Advertentie

Kantoren mogen niet ontsnappen aan de milieuzorg

ANTWERPEN (tijd) - Vanuit het kantoor worden meestal met veel nota's, tegennota's en uiteindelijk uitgeschreven besluiten de milieurichtlijnen in de fabriek bepaald, waar elke vierkante centimeter papier, elke gram grondstof en elke kilowatt wordt afgewogen op een apothekersweegschaal. Maar wat er op dat kantoor zelf gebeurt, mag Joost weten. Milieu op kantoor is dikwijls de laatste zorg van het management. Tegen die mentaliteit hebben de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), het Verbond van Kristelijke Werkgevers (VKW) samen met milieuadviseur Johan Put de oorlog verklaard. Zij hebben voor heel Vlaanderen een proefproject uitgewerkt 'Milieuzorg op kantoor', dat vanaf 8 april start in de provincie Limburg.'Op de fabrieksvloer nemen de werknemers het niet langer dat wat milieuzorg betreft de directie dikwijls met twee maten en gewichten werkt', zegt Johan Put. De grootste verbeteringen en saneringen inzake leefmilieu liggen uiteraard in de fabricageprocédés en in de productiesfeer. Toch worden de hoogte van de afvalberg en vooral de theoretisch te vermijden afval in een kantoorruimte meestal schromelijk onderschat.

Het papierloze bureau, dat decennium geleden met veel poeha werd aangekondigd, is zeker nog niet voor morgen. Zelfs tegen 2000 zal het ideaal van Internet-freaks nog verre van verwezenlijkt zijn, zoveel is nu al duidelijk. Wel willen het VKW, OVAM en Johan Put kleine stapjes in die richting zetten. Maar voor hen is milieuzorg op kantoor veel ruimer dan alleen het minimaliseren van het papierverbruik.

Aan de essentie of de kwaliteit van het afgeleverde werk van elk kantoor mag niet geraakt worden. Een snelle, correcte en voor iedereen duidelijke besluitvorming of service aan de klant moet ook in een kantoor dat milieubewust wordt gerund het uitgangspunt blijven, vinden Johan Put en Bruno Gebruers van het VKW.

In dat strikte kader van ongewijzigde kwaliteitsservice is op milieuvlak op kantoor nog zeer veel mogelijk, vinden zij. Dit is gebleken uit proefprojecten die de initiatiefnemers achter de rug hebben in het Mechelse. De deelnemers aan dit project ondervonden door praktijkvoorbeelden van collega's dat een milieubewust beleid op kantoor niet extra hoeft te kosten.

'Het tegendeel is zelfs waar. Het invoeren van een milieuzorgsysteem op kantoor moet zelfs vrij snel kostenbesparend werken door een veel optimaler gebruik van de aangewende middelen en energie, wat de goederen- en energiestroom kan verkleinen', zo zeggen adviseur Johan Put en Bruno Gebruers, projectleider milieuzorg op kantoor namens VKW Antwerpen.

170.000 ton papier

Precieze cijfers over het verbruik van grondstoffen en energie in het Vlaamse kantoorlandschap zijn nauwelijks gekend. Grove extrapolaties leren dat elke kantoormus in Vlaanderen gemiddeld 300 kg papier per jaar verbruikt, wat zou leiden tot 200.000 ton papierafval per jaar uit die branche. De eerste proefprojecten leren dat een gemiddelde besparing op die papierberg in de grootorde van 20 tot 30 procent beslist niet utopisch is.

Besparingsideeën over papier zijn er meestal zoveel als er cursisten deelnemen, zegt Johan Put. Iedereen leert van elkaar. Een optimaal gebruik van de meestal al aanwezige elektronische mail kan al wonderen doen. Alleen al het bewuster mailen, niet alleen intern, maar vooral naar klanten toe kan voor enorme papierbesparingen zorgen, meent Put.

Wat het energieverbruik betreft, rekent Johan Put voor dat elke bureaubewoner gemiddeld over 24 vierkante meter vloeroppervlakte beschikt en dat elke vierkante meter 80 kilowatt per jaar vraagt. Het gaat dan zowel om verlichting, verwarming en ventilatie. Samen betekent dat een verbruik van bijna 2.000 kilowattuur per jaar per man.

Wie de productiestatistieken van Electrabel naleest, merkt dat de dienstensector in België in 1996 zowat 7,7 miljard kilowattuur per jaar verbruikt heeft aan verlichting en drijfkracht. Het totale verbruik in België beliep 70 miljard kilowattuur, zodat de dienstensector of de kantoren toch goed zijn voor 10 tot 11 procent van het totale verbruik.

