Kiezen is niet om mee te lachen

Om de zoveel jaar kan ik mijn speciale voorkeur voor een zeer sober ding niet onderdrukken. Het is nochtans helemaal niets speciaals. Eigenlijk zijn het niet meer dan een paar planken en een stuk gordijndoek die samen een hok vormen. Er bestaan eindeloze variaties op, maar uiteindelijk komt het altijd op hetzelfde neer: een simpel, soms opvouwbaar of demonteerbaar bouwsel dat snel in en uit elkaar kan worden gehaald. De ingrediënten ervoor worden jaren opgeslagen in een gemeenteloods en dan plots na een lange periode uit het depot gehaald en in de ongezellige turnzaal van een of andere gemeenteschool in elkaar gezet. In dat hok is er een plankje en aan die plank hangt een groot timmermanspotlood aan een koordje. Een potlood zoals je er in geen jaren nog een gezien hebt, een potlood zoals ze ze niet meer maken (hoewel er ergens nog een fabrikant van moet zijn, tenzij het ministerie van Binnenlandse Zaken in 1830 meteen een order voor de eeuwigheid heeft geplaatst). En dan heb je nog de kiesbrief op vreemd dik papier en zo groot dat je hem niet eens echt comfortabel kan openvouwen in het enge kieshokje. In sommige gemeenten zijn die potloden en kiesbrieven vervangen door computers. Computers die de eerste keer dat ze opdoken al verouderd waren en nu, zelfs nog meer dan de potloden, herinneren aan lang vervlogen tijden toen computers omvangrijk, traag, en van een zwartwitscherm voorzien waren.