Advertentie
Advertentie

KLANK EN BEELD - CD'S

Klassiek Symphonie Fantastique La Mort de Cleopatre Philips 475 095-2 De 200ste verjaardag van de geboorte van Hector Berlioz is sterk bepalend voor het huidige cd-aanbod. Valery Gergiev en de Wiener Philharmoniker brengen bijvoorbeeld een nieuwe uitvoering van de 'Symphonie Fantastique'. Niet meteen de meest originele repertoirekeuze van Gergiev, maar gezien het hoge dramatische gehalte van het werk is dit wel een kolfje naar de hand van de Russische maestro. Het werk dat Berlioz in 1830 componeerde om zijn liefde voor de toneelactrice Harriet Smithson te uiten, inspireerde de componist tot het schrijven van de meest verbeeldingrijke orkestmuziek uit die tijd. Niettegenstaande Gergiev de authentieke klank van het vroeg-19de-eeuwse orkest moet missen, exploreert hij met de Wiener Philharmoniker toch de rijke klankkleurschakeringen van deze partituur en demonstreert hij bovenal de virtuositeit van het orkest. De opname wordt bovendien op grootse wijze afgesloten met een beklijvende uitvoering van 'La Mort de Cleopatre' door de mezzosopraan Olga Borodina. Il Gardellino Kamermuziek van Bach, Quantz en Janitsch Eufoda 1310 In het kasteel Rheinsberg nabij Ruppin en later in Sans Souci bij Potsdam beleefde Frederik de Grote de gelukkigste jaren van zijn leven. Hij omringde er zich met musici, schrijvers en filosofen en bracht er in vredestijd hele dagen door met musiceren, lezen en studeren. Musici als Carl Philipp Emanuel Bach, de gebroeders Graun, Johann Gottlieb Janitsch en Frantisek Benda behoorden tot de hofhouding. Later werd ook Johann Joachim Quantz door een aantrekkelijk aanbod naar het hof gelokt. Hij componeerde meer dan driehonderd fluitconcerto's en nog meer fluitsonates voor Frederik de Grote die tijdens de dagelijkse concerten, met de verlichte vorst als (co-)solist, uitgevoerd werden. Ook Carl Philipp Emanuel Bach bewerkte voor de vorst heel wat van zijn muziek voor fluit. Het ensemble Il Gardellino met Jan de Winne als fluitist en Marcel Ponseele als hoboist, brengt op historische instrumenten een geinspireerde en transparante uitvoering van een selectie uit dit onderhoudende, maar kwalitatief hoogstaande kamermuziekrepertoire van Bach, Quantz en Janitsch, dat baadt in een heldere rococosfeer. Jazz Clark Terry & Max Roach 'Friendship' Eighty-Eights/ Columbia 5 10886 2 De trompettist Clark Terry wordt straks 83, de drummer Max Roach zit hem op de hielen. Ze speelden samen op 'Brilliant Corners' van Thelonious Monk, een halve eeuw geleden. In de lente van 2002 laadden ze zich nog een keer op voor een dag in de studio. 'Friendship' werd een vrolijke puzzel van korte drumsolo's en duetjes, afgewisseld met langere kwartetstukken - standards en eigen nummers met de pianist Don Friedman en de bassist Marcus McLaurine erbij. Natuurlijk, de scherpte is er bij Terry en Roach een beetje af. Maar dat maken ze meer dan goed door grote trefzekerheid en ontroerende zorg voor het detail. Hun sound is doorleefd, hun verhaal echt. Hoe kan het anders? Terry weet uit de eerste hand hoe het er bij Count Basie toeging ('To Basie with love'). Roach had een band met de jong gestorven trompettist Clifford Brown ('I remember Clifford). Beiden kennen door en door de blues, beiden hadden iets met Monk. Diens 'Let's cool one' is een hoogtepunt van finesse en relaxte swing. Volgens het historische palmares horen Terry en Roach thuis in de categorie monumenten. Maar past dat sombere woord wel bij al het leven dat in deze muziek zit? Peter Bernstein 'Heart's content' Criss Cross Jazz 1233 (distr. Challenge) Peter Bernstein is de karakterspeler onder de gitaristen. Bij hem geen grote gebaren of spectaculaire effecten. Zijn prachtige ronde sound gloeit en zindert zachtjes maar intens. Aan kleine variaties en nuances in dat bijzondere geluid heeft hij genoeg om een sterk verhaal te vertellen. Op 'Heart's content' krijg hij het gezelschap van de pianist Brad Mehldau, de bassist Larry Grenadier en de drummer Bill Stewart. Vrienden die hun muzikale jeugdjaren deelden in de late sessies bij Smalls, de kleine club in de Village. Behalve 'Blood count' van Billie Strayhorn en de minder bekende broadway song 'Dedicated to you' van Sammy Chan bedacht Bernstein al die melodieen zelf. Sobere, mooi opgebouwde stukken die zich ongemerkt in het geheugen nestelen. Ondanks de melancholische ondertoon houden Bernstein en de zijnen ook op een lui medium tempo of in een slepende ballad de groove erin. Een kunst die vroeger swingen heette. Wie de bescheiden Bernstein nog niet kende, weet wat hem te doen staat. Abbey Lincoln It's me Verve 038 171-2 (distr. Universal) De zeventig voorbij is Abbey Lincoln meer dan ooit zich zelf. Een stem vol pijn maar nog meer levenslust. Teksten die over alles behalve over de gebruikelijke romantische liefde gaan. Over eeuwigheid en vergankelijkheid. Over magic, haar favoriete woord. En dan plotseling een traditional ('It's me O'Lord'), een oud liedje uit de roaring twenties ('Runnin' wild'). Of 'Skylark', op zo'n manier dat het lijkt alsof Hoagy Carmichael het speciaal voor haar geschreven heeft. In het trio van de pianist Kenny Barron heeft de zangeres de gedroomde begeleiders. Extra kleur en spanning op 'It's me' komt van de saxofonist Julien Loreau en van James Spaulding op dwarsfluit. Laurent Cugny en Alan Broadbent mochten er hier en daar wat strijkerspartijen bij bedenken. Een luxe die de stem van Abbey Lincoln, de laatste van de historische jazzzangeressen, niet nodig heeft. Samenstelling: Tom EELEN, Peter-Paul DE TEMMERMAN Rob LEURENTOP