Op dit vlak zijn besparingen mogelijk, menen zowel Put als Gebruers, maar zij durven er niet onmiddellijk een percentage op plakken. Wel hebben zij de medewerking voor hun cursus van de zuivere intercommunale Interelectra en van Electrabel zelf, om de mogelijkheden van rationalisering op vlak van elektriciteitsverbruik te komen toelichten. Opnieuw mag ook hier de besparing geen afbreuk doen aan de kwaliteit van verlichting, verluchting en warmtegevoel.

De problemen van slechte verluchting en verwarming zijn in vele kantoorgebouwen overbekend. De situaties van verwarmen met de ramen open (voor frisse lucht) zijn legio. De technische afstemming van verwarming en verluchting moet ongetwijfeld ngen opleveren. Het vervangen van gewone lampen door spaarlampen en automatische systemen voor de regulering van het licht kunnen op jaarbasis eveneens tot aanzienlijke besparingen leiden op grote kantoren.

Positieve lijsten

Maar milieu op kantoor gaat verder dan kwantitatieve besparingen aan de inkoopzijde van materialen en energie. In de begeleidingscursus wordt ook aandacht besteed aan bijvoorbeeld het gebruik van chloorvrij papier en zeker aan selectieve inzameling van kantoorafval en recyclage. Ook dit streven naar milieukwaliteit hoeft per definitie niet extra te kosten, zegt Put.

Tijdens het proefproject kwamen op al die punten talloze praktische voorbeelden inzake besparing naar voren. Zo is chloorvrij papier vaak niet meer duurder dan ander papier. Bij selectieve inzameling bleken systemen waarbij men de klassieke ophalers systematisch tegen elkaar uitspeelt of 'ophalen op afroep', snel tot een goedkopere service te leiden.

Maar milieuzorg op kantoor kan nog een heel stuk verder gaan. Zo komt ook carpooling aan de orde en uiteraard ook het totale inkoopbeleid. Centraal hierin is dat er een link wordt gelegd tussen het inkoopbeleid en de selectieve ophaling en recyclage achteraf. Producten kunnen duurder uitvallen bij inkoop, maar stukken goedkoper in de uiteindelijke verwijdering. Die balans willen maken is al een eerste stap op weg naar milieuzorg in het kantoor.

Wel stelde Johan Put nadrukkelijk zich niet te willen mengen in het oeverloze debat over eenmalige en meermalige verpakkingen of in de discussie over plastic bekers en stenen drinkkoppen. Op dit vlak bestaan uitgebreide levenscyclusstudies, waaruit men geen eenduidige besluiten kan trekken. De kosten voor het wassen van koppen of meermalige flessen wegen soms wel degelijk op tegen de energiekosten van eenmalige bekertjes of verpakkingen. Daar laten de cursusleiders de keuze.

Ook in het PVC-debat willen Gebruers en Put niet tussenkomen, op het advies na om chloorvrij papier te gebruiken. 'Wij wensen te werken met positieve lijsten van producten, eerder dan bepaalde producten te discrimineren', zegt Put. Ook drank- en snoepautomaten op kantoor en zelfs de problematiek van het roken laten de cursusgevers aan de wijsheid van de deelnemers over. Maar op al die vlakken komen tijdens de lessenreeks dikwijls interessante adviezen naar voren, zeggen ze.

De initiatiefnemers beogen een maximale actieve inbreng van de ingeschreven cursisten. Het gaat volgens hen eerder om een begeleidingsproject dan om een gewone cursus. Het aantal deelnemers per sessie wordt beperkt tot 20. Zij krijgen taken mee, die daarna op de cursus worden besproken, kwestie van een maximale informatie-uitwisseling. Een kantoorbezoek sluit de lessenreeks af.

De cursus richt zich tot openbare instellingen, scholen, administraties en pure private bedrijven. Overal waar tamelijk intensief in kantoren gewerkt wordt, werpt die bezinning over 'Milieuzorg op kantoor' vrij snel ook financiële vruchten af. Gebruers en Put vinden voor een kantoor met 50 mensen een dergelijke cursus bijzonder nuttig. Het praktisch nut van een milieuzorgsysteem begint zelfs al op een lager niveau, vinden zij.

OVAM, het VKW en Put werken in elke provincie samen met plaatselijke organisaties zoals het provinciebestuur, met plaatselijke vormingsinstituten of met mensen uit het strategisch plan, zoals in Limburg en in Oost-Vlaanderen. De eerste sessies in Limburg starten op 8 april en ze lopen tot eind oktober dit jaar. Voor inlichtingen en inschrijvingen stelt het VKW-Antwerpen en Brabant zijn secretariaat ter beschikking op het nummer 03/829.25.01.

VDB

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud