Advertentie
Advertentie

Karel Vinck over globalisering

(vervolg van omslagverhaal)Weg met het protectionisme, zegt u, voor Europa, maar ook voor Afrika? Denkt u dan dat de prijsvorming automatisch een rechtvaardige verdeling zal brengen?Vinck: Nee, je kan niet alles overlaten aan het mechanisme van de vrije markt. Daar moeten correcties spelen. We moeten ontwikkelingslanden toelaten om op dezelfde manier bepaalde economische activiteiten te beschermen als wat we ooit zelf gedaan hebben ter bescherming van de sociale situatie van de Europese landbouw. De wet van jungle, die er nu heerst door het uitblijven van elke richtlijn, is onaanvaardbaar.Er is nog iets anders: onder druk van bepaalde multinationale bedrijven zijn gedurende heel wat jaren enkele landen gedreven naar een kwetsbare mono-economie - het ene land produceert bananen, het andere koffie. Als we ontwikkeling willen stimuleren en de lokale bevolking willen laten meespelen in de wereldhandel, moeten we ze laten evolueren naar gediversifieerde economieën. Het oude idee dat efficiënte ontwikkeling van arme landen gebaseerd moet zijn op specialisering, is fout gebleken.Maar de grondstoffenmarkt kan je moeilijk geografisch gaan spreiden. Wat met landen die vooral daarvan afhankelijk zijn?Vinck: Een multinational kan uitzoeken hoe je toegevoegde waarde ter plekke kan creëren. In plaats van de ertsen naar hier te transporteren en hier om te vormen tot hoogwaardige materialen, kan je een aantal stappen in de productieketen daar al laten gebeuren.Stel dat landen waar grondstoffen gedelfd worden, de macht hebben om de prijzen van de grondstoffen kunstmatig op te voeren, bijvoorbeeld door een strenge verhoging van de uitvoerrechten. Zou u het daarmee eens zijn?Vinck: Behalve voor een paar heel exotische grondstoffen is er geen enkel land dat het monopolie heeft op een grondstof. Ze zullen altijd onderhevig zijn aan de wetten van de concurrentie. Maar je zou wel naar een kartelvorming kunnen evolueren, zoals dat nu al bestaat voor de olie.Een vierde uitdaging. De problemen aanpakken die gepaard gaan met de uitbreiding van handel en delokalisering: mensenrechten, milieu, terrorisme in het kader van een visie of een charter. Ondernemingen zijn daar heel gevoelig voor. Wanneer een probleem eruit wordt gepikt en geplakt wordt op de naam van dat bedrijf, dan schaadt dat het imago, wat zich dan vertaalt in een terugval op de financiële markten. De Dow Jones heeft intussen een sustainability index geïnstalleerd, je hebt de ethische investeringsfondsen.Viviane Forrester, een andere spreekbuis van de antiglobalisten, wijst dan weer op een omgekeerd effect: telkens als beursgenoteerde bedrijven massale ontslagen aankondigen, schiet de koers van het aandel omhoog.Vinck: Dat choqueert de mensen inderdaad. Maar het is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van overheid, ondernemingen en vakbonden om een omgeving te creëren waarin die verschuivingen door de uitstoot van werknemers handelbaar worden. Ondernemingen doen dat niet alleen om geld te winnen, maar ook om competitief te blijven, zodat ze sowieso blijven bestaan en met hen de werkgelegenheid. Het is belangrijk om voor ouderen in een goed brugpensioen te voorzien, en voor de anderen de mobiliteit zo hoog op te voeren dat ze snel een andere job vinden.U hecht veel belang aan goed leiderschap. De antiglobalisten vormen een amalgaam van splintergroepen, waar de beweging zelfs trots op is. Maar dat is ook gevaar voor haar voortbestaan. Wat zou u hun aanraden om niet het slachtoffer te zijn van hun succes?Vinck: Die versplintering bestaat maar omdat er bepaalde gevoeligheden bestaan. Om de efficiëntie te verhogen en zichzelf als gesprekspartner te doen aanvaarden, moeten ze meer samenkomen met een beperkt aantal organisaties onder een bepaalde paraplu met eenzelfde doelstelling. Ook voor het bedrijfsleven is het moeilijk om een dialoog aan te gaan met duizend en een verschillende organisaties.Antiglobalisten stellen dat het bedrijfsleven makkelijk praten heeft: het heeft alle middelen voor een goede infrastructuur en communicatie. Als die dialoog zo belangrijk is voor de bedrijven, zou het dan kunnen dat het bedrijfsleven die beweging sponsort?Vinck: Greenpeace en AzG krijgen toch subsidies van de overheid en steungelden van hun leden. Het is niet de rol van het bedrijfsleven om NGOs te sponsoren. Een van de problemen die is gerezen bij de oprichting van het Corporate Funding Programme van de voormalige voorzitter van de Centrale Bank van België, Fons Verplaetse, is net dat NGOs niet willen meedoen, omdat ze dan het gevoel hebben te eten uit de ruif van de bedrijven en hun onafhankelijkheid verliezen. Als ze onafhankelijk kunnen blijven op financieel vlak, dan komen ze trouwens geloofwaardiger over bij bedrijven en publieke opinie. TM