhandelingspositie te versterken tegenover de Verenigde Staten en Europa en betere voorwaarden te verwerven bij de nieuwe handelsakkoorden. De grootste uitdaging voor Lula is misschien wel de verdere democratisering van het land en uitbouw van de rechtstaat. Meer dan 20 jaar na de democratische omwenteling werken de representatieve instellingen normaal, en ontwikkelt de politieke bedrijvigheid zich binnen een duidelijk afgebakend institutioneel kader met verkiezingen. Maar vanwege de corruptieschandalen kunnen de politieke leiders nauwelijks genieten van een legitimiteit. De talrijke schendingen van mensenrechten en de overheersende straffeloosheid ondermijnen de rechtstaat en de repressieve praktijken van de politie zijn nog niet veranderd sinds de militaire dictatuur. Het zijn dan ook de gebreken van de rechtstaat die het democratische gehalte van de staatsinstellingen beperken. Ondanks de verschillende initiatieven van de Braziliaanse regering om het respect voor de mensenrechten te verbeteren blijven tot nu toe de meeste mensenrechtenschendingen ongestraft en heeft de uitbouw van de rechtstaat nog een lange weg af te leggen.Koen WARMENBOLDe auteur is de coördinator van de Latijns-Amerikawerking van 11.11.11, www.11.be